Luuk Sikkema: “Ik ben de klassieke liturgie steeds meer gaan waarderen”
stadjer21-luuk-sikkema.jpeg

Als ik op een maandagochtend 9:00 uur stipt mijn oude, vertrouwde Immanuelkerk binnenloop, hoor ik toch nieuwe klanken mij tegemoetkomen. Luuk Sikkema leeft zich uit op het nieuwe orgel dat op de galerij van de kerkzaal staat. Dat klinkt voor mijn ongeoefende oren alvast goed! Als hij mij hoort aankomen, breekt hij zijn orgelspel af, en begroet mij.

Reinder de Jager

Luuk is organist geworden in de Immanuelkerk in 2014, op het moment dat ik er al weinig meer kwam. Met hem heb ik dit interview – in de rubriek Stadjer, maar hij woont niet in de stad. Dan maar als Ommelander: hij woont in Zuidhorn. Maar eigenlijk, zo blijkt, speelt dit ‘nieuwe’ orgel uit Engeland de glanzende hoofdrol. Luuk, als medewerker (sinds 1993) van orgelbouwer Feenstra en als organist nauw betrokken bij de overkomst van dit orgel, de restauratie en het plaatsen ervan in De Immanuelkerk, is de ideale klankvoerder ervan.

Luuk, waarom een ander orgel hier – wat was er mis met het oude?

“Om te beginnen was het orgel toe aan groot onderhoud. Dat kost ook nogal wat, en dan kwam daar nog bij dat het eigenlijk te klein is, niet vol genoeg klinkt, voor de grote kerkzaal van deze kerk. Men zocht wat meer ‘grond’ voor de begeleiding. En een orgel dat in de droge akoestiek van deze zaal overeind blijft… Het is wat muziek betreft hier net fietsen met de rem erop. Op zich is er niks mis met het orgel dat er nu nog staat. Ik heb er eind jaren zeventig zelf nog les op gehad van mijn leermeester Wim van Beek, destijds de orgeldocent op het conservatorium hier in Groningen.”

Betekent dat dat dit orgel nu definitief niet meer gebruikt gaat worden?

“Gelukkig niet! De oorspronkelijke orgelbouwer van het oude orgel, Van Vulpen, haalt het hier weg, zal het ongetwijfeld opknappen, en dan komt het te staan in een kerk in Bad Neuenahr (Duitsland).”

En dan nu een Bishop-orgel uit Engeland… Waarom een Engels orgel? Wij Nederlanders kennen vooral orgels uit de Duitse of Nederlandse traditie…

“Daar heeft Fokke-Rinke Feenstra een belangrijke rol in gespeeld. Die is in de jaren tachtig gegrepen door de Engelse orgels, kwam tot de ontdekking dat daar vele kerken sloten en dat daar tegen een redelijk bedrag prachtige orgels vandaan te halen waren… En dat was niet vanzelfsprekend. Het was ‘onbekend maakt onbemind’, en men dacht aanvankelijk dat deze orgels alleen voor koorzang geschikt waren. Dat bleek een misvatting: orgelbegeleiding bij gemeentezang is bijna een uitvinding uit Engeland – was het niet Constantijn Huygens in de zeventiende eeuw die over gemeentezang in Nederland schreef: ‘Daar wert om ’t seerste uutgekreten…’ en pleitte voor de invoering van het kerkorgel om de gemeentezang in het gareel te houden? De orgels die wij nu uit Engeland halen komen uit de gouden eeuw van de Engelse orgelbouw – de Victoriaanse periode!”

Nou hebben wij het de hele tijd over orgels… Ik ben ook nieuwsgierig naar jouzelf – uit welk nest kom jij?

“Ik kom uit Rouveen (bij Staphorst), uit een vrijgemaakt gereformeerd nest. Mensen denken dan dat dit het strengste soort gereformeerdendom is wat daar bestond, maar in die omgeving waren wij juist lichter – geen zwartekousenkerk. Mijn moeder kwam uit de hervormde kerk, en bij oma gingen we gewoon naar de hervormde kerk. Dat moest je dan in de vrijgemaakte kerk niet teveel rondbazuinen…”

Ben je nog steeds vrijgemaakt gereformeerd?

“Nee, als ik het pijnlijke verhaal heel kort samenvat: ik was organist in Zuidhorn in de vrijgemaakte kerk, en daar kwam op een gegeven moment een heel felle evangelicale groep op, met navenante muziek die dan ook de hoofdmoot moest worden. Daar was voor een serieuze organist geen eer meer aan te behalen – andere muziek mag van mij best, maar het moet wel muzikaal iets te vertellen hebben. Toen bovendien één van de organisten werd ontslagen zijn wij met een hele groep vakorganisten eruit gestapt, en de gelegenheid deed zich voor om hier in Groningen organist te worden. Wij kerkten toen al af en toe in de Nieuwe Kerk. Een van onze vier kinderen, mijn jongste dochter, heeft op een gegeven moment belijdenis gedaan in die kerk, en mijn vrouw en ik hebben op dat moment ook besloten om daar lid te worden. Het is wat dat betreft niet direct om geloofsredenen, het was eigenlijk een muzikale breuk. Of nou ja… misschien is het toch ook wel heel snel een ander soort geloofsbeleving daar geworden. Die klassieke liturgie – ik ben dat steeds meer gaan waarderen.”

Wij besluiten het interview door naar het nieuwe orgel te gaan kijken. Ik krijg een demonstratie van dit drie-klaviersorgel en word aan de achterkant zelfs even het orgel ingevoerd, een kijkje in het woud van pijpen. Erg interessant, ik krijg uitleg over termen als Choir, Great en Swell – dat laatste kende ik nog niet: ik druk me misschien amateuristisch uit maar ik begreep dat een organist met de Swell de mogelijkheid krijgt via een pedaal meer of minder demping/expressie aan het geluid te geven. Ik krijg uitleg over verschillende registers en geniet van het geluid. Het is een mooie, volle klank. Ik denk dat een echte orgelkenner nog een keer een mooie beschrijving moet maken van alle bijzonderheden – ik waag me er niet aan…

Wat is dit precies voor een orgel, en waar komt het vandaan?

“Het is een Bishop-orgel; Bishop was een bekende orgelbouwer uit de negentiende eeuw. Het orgel komt uit een kerk in Birmingham. Daar stond het in een nis zodat we de zijwanden nog wel moesten toevoegen. De kerk waar het stond is tijdens een windhoos zwaar beschadigd, er is lekwater in het orgel gekomen en het was toen slechts gedeeltelijk bespeelbaar. Heel wat werk aan de winkel – er is nog ergens een foto waarop ik in mijn tuin die toetsen van het klavier sta schoon te poetsen.”

En wanneer wordt dit orgel ingewijd?

“Voor het eerst gaat het op eerste adventszondag gebruikt worden, 29 november. Jammer dat het niet eerder kan, jammer ook dat maar zo weinig mensen erbij kunnen zijn in de huidige omstandigheden. We gaan binnenkort een promotiefilm maken die op internet te bekijken zal zijn. Zo kan men toch ook thuis een indruk krijgen!”