Alice Henkel: “Wat betekent het geloof voor jou?”
Een vrouw met een verhaal
stadjer8.jpg

 

Alice woont sedert 1999 in het stadshart van Groningen, grootgebracht met bijbelse verhalen door een vader die predikant was. ‘Geloof’ was iets dat ver van haar afstond. Pas op latere leeftijd voelde zij zich ‘aangeraakt’. Tegenwoordig bezoekt ze regelmatig de ochtendgebeden in de Stefanuskerk. Wij mogen met haar terugblikken op de reis hiernaartoe.

Ria van Dijk-Hilberts

Hoe kijk jij terug op je jonge jaren?

"Wanneer ik terugdenk aan die tijd, denk ik aan mijn oma in Oud-Zuid in Amsterdam. Vanaf mijn derde levensjaar zei ik altijd: ‘Ik wil zo wonen als zij’. Die omgeving en zo te leven was mijn voorbeeld. Ze nam mij vaak mee naar het Rijksmuseum (mijn grootvader was daar waarnemend directeur geweest) en liet mij kennismaken met kunst. Ik vond dat als kind allemaal heel gewoon: een vleugel in de kamer, heel veel boeken en heel veel mooie dingen om je heen.

 

"Mijn vader was predikant, geen gemeentepredikant maar secretaris van de Raad voor Kerk en School. Hij preekte overal en nergens en ik ging vaak met hem mee. Ik ging naar een School met de Bijbel (‘Dat kan niet anders’, zei mijn vader, ‘vanwege mijn functie’) en ik wilde ook wel naar catechisatie, maar alleen bij een dominee die bij mij paste. Het werd een dominee van een vrij liberale gemeente. De verbondenheid met een gemeente heb ik nooit zo beleefd zoals ik dat nu doe. Mijn moeder die zich wel had laten dopen en belijdenis had gedaan, ging eigenlijk nooit mee. Te druk met het grote huishouden. Zij nam het mij ook kwalijk dat ik mijn eerste huwelijk liet inzegenen in de kerk, omdat mijn echtgenoot dat toen graag wilde. Een gemeente zag ik dus vooral door de ogen van mijn vader.

 

 

---> “De verbondenheid met een gemeente heb ik nooit zo beleefd zoals ik dat nu doe”

 

“Mijn schoolloopbaan was een grote ellende: na de lagere school ging ik naar het gymnasium, werd teruggezet naar mulo en tot slot naar de huishoudschool; ik deed gewoon niets op school… Wat ‘geloven’ betekent, ik wist het niet. Als puber vertelde ik aan anderen dat geloof onzin was; ik wist het gewoon niet voor mezelf.”

 

… en toen?

"In 1963 ben ik naar Duitsland gegaan, waar ik mijn eerste man leerde kennen. Voor ‘kerk’ was er toen geen plaats in het leven dat ik leidde. Ik was politiek zwaar geëngageerd. Eindeloze discussies voeren, maar die gingen niet over het geloof. De kerk was op dat moment in mijn ogen een instrument om te heersen. Mijn huwelijk liep stuk.

 

"Daarna liep het allemaal nogal chaotisch. Ik heb allerlei banen gehad en uiteindelijk besloot ik alsnog te gaan studeren. Via een streng toelatingssysteem (toelatingsexamen) werd ik toegelaten tot de universiteit en studeerde Duitse literatuurwetenschap en geschiedenis. De verhouding kerk en staat door de eeuwen heen was een onderwerp waar ik nieuwsgierig naar was. Mijn wens was om te gaan werken in een wetenschappelijke bibliotheek.

 

---> “Men vond dat ik te communistisch was”

 

 

“Jammer genoeg moest ik na drie jaar stoppen met mijn opleiding. Niet vanwege studieprestaties, want die waren prima, maar omdat men vond dat ik te communistisch was. Dat zou betekenen dat ik hoe dan ook, net als mijn man, een ‘Berufsverbot’ zou krijgen. Mijn tweede man werkte als docent voor een organisatie die onder andere zorgde voor begeleiding en Duitse les voor vluchtelingen. Door zijn Berufsverbot werd hij ten slotte ontslagen, wat het leven niet makkelijker maakte. Mede daardoor liep ook dit huwelijk stuk.”

 

Groningen…

"In 1986 ging ik terug naar Groningen en woonde tot 1999 in een flat op Toplicht; daar heb ik het goed gehad. De flat werd afgebroken en ik kreeg wonder boven wonder woonruimte toegewezen in het stadshart van Groningen, een benedenwoning met tuin zelfs! Ik woon graag in een bruisende omgeving, precies wat ik wilde dus.

 

"Tegenwoordig werk ik als vrijwilliger bij de Martinikerk als gastvrouw en kom ik in gesprek met allerlei mensen. Soms zeer kerkelijk betrokken en soms ook helemaal niet. Ik zeg wel eens: ‘Je mag mij alles vragen hoor, want ik ben een oude heiden!’ (ik provoceer graag een beetje). Verder ben ik betrokken bij het Plus-café waar we ook met een toneelgroep zijn gestart. Onder leiding van een schrijver-regisseur die een kennis ons aanraadde, vonden we helemaal onze draai. Met deze man kwamen gesprekken op gang over religiositeit, geloof en wat dat voor hem betekende. We gingen samen naar de cantatediensten in de Nieuwe Kerk. Het was een verademing voor mij: liederen, tekst, gebed en het samenzijn als gemeenschap. We lazen samen de Bijbel en gingen dieper de tekst in: wat staat daar nu eigenlijk en hoe moeten we dat nu zien? Gelijktijdig gingen we ook naar orgelconcerten en musea.

 

“Tegenwoordig vraag ik aan veel mensen: wat betekent het geloof voor jou? Ik krijg heel verschillende antwoorden en misschien, of juist daardoor, voel ik me ‘aangeraakt’. In de herfst van 2019 kwam ik voor het eerst op deze manier in de Stefanuskerk in Noorddijk; het voelde goed en al gauw voelde ik me daar echt welkom. Nu in 2021 ben ik een van de regelmatige kerkgangers bij het ochtendgebed, het doet me goed en daarom heb ik besloten om me nu, in 2021, aan te sluiten bij deze gemeente.”

 

Bijbelkennis heb je wel; wat is voor jou het mooiste verhaal?

“Het boek Ruth, daar voel ik mij het meeste mee verwant.”