“Politiek kun je nooit bedrijven van achter je bureau”
stadjer2-1.jpg

Interview met wethouder Inge Jongman van de ChristenUnie

 

Inge Jongman ging in 1997 de politiek in. Ze werkte op dat moment in het bankwezen, was weliswaar actief in het kerkelijk werk, maar had nog nooit aan de politiek gedacht. Totdat ze David de Jong, het toenmalige Groninger raadslid voor het GPV (in 2000 opgegaan in de ChristenUnie) hoorde spreken over een heikele kwestie. De manier waarop hij dat deed – namelijk op een verbindende toon – sprak haar aan. Toen er vervolgens in het kerkblad een oproep stond voor een steunfractielid, bedacht Inge Jongman zich niet en solliciteerde. Het was het begin van een succesvolle politieke carrière. In 2002 stond ze als nummer twee op de lijst voor de ChristenUnie en werd raadslid. Sinds 2019 is ze wethouder van Zorg & Welzijn, Sport, Dorpenbeleid, Landbouw, Natuur, Ecologie & Dierenwelzijn. Daarnaast is ze dorpswethouder van Ten Boer. Wie is deze politica die al zo lang actief is in de Groninger politiek?

Annelies Noordhof – Hoorn

 

Bent u eigenlijk een geboren en getogen stadjer?

“Nee, ik ben geboren in Smallingerland (Drachten) in Friesland. Tot mijn zevende heb ik daar gewoond en toen verhuisden we vanwege het werk van mijn vader naar Groningen. Ik voelde me snel thuis in Groningen. Mijn ouders spraken wel Fries met elkaar, maar niet met ons. Daardoor had ik direct aansluiting met de andere kinderen in mijn klas. Overigens spreek ik wel Fries – al moet ik er even inkomen. Ik ben opgegroeid in de Rivierenbuurt en daar heb ik goede herinneringen aan. We speelden veel in de buurt, maar ik was ook regelmatig in het centrum waar mijn oma woonde. Ik zie mezelf nog aan de hand van mijn oma door de Oude Ebbingestraat wandelen – als kind vond ik dat heel indrukwekkend. En nog steeds vind ik Groningen een prachtige stad.”

 

Waar neemt u uw gasten (als dat in de toekomst weer kan) in ieder geval mee naartoe als ze Groningen voor het eerst komen bezoeken?

“Nou, de meeste familie en vrienden kennen Groningen al, maar wat ik echt heel mooi vind is het Martinikerkhof. Op de Grote Markt is het levendig en dynamisch met de markt en winkelend publiek, maar vervolgens, als je achter de Martinikerk op het Martinikerkhof uitkomt, is het daar een oase van rust. Ik denk dat ik mijn gasten daar mee naar toe zou nemen en daarna naar de Prinsentuin voor een kopje koffie. Vanaf daar fietsen we verder naar een andere plek: het Stadspark, of Kardinge of misschien ook wel de stad uit naar Noordlaren, om weidevogels te spotten. Groningen heeft zo’n mooie mix: het centrum is indrukwekkend, maar je bent ook zo op het platteland.”

 

Is er iets wat u nog zou willen veranderen aan de stad?

“Die vraag kun je op twee manieren beantwoorden. Je kunt kijken naar fysieke of sociale veranderingen. Wat het fysieke betreft: ik denk dat het heel belangrijk is om te behouden wat er is, maar ook om ruimte te maken voor nieuwbouw. Een stad is altijd in ontwikkeling. Soms geven nieuwe elementen ook weer elan aan oudere gedeelten van de stad. Dat zag je bijvoorbeeld bij de komst van het Groninger Museum. Daar is veel om te doen geweest, maar toen het Museum er eenmaal stond, bleek dat heel veel mensen vanaf het station over de museumbrug (de H.N. Werkmanbrug) via de Folkingestraat naar het centrum liepen. De Folkingestraat herleefde, waardoor de Synagoge en de oude Joodse buurt weer volop in de belangstelling staan. Hetzelfde geldt voor het Forum en de bouw van het nieuwe hotel op de Grote Markt. Ook dat zal weer nieuwe aandacht genereren.”

 

Bent u meestal vóór verandering?

“Nee, niet per se. Soms ben ik voor, maar soms denk ik ook: moet dat wel écht? Bij zo’n standpunt draait het overigens niet om mijn persoonlijke voorkeuren. Ik probeer altijd door de bril van de inwoners te kijken. Voor een goede besluitvorming is het belangrijk om zoveel mogelijk mee te krijgen. Feiten – op basis van onderzoek – zijn héél belangrijk, maar daarnaast is het ook van groot belang om het gesprek aan te gaan met inwoners, om uit te vinden wat er leeft bij de mensen. Juist ook bij die mensen die niet zo snel hun stem laten horen. Dat vind ik misschien wel het mooiste onderdeel van mijn werk: uitvinden wat iemands mening is en om dat mee te nemen in de politieke besluitvorming. Politiek kun je nooit bedrijven vanachter je bureau!”

 

Het ging net over fysieke veranderingen. Wat zou u in sociaal opzicht willen veranderen aan de stad?

“Allereerst vind ik het prachtig om te zien hoe we in deze crisistijd om elkaar denken. Er worden allerlei initiatieven genomen. Op kleine schaal in de wijken, maar ook grote organisaties en kerken vinden elkaar. Heel mooi. Ook met iets kleins kun je trouwens al bijdragen. Een praatje maken in de buurt of iets doen voor een ander. Tegelijkertijd weet ik ook dat het altijd beter kan. Dat er nog steeds inwoners – jong en oud – buiten de boot vallen. Ik zou graag zien dat álle inwoners van de gemeente Groningen het gevoel hebben dat ze erbij horen. Kinderen, verslaafden, mantelzorgers, ouderen, iedereen verdient een plek in de stad. Die wens probeer je in de politiek om te zetten in concreet beleid. Waar is bijvoorbeeld in Groningen in de nabije toekomst plek voor onze ouderen? Hoe moeten we hun toekomst vormgeven? Dat is een heel belangrijk vraagstuk.”

 

Ligt u wel eens wakker van vraagstukken?

“Nee, ik ben een goede slaper. Maar ik word wel eens midden in de nacht wakker met oplossingen. Dan denk ik: zó moeten we het doen. Onbewust ben ik er dus wel mee bezig. Dat kan ook niet anders. Het zijn grote vragen en ik ben bestuurlijk verantwoordelijk. Politiek is bovendien een kwestie van wikken en wegen, van geven en nemen. Neem bijvoorbeeld de verruiming van de openingstijden op zondag. Ik heb als wethouder tegen die verruiming gestemd. Het is ook goed om het te zeggen als je het niet met iets eens bent en dat kan gelukkig ook in deze coalitie. Tegelijkertijd respecteer ik dat een deel van de winkeliers die verruiming wel wenste en dat er uiteindelijk in meerderheid voor is gestemd.”

 

U bent al meer dan twintig jaar actief in de politiek. Waar bent u – als u terugkijkt – het meest trots op?

"Oei, dat is een moeilijke vraag … Je werkt ergens naartoe en als het dan klaar is, ga je weer door. Er is zoveel waar ik met veel tevredenheid op terug kijk. Subsidie voor een vrijwilligersinitiatief. Nieuwe bankjes in het Stadspark. Een nieuwe sportplek. Een verbeterd verkeersplan. Maar als ik iets recents moet kiezen, dan ben ik trots op de realisatie van het Overweeghuis omdat vrouwen hier tot rust kunnen komen. Dat dat is gelukt, mede dankzij inzet van vrijwilligers, geeft mij ve