Interview met Rachel Wardenaar: “In ons leven gebeurt niets voor niets”
stadjer1.jpg

Onze redactie groeit. Een nieuwe redacteur komt onze gelederen versterken, en dat is voor mij aanleiding genoeg om iemand aan de tand te voelen. Ik ga bij Rachel Wardenaar op bezoek

Reinder de Jager

 

Nou ja, op bezoek… dat is in lockdown-tijd de term niet. In de week na 14 december moest alles weer digitaal, ook de redactie vergaderde vanaf dat moment weer via Zoom. Voor mij werd dit de eerste keer dat ik ook een interview via Zoom ging afnemen. Ik zal u nu alvast verklappen: dat zal niet mijn favoriete bezigheid worden. Iemand telefonisch of via de computer interviewen mist de levendigheid van de menselijke interactie, je zorgt zelf van tevoren maar voor de koffie. En dan de technische problemen: een haperende verbinding, die camera die aan de andere kant eerst niet werkte. Ik zag haar niet!

 

Toen drong het opeens tot mij door dat Rachel mij ook niet zag, dat zij het met mijn stem maar te doen had: dat had niets met techniek te maken, maar alles met het feit dat zij blind geboren is.

 

Rachel, in de redactie heb jij je al even voorgesteld, maar onze lezers weten nog van niets… Mijn eerste vragen gaan dan ook over wie, wat, waar… Het waarom komt daarna!

“Ik ben Rachel, 22 jaar oud. Ik ben opgegroeid in Harkstede, maar woon nu al een tijd in de stad, bij mijn moeder. Ik voel me een echte stadjer, en ik zoek dan ook een studio in de stad om daar uiteindelijk te gaan wonen.”

 

Ik weet dat je theologie studeert op dit moment. Op welke middelbare school heb je gezeten?

“Ik zat op het Augustinus College in de stad, een protestants-christelijke school.”

 

Ben jij van huis uit christelijk opgevoed?

“Nou nee, helemaal niet eigenlijk… Dat wil zeggen: ik ben wel met de kinderbijbel opgegroeid, mijn ouders vonden dat ik kennis moest maken met die verhalen. Later ben ik mijzelf er meer in gaan verdiepen, en toen is dat uit de hand gelopen…” (lacht)

 

Waren je ouders wel van gelovige afkomst?

“Ja, mijn vader kwam uit een gereformeerd nest, mijn moeder is luthers opgevoed. Ze hadden er allebei niet zo veel meer mee. Mijn vader heeft zich zelfs laten uitschrijven. Mijn moeder ziet zichzelf nog wel als christelijk c.q. luthers, maar ze gelooft niet meer zozeer in al die christelijke doctrines van de opstanding en dergelijke – bij haar zijn de normen en waarden het belangrijkst.”

 

Je vertelt dat het bij jou uit de hand gelopen is met jouw belangstelling voor de bijbelverhalen. Hoe komt dat?

“Ik zou naar type-les gaan maar ben in plaats daarvan naar godsdienstles gegaan. Daar werden mooie verhalen verteld. Mijn ouders wisten dat natuurlijk wel, en toen mocht dat ook wel, als ik mijn type-lessen daarna maar ging volgen! Later op de middelbare school heb ik me er meer in verdiept en ben erover gaan dromen. Mijn ouders mochten dan wel zeggen dat het allemaal niet klopte, maar ik heb een paar religieuze ervaringen gehad en ik kan het niet anders omschrijven dan dat God mij op een gegeven moment overgenomen had. Ik ben op zoek gegaan naar een kerk waarbij ik me zou kunnen aansluiten. Ik ben pas anderhalf jaar geleden gedoopt.”

 

In de Lutherse kerk?

“Ja, uiteindelijk dan toch. Ik ben eerst wel in allerlei andere kerken gaan kijken, als jongere dacht ik toch eerst aan bijvoorbeeld de VBG of aan andere massalere kerken. Maar ik had goede herinneringen aan kerstdiensten in de kerk van mijn oudoom (die luthers predikant was), waar mijn oma en mijn moeder ook heen gingen. In mijn eerste studiejaar werd ik lid van een dispuut (waar ik nu voorzitter van ben) en er bouwde zich een gemeenschap op van jongeren die ook geloofden. Aansluiting bij jongeren werd minder belangrijk, toen. En ik wilde graag gedoopt worden. Het voelde uiteindelijk als een warm bad om hier in Groningen mij bij de kleine Lutherse kerk aan te sluiten – juist omdat ik verlegen ben en ik in een kleine groep meer tot mijn recht kom.”

 

Heeft jouw tot-geloof-komen nog iets te maken met vragen die jij jezelf gesteld hebt rond blind geboren zijn?

“Zo zou ik het niet direct willen zeggen. Ik weet niet beter dan dat het zo is. Misschien heeft het meer te maken met het directe gevolg van mijn blind-zijn: ik heb me in mijn jaren op het bijzonder onderwijs waar veel gepest werd, vaak heel eenzaam gevoeld, tot in mijn puberteit aan toe. Dus niet zozeer dat de blindheid mij existentiële vragen gegeven heeft, maar God kon binnenkomen in mijn eenzaamheid. Ik geloof ook dat er niets voor niks gebeurt in het leven. Overigens ga ik me de laatste jaren steeds beter in mijn vel voelen. Daar draagt mijn lidmaatschap van het dispuut en mijn thuiskomen in de Lutherse kerk aan bij. Wel heel jammer dat corona daar nu doorheen komt – het is toch minder leuk nu.”

 

Van welk dispuut ben jij nu voorzitter?

“Het dispuut Bonifatius, een vereniging van theologiestudenten door alle jaarlagen heen.”

 

Je studeert nu vier jaar…

“Ja, ik hoop in juni mijn bachelor af te ronden. Ik heb er wat langer over gedaan, omdat ik ook eerst Grieks en Hebreeuws heb moeten leren. En dat Hebreeuws – dat was nog een verhaal apart. Ik heb het grote geluk gehad dat er in Nederland een man is die de Hebreeuwse bijbel in braille heeft omgezet en die heeft ook de lesmethode omgezet in braille. Die man (Peter Broers) is inmiddels al in de tachtig en helpt nog steeds blinde studenten.”

 

Wat ga je in je master-fase kiezen?

“Ik wil de master gemeentepredikant en met het vak geestelijke verzorging doen. Ik wil uiteindelijk graag geestelijk verzorger in een instelling worden, het liefst in de psychiatrie.”

 

En toen hoorde je dat er een vacature was bij Kerk in Stad…

“Ja, dat hoorde ik van Rob Kroes – die vertelde me dat. Ik schrijf graag. Interviews lijken me leuk, maar ook overpeinzingen, columns – dat soort dingen. Ik was op zoek naar iets wat ik naast mijn studie kon doen!”