Signalen van God
theologisch-artikel5.jpg
Genezing van de blinde man, olieverf op doek, Brian Jekel, 2008.

Als deze Kerk in Stad verschijnt, is dat precies een jaar na de eerste maatregelen die door de regering werden aangekondigd om het coronavirus te bestrijden. Op 12 maart 2020 werd de zogenaamde ‘intelligente lockdown’ ingesteld. Sindsdien leven we onder corona-condities.

 

Tiemo Meijlink

 

Met condities bedoel ik niet alleen de regels waaraan we ons moeten houden, maar ook de eindeloze discussies in de media, het verzet tegen de maatregelen, de complottheorieën, de reeks van rampzalige gevolgen die volgens deskundigen deze crisis zal hebben zoals leerachterstanden in het onderwijs, blijvende psychische problemen bij allerlei groepen mensen, faillissementen en de negatieve economische consequenties op de langere termijn. Wat mij misschien wel het meeste heeft getroffen in dit jaar, is de obsessieve aandacht die een omvattende crisis kennelijk kan opeisen. Een bijna permanente focus op corona. Vele malen was het eerste woord van de dag dat ik via mijn wekkerradio hoorde: Corona! Terwijl ik toch Radio 4 erop heb staan – de klassieke muziek(!)zender – en een tijd instel die niet samenvalt met het nieuws.

 

Hoe kun je je onttrekken aan een dergelijke permanente stroom van voornamelijk negatieve informatie? Alsof er niet ook nog allerlei andere dingen gebeuren in de wereld. Hoe kun je jezelf geestelijk oefenen om je aandacht te verleggen, en je niet steeds maar mee te laten sleuren door de zuigkracht die deze crisis met zich meebrengt? Lees een boek, ga aan het werk, maak een wandeling, luister naar muziek, let op het veranderende jaargetijde, speel een spel, maak een dagprogramma waarin het nieuws slechts een beperkte aandacht krijgt. Bijna ongemerkt terwijl ik deze reeks opschrijf, denk ik ook aan het evangeliewoord: Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid…! Het is de oproep van Jezus in de Bergrede die daarmee in één klap de aandacht verlegt van onze dagelijkse obsessies naar de wereld als geheel voor het aangezicht van God.

 

God en de pandemie

Al vrij snel nadat de coronacrisis om zich heen greep in Europa, verscheen er een boekje van bekende Britse theoloog Tom Wright: God en de pandemie. Een theologische reflectie op het coronavirus en wat volgt. De schrijver is een bekend en hoog gewaardeerd bijbelgeleerde. Hij schreef onder andere belangrijke werken over de brieven van de apostel Paulus, en hij is ook een heel aantal jaren bisschop geweest in de Anglicaanse kerk. Rond Pasen vorig jaar – dus al in april – schreef hij dit boekje over corona. In de zomer verscheen het in Nederlandse vertaling. Het is een uitwerking van een kort essay dat hij op verzoek had geschreven voor Time Magazine, een bekend Amerikaans opinieweekblad.

 

Misschien denk je als lezer: dat zal dan wel gaan over de vraag of deze pandemie Gods werk is, en vervolgens of wij hierin een teken, een boodschap van God moeten zien. Zo worden immers heel vaak rampen die ons overkomen geïnterpreteerd. Het dagblad Trouw noemde in 1953 de watersnoodramp een ‘oordeel Gods’ over het trotse en hoogmoedige karakter van ons volksleven. Maar Tom Wright gaat in zijn theologische reflectie een heel andere weg, en hij vindt daarvoor aanknopingspunten in het Nieuwe Testament. Zo stelt hij dat als er in de evangeliën gesproken wordt over tekenen en wonderen – zeg maar signalen van God – dat eigenlijk altijd positieve gegevens zijn: geen rampen of ongelukken maar genezingen die door Jezus worden gedaan, verlossende en helende daden. En het teken bij uitstek van Gods werken in deze wereld, is Jezus Christus zelf, de gekruisigde die is opgewekt. Daarom moeten wij volgens Wright nooit achter Jezus’ rug om gaan speculeren over wat God ons allemaal wel en niet zou aandoen. Je zou kunnen zeggen: God heeft ons Jezus Christus aangedaan, als diepgaand, oordelend en bevrijdend teken van Zijn werken in onze wereld.

 

Dat teken bij uitstek wordt in de kerk serieus genomen, en beleden als onze verlossing en bevrijding. En in de Geest van dat teken leeft de kerk haar leven en zoekt zij haar weg van navolging. Wright noemt in dat verband verschillende teksten in het Nieuwe Testament waarin gerefereerd wordt aan een ramp of een ongeluk of ziekte. Bekend is bij voorbeeld de tekst in Johannes 9 waarin aan Jezus de vraag gesteld wordt met betrekking tot een man die blind geboren is: Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders? Waarop Jezus antwoordt: Noch zijn ouders noch hij zelf heeft gezondigd, maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden. Vervolgens wordt de man genezen door Jezus. De vraag naar de schuld of de zonde wordt dus door Jezus de pas afgesneden: het gaat om genezing, dat is wat hier moet gebeuren. Ook op andere plaatsen in het Nieuwe Testament wordt een dergelijke beweging gemaakt: niet de vraag naar het waarom van een ramp, ook niet dat een ramp een indirecte oproep tot bekering zou zijn, maar eerst en vooral: helpen, solidair zijn, bevrijdend aanwezig zijn als een ramp geschiedt of een ziekte uitbreekt – dat is wat de gemeente van navolgers moet doen. Want zo wordt Gods bevrijdende werken in deze wereld openbaar.

 

Dit boekje is echt de moeite waard om met aandacht te lezen, misschien wel gezamenlijk in een bijbelcursus als dat fysiek weer mogelijk is. Hoe dan ook: ik denk dat het een bemoedigende aansporing is in de huidige crisis te leven vanuit en met dat bekende woord uit de Bergrede: Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn bevrijdende gerechtigheid!