Laat Mij gaan en ga

Het lijkt al weer heel lang geleden, want het was de zomer voor het coronavirus ons overviel, maar ik weet nog wel hoeveel indruk het op me maakte, tijdens een bezoek aan de tentoonstelling van Rembrandt in het Rijksmuseum in Amsterdam. Voor het eerst zag ik daar twee schilderijen van de Hollandse meester met als thema: de afneming van het lichaam van Jezus van het kruis. Bij een van de twee verbeeldingen heeft Rembrandt zichzelf ook geschilderd en helpt hij mee bij de afname. Wat mij trof was de zorgvuldigheid en liefdevolle aandacht die uit het schilderij sprak bij dit ritueel van uiterste loslating.

Alberte van Ess

 

theologisch-artikel6-1.jpg

 

Ik laat los

In de gebedsretraite naar Pasen toe, die werd aangereikt rondom het Latifagebed, is er ook een bede: ik laat los. Dit breed oecumenisch gebed heeft betrekking op de verschillende dimensies van ons menselijk bestaan en daar hoort blijkbaar ook loslaten bij. Bij die bewuste bede leg je je hand tegen je keel aan en buig je het hoofd. Als teken van overgave. Die hand op je keel is niet zo prettig, zoals wij loslaten meestal ook niet zo prettig vinden. Als vanzelf slik je dan iets weg. In het gebed staat de bede: ‘ik laat los’ na ‘ik geloof en vertrouw’. Om te kunnen loslaten moet je eerst geloof en vertrouwen hebben, dat je kan loslaten. Beetje bij beetje je eraan durven overgeven. Los te laten wat je niet meer nodig hebt. Als ‘ballast’ achter je te kunnen laten. Na de bede om het loslaten volgt: ‘ik heb lief’. Als je kwijt bent wat je dwars zat, kan er ook ruimte komen voor het stromen van de liefde.

 

Raak me niet aan of houd me niet vast

In het Paasevangelie ons overgeleverd door Johannes wordt ook gezinspeeld op loslaten met die bekende, of moet ik zeggen, beruchte woorden van Jezus tegen Maria Magdalena in de tuin. “Raak me niet aan!” of “Houd me niet vast!”

 

De meer hedendaagse vertalingen, zowel de NBG-vertaling van 1951 en de nieuwste van 2004 houden het op het laatste als de beste vertaling van Johannes 20:17. Maar als “Raak mij niet aan!” hebben de eerste woorden van de opgestane Jezus volgens het evangelie van Johannes geschiedenis gemaakt. Ze golden als een verbod voor Maria Magdalena om de opgestane Heer aan te raken. Daarmee een veelbesproken thema in de geschiedenis van de kerk, maar het leidde ook tot verbeeldingen in de kunst. Noli me tangere, in het Latijn. U kent wellicht de afbeeldingen, waarbij de handen elkaar net niet raken.

 

Maar hoe je het ook wendt of keert, het is niet hetzelfde. En dat is niet alleen een kwestie van moderner taalgebruik. Het had ook te maken met de beeldvorming rondom Maria Magdalena. En daarbij is het ook nog de vraag hoe je deze woorden uitspreekt. De toon waarop iets gezegd wordt, wil ook wat. Als er kortaf wordt gezegd: Raak me niet aan, dan klinkt het bijna als: Blijf van me af! Een heel verschil met als meer liefdevol wordt gezegd: Houd me niet vast. Eigenlijk lijkt het in tegenspraak met het Paasverhaal van de evangelist Mattheus, waar Maria Magdalena de opgestane Heer wel mocht aanraken. En waarom nodigt de opgestane Heer later zijn leerling Thomas uit om Hem aan te raken teneinde tot geloof te komen? Of gaat het niet om de aanraking op zich, maar om het vasthouden? Beide vertalingen zijn mogelijk.

 

Die ene stap

“Houd Mij niet vast”, zei Jezus. “Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader.” De Opgestane gaat naar zijn Vader, van wie Hij ook is uitgegaan. En Maria? “Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen, dat ik ben opgestegen naar mijn Vader…”, krijgt zij te horen. Beiden, Maria en Jezus, moeten in beweging komen. Het gebaar van vasthouden zou hen belemmeren om hun opdracht te vervullen. “Laat Mij gaan en ga!” Dat is eigenlijk wat Jezus wil zeggen.

 

Niet alleen in Jezus’ ontmoeting met Maria, nadat Hij is opgestaan, speelt loslaten een belangrijke rol. Ook in andere verhalen van Jezus komen we het meerdere malen tegen. Als het gaat om bekering, je omkeren, waartoe Hij vaak oproept, gaat het om het breken met een leven, zoals dat tot dan toe is geleefd. Het opgeven van dat wat die navolging in de weg kan staan. Loslaten heeft daarmee ook te maken met overgave. Je durven toevertrouwen aan iets nieuws en onbekends. Die ene stap te durven zetten. Ik geef me er aan over in geloof en vertrouwen. Loslaten schept daarom ook ruimte. Net als het volk Israël op doortocht door het water gaan om er herboren weer uit op te staan.

 

“Laat Mij gaan en ga!” Het is blijkbaar niet de bedoeling dat Maria in een hoekje blijft treuren. Werkelijke liefde kan betekenen dat je de ander durft te laten gaan. Maria, de Magdaleense, moet er ook zelf op uit en heeft daarbij een nieuwe taak gekregen. Loslaten is daarmee het verhaal van Pasen: in beweging komen van opstaan uit de dood tot een nieuw leven.

theologisch-artikel6-2.jpg