Oneindig klein, oneindig groot
bij-de-tijd7.jpg
’t Roegwold, Henk-Jan van der Klis 2018, CC BY-NC-ND 2.0

 

Lekker is dat, dit weekend. Gedoe om een reformatorische school die kinderen dwingt om tegen hun wil uit de kast te komen over hun homoseksuele geaardheid, en kerkgangers die journalisten mishandelen. Mag ik morgen tegenover de wereld weer uitleggen dat ik niet tot een enge sekte behoor, dat ik van gereformeerden huize ben maar dat er gereformeerd is en gereformeerd, en alles ertussenin. Het is rumoer, het zijn vieze modderspatten op de eeuwigheid. Eigenlijk de moeite van het noemen niet waard. Laten we het liever over die eeuwigheid hebben.

 

Reinder de Jager 

Ik las van de week een artikel in De Volkskrant over iets wat de natuurkunde, ja ons begrip van de werkelijkheid, op zijn kop zou zetten. Nu weet ik niet hoe dat u vergaat, maar sinds de natuurkundeleraar op de middelbare school ons probeerde uit te leggen dat de zwaartekracht niet ‘bewezen’ is, dat hij ook eigenlijk nog niet begrepen is, ben ik afgehaakt. Als eenvoudig koster weet ik dat tot nu toe altijd alles naar beneden valt, ten detrimente van ons kostbaar aardewerk. Dat neemt niet weg dat zo’n artikel mij mateloos intrigeert. Er wordt gerept over een vijfde, onbekende natuurkracht, over statistisch bewijs van een nieuw deeltje, een leptoquark – “als natuurkundigen aan dit touwtje gaan trekken, kunnen ze ook de laatste raadsels van de natuurkunde oplossen”, zelfs de zwaartekracht bewijzen.

 

Ik word altijd wat licht in het hoofd als wetenschappers dit soort vergezichten schetsen, zoals het me ook duizelt als ik me oneindigheid en eeuwigheid probeer voor te stellen. Wanneer ik naar de kerk fiets kijk ik graag naar rechts, de verte in van het kale Roegwold – een betrekkelijke oneindigheid. Dat is goed voor mij als computerschermmens, maar ik moet niet te veel de oneindigheid inkijken, want er kan zomaar een dikke tak op het fietspad liggen; ik sta ook erom bekend dat stilstaande auto’s een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uitoefenen – ook dát heeft de natuurkunde nog niet kunnen verklaren. Wij mensen zien onszelf graag als middelpunt van de werkelijkheid, maar zijn wij misschien juist de leptoquark in het oneindig universum? “Kijk”, zegt daar een Wetenschapper: “We hebben net een onooglijk, nieuw deeltje ontdekt, wij noemen het Mens, en het verklaart precies waarom dingen niet gaan zoals zou moeten!”

 

Oneindig klein, oneindig groot, wat was vóór het begin, wat is buiten het heelal: wij mogen daarover nadenken, duizelen, natuurkunde bedrijven, ons verwonderen. Psalm 8 brengt dat grootse én dat kleine samen zoals alleen poëzie dat kan: U die aan de hemel uw luister toont – met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt U een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken. Misschien moet ik dát morgen eens aan de wereld uitleggen, in plaats van gradaties van gereformeerdendom – ik leptoquark, sterrenstofje, maar wel Gods schepsel, bijna goddelijk gemaakt, in Gods oneindig rijk dat vóór alle tijd was, en zijn zal tot in eeuwigheid. Onvoorstelbaar groot dit, onvoorstelbaar klein en breekbaar in kinderen en zuigelingen…