Onderscheid maken
bij-de-tijd8.png

 

Ik moest vandaag denken aan de keren dat ik als kind-met-een-hazenlip op het schoolplein door drommen kinderen uitgejouwd ben met: “Hazenlip! Hazenlip!”. Dat hele kleine stukje huid werd tussen neus en lippen door mijn wezenskenmerk gemaakt: een jongen gereduceerd tot een litteken. Dat is op microniveau wat onderscheid maken doet: mensen terugbrengen tot één bepaalde eigenschap, met afzien van alles wat de persoon verder nog is.

Reinder de Jager

 

Vandaag hoorde ik bij toeval Dieuwertje Blok. Ze vertelde dat haar ouders in de oorlog tot Jood gemáákt zijn – dat ze weliswaar van Joodse afkomst waren, maar dat dit slechts een onderdeel van hun leven was. De nazi’s reduceerden hun volledige menszijn zo dat er alleen het Joodzijn overbleef – in die tijd een doodvonnis.

 

Dat brengt een ander mechanisme met zich mee: angstige mensen. In mijn studententijd woonde ik in een Utrechtse studentenflat met veertien andere studenten; één van hen, een manlijke student, uitte dag-in-dag-uit zijn afschuw van mietjes, van homo’s, zachtaardige mannen, en debiteerde grollen over vrouwen ‘die een beurt moesten hebben’. Jaren later kwam ik hem nog eens tegen, en hij bleek uit de kast gekomen te zijn, en heel actief in de gayscene. Voor mij illustreert dat hetgeen stigmatisering teweegbrengt: die jongen heeft moeten onderduiken in zijn grove stoerheid. Hij is heel lang niet zichzelf geweest, is verminkt door het leven gegaan. Ik hoop maar dat hij in zijn latere leven wat evenwicht gevonden heeft, gelukkig geworden is.

 

Ik las dit weekend een interview in Trouw met fotograaf Erwin Olaf, waarin hij hard uithaalt naar religie. Hij zegt: “Als homo sta je nét een treetje hoger dan de pedoseksuelen en beland je in concentratiekampen […], word je gemarteld of van een hoog gebouw gesmeten. Met dank aan alle grote wereldreligies, inclusief het christendom waar homoseksualiteit zogenaamd wordt ‘geaccepteerd’. Nou fuck you, ik hoef helemaal niet geaccepteerd te worden. Ik ben wie ik ben […]”. En in dat laatste heeft hij volkomen gelijk, want hij is behalve homo ook nog eens een heel goede fotograaf. Waarom vermelden we bij Rob Jetten altijd dat hij homo is, en bij Sigrid Kaag niet dat zij hetero is? Doet dat ertoe als ze politiek bedrijven?

 

Gé den Boer schreef vorige keer een mooie column, onder andere over die school in Gorinchem en hoe zij over homo’s denken. Het laat de lange weg van homohaat zien die de maatschappij, en dus kennelijk ook de kerk gegaan is, en welke winst er nog te boeken is. Mijn artikel over de sodomieprocessen verderop in dit blad illustreert nog maar eens waar we vandaan gekomen zijn.

 

Maar maakt u zich over mij vooral geen zorgen. Ik ga Bevrijdingsdag vieren, het verbreken van de tirannie van de nazi-ideologie: dat we elkaar weer mogen zien als compleet mens, met feilen en falen, met onderscheiden eigenschappen – maar niet gereduceerd tot iets waarmee we gekleineerd of zelfs gedood kunnen worden. Op mijn lip groeit sinds jaar en dag een snor, en in mijn ziel… daar zit het, wat dat aangaat, inmiddels ook wel snor.