Massahysterie en de zondebok
Homovervolgingen in de achttiende eeuw
kerk-en-samenleving8.jpg
Henricus Carolinus van Bijler - D.J. Noordam (1995), Riskante relaties: vijf eeuwen homoseksualiteit in Nederland, 1233-1733, p. 290

 

Een onverkwikkelijke geschiedenis over marteling en vervolging: waarom zouden we dat nu nog moeten memoreren? Ik denk omdat het ons laat zien hoe omstandigheden zoals ze zich nu ook in deze pandemie voordoen, soms maar één aanleiding nodig hebben om mensen die ‘anders’ zijn tot zondebok te maken. Beschaving is een teer begrip.

 

Reinder de Jager

In de twee jaar na 1730 vond er in de Nederlanden een ongekende golf van homovervolgingen plaats. In die tijd had men het over sodomieten – uiteraard naar Sodom genoemd – maar eigenlijk was sodomie een breder begrip: elke seks die puur uit lust en niet op voortplanting binnen het huwelijk gericht was, viel eronder. Het summum van sodomie was echter (anale) seks tussen mannen. Daarop stond sinds de twaalfde eeuw in Nederland de doodstraf. Met noemde dit ook wel de ‘stomme zonde’, iets waarvoor zelfs de duivel geen naam had. Daders werden tot die beruchte jaren 1730 vaak in het geheim gevonnist en ter dood gebracht. Het lijk werd in zee gegooid of verbrand – aarde mocht niet met hun lichamen bezoedeld raken, anderen mochten geen weet hebben van de zonde die ze hadden begaan.

 

Omslag

Tot de jaren dertig van de achttiende eeuw is er nooit op grote schaal hiervoor vervolgd. Maar in de jaren 1730 tot en met 1732 werden er bijna uit het niets door heel Nederland driehonderd mannen vervolgd, van wie er tachtig ter dood gebracht werden. Die vervolging gebeurde ook in Groningen, in de omgeving van Zuidhorn. Daar werden uiteindelijk 21 mannen en jongens aan de wurgpaal ter dood gebracht – het hadden er 22 moeten zijn, maar één man was daarvoor al op de pijnbank overleden; hij werd alsnog aan de wurgpaal gezet. In het openbaar. Maar daarover later meer.

 

Overgang naar openlijke vervolging

Er is niet één heldere oorzaak te vinden voor deze ongekend massale vervolging. Een toevallige gebeurtenis in Utrecht is wel het startpunt geweest van de gebeurtenissen. Een portier van de Domtoren dreigde gevangen gezet te worden. Om een wit voetje bij de autoriteiten te halen, vertelde hij dat hij twee mannen onderaan de Domtoren had betrapt op sodomie – en wat erger was, hij noemde daarbij namen.

Deze twee mannen werden opgepakt, en omdat er getuigen waren, bestonden er gerede verdenkingen tegen hen. In het procesrecht van die tijd was het van groot belang, dat beklaagden een bekentenis aflegden; als die niet goedschiks kwam, konden ondervragers een beroep doen op de scherprechter om een ‘scherp examen’ af te nemen: dan werd tortuur, marteling, toegepast. Dat gebeurde nooit zomaar: het was echt belangrijk dat er zware verdenkingen waren. De ondervragers hadden van tevoren een lijst met vragen waarop ze afdoende antwoorden wilden hebben. En kennelijk stond op die lijst, of ze het ook met anderen hadden gedaan of anderen kenden die zich hieraan bezondigden.

Daarmee kwam de bal aan het rollen: in een hele keten van bekentenissen, al dan niet op de pijnbank afgelegd, werden steeds meer namen genoemd. Het was al bekend dat er in de grote steden zoals Utrecht, Amsterdam en Den Haag ontmoetingsplekken ontstonden voor seks, en dat er een subcultuur aan het ontstaan was van mannen die het onderling deden. Maar dat er op zulke schaal sodomie bedreven werd, verraste ook de autoriteiten. Stond er in de eerste tijd de worgpaal in de kelder van het stadhuis, later werden de executies openbaar: ter afschrikking, om die ‘grouwelijke sonde’ uit te bannen.

 

Andere factoren

Hadden we het hiervoor over een toevallige reeks van gebeurtenissen – die moesten wel in een vruchtbare bedding vallen. Economisch ging Nederland langzaam onderuit. Daarnaast waren er in de eerste helft van de achttiende eeuw diverse plagen die met de toenmalige stand der wetenschap niet te verhelpen waren: de runderpest, waarbij een groot deel van de veestapel verloren ging. De paalworm, die de houten beschoeiing van dijken aantastte: ernstige overstromingen waren het gevolg. Muizenplagen. Voedsel werd duur, er moesten hoge kosten gemaakt worden om de dijken met stenen te versterken. Een dominee uit Delfzijl, ds. J.A. Mobachius, schreef boeken over de rundveepest en over de zeeworm – en daarin koppelde hij wetenschap aan de liederlijkheid van zijn tijd. Een andere dominee, ds. H.C. van Bijler, predikant onder andere van Faan, schreef er een berucht boek over: Helsche boosheid of grouwelijke sonde van sodomie […]. Daarin schrijft hij, in een parafrase van Prediker, dat de tijd van zwijgen voorbij is, en dat we nu deze zonde aan de kaak moeten stellen.

 

De Mepsche van Faan

Ds. van Bijler was een vriend van Rudolf de Mepsche, een jonker uit het Westerkwartier. Deze steile jonker speelde in de sodomie-processen in het Westerkwartier een kwalijke rol. Ik kan in dit bestek weinig vertellen van de politieke machinaties van die tijd, maar profijtelijke ambten werden verdeeld naar rato van de invloed die men had in de landdag – hoe meer eigenerfde boeren jouw kant kozen, des te beter stond je ervoor. In die tijd speelde een heftige strijd tussen de familie Clant en Mepsche – De Clants beschouwden De Mepsche als een parvenu. In deze machtsstrijd laadde De Mepsche de verdenking op zich, dat hij die uit het westen overgewaaide vervolging van sodomieten gebruikte om tegenstanders weg te werken; weliswaar deed hij dat zo listig, dat ook een enkele medestander ten prooi viel. De meeste slachtoffers van de homovervolging in die tijd vielen in de grote steden – het is bijna ondenkbaar dat er ook op het platteland al zo’n homocultuur ontstaan zou zijn.

 

De gruwel van Faan

Opvallend is de afschuw die er ook in die tijd al heerste. Het was iedereen duidelijk dat De Mepsche zijn boekje te buiten ging. Hij paste, zelfs voor die ruwe tijd, verregaande marteling toe om mensen elkaar te laten beschuldigen. Bovendien waren er ook toen al meer dan geruchten dat dit een ordinaire machtsgreep was.

Er waren op de dag van de executie driehonderd man soldaten uit de stad nodig om de orde te bewaken – dat zegt iets. Ds. Van Bijler sprak, terwijl de slachtoffers al op het schavot stonden, een lang gebed uit. Twee mannen, hoofdschuldigen, werden eerst nog in het gezicht geblakerd voordat ze gewurgd werden. De jongste van de geëxecuteerden was 15 jaar oud. Twee kinderen van 14 werden niet geëxecuteerd, maar moesten toekijken en werden levenslang opgesloten.

 

Nawoord

Wat mij intrigeert: waar komen deze golven van massale hysterie vandaan – heksen, homo’s, Joden, en, in de huidige pandemie, pedofielen… Die giftige trits van economie, sociale omstandigheden en politiek te ontwarren, waar een toevallige gebeurtenis de lont van kan zijn – lijkt me de opdracht.