Groene theologie
bij-de-tijd23.png

 

Lithoijen is een klein, oeroud Brabants dorp. Zo’n 900 mensen leiden daar een stil en gerust leven in de schaduw van een grote negentiende-eeuwse neogotische rooms-katholieke kerk.

Een aantal weken geleden schrokken de inwoners van een enorme knal in de nacht van zaterdag op zondag. Op zondagmorgen bleek waar die knal vandaan kwam: een vuurwerkbom had een geliefd Christusbeeld in het dorp versplinterd. Het lag aan gruzelementen op straat en de bevolking zei ontzet: “Ze hebben een stuk van onze geschiedenis vernield.”

 

Ds. Pieter Versloot

 

Een week later troffen de inwoners een nieuw en verrassend Christusbeeld aan op dezelfde plek: het was gemaakt van gebruikte aluminium blikjes. Die werden in één dag bij elkaar geraapt door drie mensen van de beweging Yes, we can. Deze beweging zet zich in voor statiegeld op blikjes in Nederland. (Oud-minister Pronk pleitte daar in 2001 al voor!) Jaarlijks gooien we in Nederland 125 miljoen blikjes van ons af in de natuur of op straat. Het probleem van aluminium blikjes is de lange afbreektijd: volgens kenners kan het 80 tot een miljoen jaar duren voordat een Red Bull-blikje volledig vergaat.

 

Twee cabaretiers van televisieprogramma Even tot hier maakten van deze nood een deugd: Ze gaven de inwoners van Lithoijen een nieuw beeld van Christus terug, gemaakt van zwerfafval, waar ze weer een miljoen jaar mee verder konden. Het resultaat deed me denken aan de Shoe Christ: een enorm Jezusbeeld in Praag, gemaakt van 1444 afgedankte schoenen door de Tsjechische kunstenaar Pjotr Motyzka.

 

Ik was benieuwd wat de inwoners van Lithoijen van hun nieuwe aanwinst vonden. Hun Christusbeeld werd opgeblazen door mensen, die uit frustratie over het algehele vuurwerkverbod niet wisten wat ze deden. Zij zorgden ervoor dat de dorpelingen letterlijk maar ook figuurlijk een ander beeld kregen van Jezus. Hun eikenhouten beeld, stammend uit de glorietijd van het Rooms-Katholicisme maakte plaats voor een gerecycled product van onze wegwerpmaatschappij. Ze vonden het: “Uniek, creatief, confronterend, met eerbied gemaakt, een waardige vervanger”.

 

“Gelukkig maar, want ze moeten er een miljoen jaar tegen aankijken”, dacht ik eerst. “Dat is niet waar”, bedacht ik me een seconde later. We laten 125 miljoen keer per jaar zien dat we rustig iets weggooien dat nooit vergaat. Dat kan dus ook met een Jezusbeeld gebeuren. Of met Jezus zelf. Die vergaat ook nooit.