Een vrouw in Berlijn
boekbespreking8.jpg

 

Het was met schroom dat ik aan dit boek begon, maar ik ben blij dat ik het gelezen heb en het u kan aanbevelen.

Marian Knigge – van der Schors

Over Een vrouw in Berlijn, dat in 1954 in het Engels in Amerika verscheen, is van meet af aan veel discussie geweest. Zoveel, dat na de eerste Duitse uitgave (pas in 1959 in Zwitserland) de schrijfster besloot dat er tijdens haar leven geen herdruk meer mocht komen. Ze werd met hoon overladen, ze zou de eer van de Duitse vrouw bezoedeld hebben. De schrijfster van dit dagboek heeft geen naam. Later, na haar dood, is bekend geworden dat ze Marta Hillers (1911-2001) heet, een Duitse journaliste, die na de oorlog naar Zwitserland verhuisde.

 

Het gaat om een dagboek dat deze vrouw bijhield in de dagen dat Berlijn ingenomen werd door de Russische troepen. De schrijfster geeft een nauwkeurig verslag van wat er gebeurt, en dan met name wat er met de vrouwen gebeurt. Dat is met één woord samen te vatten: verkrachting. Een niet erg opbeurend onderwerp. Waarom ik vond dat ik het boek toch moest lezen, is omdat verkrachting nog steeds, en het lijkt wel in toenemende mate, een wapen is om de tegenstander te verslaan of in elk geval tot op het bot te vernederen. Hoe dat in Berlijn in 1945 gebeurt beschrijft Anoniem nauwkeurig. Haar verhaal is het verhaal van vele vrouwen, ook nu.

 

Dat je haar verhaal toch kunt lezen zonder er aan onderdoor te gaan, is door de humor waarmee ze de feiten onder ogen ziet. De humor, waarmee ze observeert en tevens becommentarieert, zonder dat je het idee hebt dat ze los is van haar gevoel. Zo blijven de Russen bij haar individuen. Je krijgt een beeld van hoe vrouwen kapot gemaakt worden en niet meer kunnen leven, maar ook een beeld van de kracht van de vrouwen. Vrouwen, die feitelijk in de steek worden gelaten door de mannen, maar die ondanks alles verder gaan en het opruimen van het puin in letterlijke en figuurlijke zin ter hand nemen.

 

Ook over de rol van de Duitse mannen schrijft ze, de helden van het land, zoals zij ze altijd heeft leren zien. De mannen, die nu als een verslagen stelletje sukkels terugkeren, niet in staat om hun vrouwen te beschermen of van nut te zijn. Het beeld van de sterke man wankelt in dit boek. Mogelijk is ook dat een reden voor de vernietigende kritiek op het dagboek, dat pas in 2003, dus na de dood van de schrijfster, opnieuw werd uitgegeven.

 

Tijdens de vele uren van bombardementen in de schuilkelders observeert Anoniem hoe mensen verschillend reageren op de gebeurtenissen. Eén van de dingen waar ze over nadenkt is bidden. Zo overdenkt ze dat er wel een spreekwoord is ‘Nood leert bidden’, maar niet ‘Geluk leert bidden’. Ze komt tot de conclusie: “Eén ding staat vast: dat het een geluk en een gave is om tijdens deze beproevingen, in nood en angst, eenvoudig en zonder schaamte te kunnen bidden.” Om in kritische zelfreflectie toe te voegen: “Ik kan het niet – nog niet, ik verzet me er nog tegen.”

 

Behalve dat het dagboek goed geschreven is, maakt juist deze kritische blik, ook op zichzelf, het boek zeer lezenswaard. Dat het helaas nog steeds ‘nieuwswaarde’ heeft, is diep te betreuren.

 

Anoniem, Een vrouw in Berlijn: Dagboekaantekeningen van april tot juni 1945, vertaald door Froukje Slofstra
Amsterdam: Cossee, 2016
ISBN: 978 90 593 6652 7 | € 12,99