Een sober leven
bij-de-tijd4.jpg

Als ik dit schrijf is het Aswoensdag, niet echt een feestdag (carnaval is achter de rug), maar wel de start van een periode van bezinning en soberheid. Voor wie dat wil zijn er dagelijkse meditaties, waaronder het Ignatiaans bidden, een initiatief van de Jezuïeten. Ook verder keus genoeg: digitaal zijn zoomsessies, podcasts en dagelijkse mails beschikbaar ter verdieping. Ook binnen de PGG worden meditaties aangeboden.

 

Jan Wijbenga

 

Die soberheid beleven we al wat langer. De pandemie heeft ons getraind in een leven met beperkingen. Dat heeft menigeen tot nadenken gestemd, ook over de eigen levensstijl en wat minimale behoeften zijn. Met soms pijnlijke conclusies. De veertigdagentijd voegt daar iets aan toe: de gerichtheid op God en zijn zoon Jezus, de onkenbare die zich alleen in een persoonlijke verhouding laat kennen. Het beeld is dan ook divers, ook onder christenen. Hun Godsbeeld mede gekleurd door het eigen levensverhaal.

 

Onlangs sprak ik een alleenstaande vrouw van 80. Nadat haar man in november overleden was heb ik haar na een terloops contact opgezocht. Al gauw kwam het verhaal van haar leven los. Hoe haar man op 29-jarige leeftijd volledig werd afgekeurd en in de bijstand belandde. Hoe zij vier kinderen kreeg, die ze, naast haar eigen drie banen als kostwinster, feitelijk in haar eentje moest opvoeden. Haar man was al snel drankverslaafd en nam het niet zo nauw met de moraal. Voor de bijstand woonde hij elders, maar was meestal gewoon thuis. Drie kinderen raakten aan de drank en de drugs. Een dochter belandde in de prostitutie.

 

Opvallend was hoe ze zonder gêne hierover sprak. Ze had in haar eentje niet alles in de hand, maar redderde wat er te redden viel. Het ontroerde mij toen ze vertelde dat ze ondanks alles altijd haar zelfrespect wist te bewaren. Hoe ze haar stinkende best heeft gedaan om het gezin draaiende te houden tot alle kinderen het huis uit waren. Hoe ze met iedereen contact bleef houden en haar man altijd trouw was gebleven. Hij heeft in zijn leven diverse hersenbloedingen gehad die hem invalideerden. Korsakow gaf de genadeklap. Zelfs vanuit zijn ziekbed in een zorginstelling bleef hij haar koeioneren. Maar ze bleef hem opzoeken, iedere dag, drie jaar lang. “Ik ben mijn leven lang trouw geweest aan mijn kinderen en mijn man. Ik kan mijzelf recht in de ogen kijken. Medelijden hoef ik niet, al negeren mijn buren me. Ze zeggen dat ik hier niet hoor en dat ik er niet mag zijn. Ik snap het gewoon niet. Af en toe krijg ik iemand van Humanitas over de vloer om even mee te praten. Dat vind ik wel fijn.”

 

Als je zo’n verhaal hoort gaat er van alles door je heen. Hulpverleners voor man en kinderen waren er steeds, maar voor haar was er niemand. Zij hield zich staande en voelde zich ondanks alle mislukkingen om haar heen en eigen onmacht een sterke vrouw. Ze vindt het prima als ik nog es kom, waardeert mijn bezoek, maar het hoeft niet per se. We groeten elkaar, maar het is nu anders. Ik ken haar geheim en zie een sterke vrouw die respect verdient maar het van niemand krijgt. Die over de 80 is, maar gezond van lijf en leden en nooit een druppel dronk.

 

Dan denk ik ook aan Jezus, die ongeziene mensen zag staan en hen een hart onder de riem stak. Daar had hij geen kerk voor nodig. Pastoraat en diaconaat gebeurt in het leven van alle dag. Ook en misschien wel juist bij mensen die al heel lang sober leven. Levensverhalen laten dat zien.