Vierwijzer

Zondag 1 oktober
Tweede van de herfst, zeventiende na Trinitatis
Kleur: Groen

Ezechiël 18:1-4, 25-32 | Psalm 25:1-10 | Filippenzen 2:14-18 | Mattheüs 21:23-32

Ezechiël 18 zou betiteld kunnen worden als ‘eigen schuld, dikke bult’. God zegt: “Alleen wie zondigt zal sterven.” Ezechiël 18 roept op tot eigen verantwoordelijkheid. Het vraagt om reflectie: Hoe is mijn leven? Ga ik op een heilzame weg voor mezelf en voor hen die ik op mijn weg ontmoet? Of leidt mijn weg af van Gods bedoeling met mijn leven? Het zijn vragen die ikzelf alleen beantwoorden kan. God roept op tot zelfreflectie.

Maar het staat er dan toch maar: “Alleen wie zondigt zal sterven.” Een hard woord. Wie kan het aanhoren? Toch staat dit hoofdstuk niet in het teken van toorn, maar van een ernstige aansporing om het roer juist radicaal om te gooien. “Kom tot inkeer; bega geen misdaden meer.” “Vernieuw je hart en je geest. Want waarom zou je sterven?” Sterven is niet nodig. Ons leven is geen doodlopende weg. God roept ons op om juist ‘de andere kant op te leven’. Dat is leven in het licht van zijn Koninkrijk. Laten we onze doodlopende levensweg verlaten en wandelen op de Koninklijke weg naar zijn toekomst.

 

Zondag 8 oktober
Derde van de herfst, achttiende na Trinitatis
Kleur: Groen

Jesaja 5:1-7 | Psalm 80:9-20 | Filippenzen 2:14-18 | Mattheüs 21:33-43

In Psalm 80 klinkt een gebed om de terugkeer van God tot zijn volk. God wordt getekend als herder, die zijn kudde leidt. Een beeld voor zijn trouwe zorg. Israël verwacht, vol verlangen, de HEER. Israël kan de gedachte dat de HEER er niet meer voor hen is niet langer verdragen. “Hoe lang nog?” Een vraag vanuit de ellende, maar ook een vraag met een grondtoon van hoop.

Israël hoopt op de HEER. Waarom? Omdat de HEER met Israël begonnen is (vers 9). Israël is als een wijnstok die door de goede zorg van de HEER kon groeien en bloeien. Maar inmiddels is er veel gebeurd: haar omheiningen zijn vernield, voorbijgangers plukten haar leeg, wilde zwijnen wroetten haar om en velddieren vraten haar kaal. Zo kan het ook in een mensenleven gaan. Alles kan je bij de handen afbreken en God lijkt in geen velden of wegen te bekennen. Hoe lang nog? Maar Israël spreekt God aan op zijn daden in het verleden. “Bekommer U om deze wijnstok!” Dat mag ook voor ons gelden. Pleiten op Gods daden uit het verleden. HEER, laat het werk van uw handen, in mijn leven, niet los.

Voorkant nummer 17

Editie 17 - 2023

Lees meer Bekijk pagina

Schrijf je in voor de nieuwsbrief