Zingend over de zandweg
Bedevaart van Yesse naar Sint Jan de Doper

Henricus is de naam. Abt van het cisterciënzer klooster van Heisterbach. Dat ligt achter het Zevengebergte, in de buurt bij Königswinter. Samen met mijn novicemeester Caesarius reisde ik zo’n acht eeuwen geleden met enige regelmaat door de gebieden die wij in deze tijd Noordwest-Duitsland en Groningen en Friesland noemen. Op zaterdag 30 april A.D. 2022 gingen wij opnieuw op pad.

Frans_Kolbeek_DSC_8856
Foto: Frans Kolbeek

In die periode bezochten Caesarius en ik cisterciënzer kloosters om ze te visiteren. Wij gingen na of er in die kloosters netjes volgens de regels van Benedictus geleefd, gewerkt en gebeden werd. Caesarius fungeerde als mijn secretaris. Hij legde niet alleen onze bevindingen vast, maar sprak ook met monniken en nonnen over geloofskwesties en religieuze ervaringen. Vooral wonderen trokken zijn aandacht. Mirabile dictu: het is alles wonderlijk genoeg om te vertellen. En dat deed Caesarius. Hij schreef de honderden wonderen op in zijn Dialogus Miraculorum en gebruikte de verhalen als gespreksstof voor zijn lessen aan de novicen, de intredende kloosterlingen.

In 1220 bezochten Caesarius en ik onder meer het klooster Yesse, ten zuiden van de stad Groningen. We vernamen er over een kaars die bleef branden bij een fraai gesneden houten beeld van de Heilige Maagd met Haar Zoon op schoot. Hoewel de kosteres de kaars een aantal malen uitblies, wakkerde het vlammetje toch weer op. En een lekenbroeder in Yesse zag tot tweemaal toe tijdens een mis dat het Christuskind van de schoot van Zijn Moeder opstond, Haar de kroon van Haar hoofd nam en die op Zijn eigen hoofd zette: Mirabile dictu.

De prior van dit klooster, die ook de stadspastoor in de Martinikerk was, vertelde vervolgens over een bijzondere reliek die in die kerk bewaard werd: de Arm van Johannes de Doper. De volgende dag liepen wij van Yesse naar de Martinikerk en toonde de prior de reliek, de Arm van Sint Jan, ‘met vlees en huid omgeven’. Ook dat heeft Caesarius in zijn Dialogus beschreven. Het zal geen verwondering wekken dat de reliek talrijke bedevaartgangers naar Groningen trok. Zeker toen paus Bonifacius IX in 1399 een bul uitvaardigde, waarin deze een aflaat in het vooruitzicht stelde aan eenieder die een openbare vertoning van de reliek bijwoonde.

Jan Hendrik van der Veen-Processie Yesse-Martinikerk-22048
Processie Yesse-Martinikerk, foto: Jan Hendrik van der Veen

Sinds het bezoek van Caesarius en mij aan Yesse en de reliek in de Martinikerk verstreken 800 jaar. Hoog tijd om de wandeling uit 1220 over te doen. Door de recente pandemie werd ons geduld nog twee jaar op de proef gesteld, maar op zaterdag 30 april A.D. 2022 gingen wij opnieuw op pad. Samen met ruim veertig ‘bedevaartgangers’ die al van de Yesser Mariawonderen hadden gehoord en nu ook wel eens de reliek van dichtbij wilden zien. We liepen zingend over de Esserweg, de Verlengde Hereweg en de Hereweg naar de stad toe. Onderweg vertelden gidsmonniken en één gidsnon over bijzondere locaties.

Bij Hilghestede had een dief eeuwen geleden gewijde hosties in een sloot geworpen. Na dagen kwamen die hosties ongeschonden weer tevoorschijn. Mirabile dictu. Verderop woonde in de middeleeuwen een kluizenaar, die zich overgaf aan contemplatie en tussen de gebeden door tegen een geringe vergoeding de zandweg onderhield, die nu Verlengde Hereweg heet. Wij deden het vroegere Jurgens Gasthuis aan, waar destijds de leprozen verbleven en zongen met elkaar de Wandelcanon uit de Caesarius-cantate, die speciaal voor deze gelegenheid door Chris Fictoor was gecomponeerd. Het einde van de kloostertijd, als gevolg van de Reductie in 1594, ervoeren wij toen wij de Kempkensberg passeerden. Vanaf die plek wisten de prinsen van Nassau, Maurits en Lodewijk, de stad te bedwingen, waarna de katholieke eredienst verboden werd, kloosters gesloten en hun bezit door Stad & Lande genaast. Katholieken verlieten in groten getale de stad. Ze zullen de Arm van Sint Jan hebben meegenomen. Sinds dat jaar is er niets meer van de reliek vernomen.

Inmiddels zijn we de plek genaderd waar acht eeuwen terug de gracht, de wal en de Herepoort lagen. Zoals dat toen gebruikelijk was, worden ook nu de pelgrims bij de poort welkom geheten door de proost, de vertegenwoordiger van de bisschop die destijds in Utrecht resideerde. Voor deze bijzondere gelegenheid heeft de proost enkele acolieten meegenomen om de ontvangst luister bij te zetten. Wierook dwarrelt door de Herestraat. Caesarius en ik kussen de bijbel die de proost ons voorhoudt. De wandelcanon weerklinkt opnieuw en we volgen met zijn allen de misdienaar die met zijn wierrookvat ons langs het Sint Geertruids Gasthuis leidt, waar vanaf het begin van de vijftiende eeuw pelgrims twee tot drie dagen onderdak kregen.

Frans_Kolbeek_DSC_8916
Henricus van Heisterbach kust de bijbel van de proost. Foto: Frans Kolbeek

En dan, over de Nieuwe Markt, in de schaduw van het Forum en langs de Engelenpoort, komen we aan bij het doel van onze tocht: de Martinikerk die tot het einde van de zestiende eeuw de Arm van Johannes de Doper herbergde en koesterde. Het daar van 28 tot en met 30 april 2022 gehouden evenement draagt de toepasselijke naam ‘Van Yesse naar Sint Jan’. Het brengt alle verhalen rond de wonderen van Yesse, de Dialogus Miraculorum en de Sint-Janreliek samen. Tot het einde van juni kunnen we nog dwalen door de kooromgang, waar al die schatten van Yesse, boven de grond gehaald door studenten van het Groninger Instituut voor Archeologie, liggen uitgestald. De Arm van Sint Jan is er niet bij. Dat is wel een gemis. Maar ook wat er wel te zien is, is meer dan de moeite waard.

Hein Bekenkamp (Abt Henricus van Heisterbach)
Frans_Kolbeek_DSC_8945
Processie door de stad. Foto: Jan Hendrik van der Veen
Cover nummer 10.PNG

Editie 10 - 2022

Lees meer Bekijk pagina

Schrijf je in voor de nieuwsbrief