Over de Noorderkerk en Bethesda

Al snel na de Afscheiding van 1834, die in oktober dat jaar onder leiding van ds. H. de Cock (1801-1842) in Ulrum begon, ontstond ook in de stad Groningen op 27 november 1834 de Christelijke Afgescheidene Gemeente, geïnstitueerd door ds. De Cock zelf. Het eerste kerkgebouw werd in 1839 verkregen: een voormalig rooms-katholiek kerkje aan de Guldenstraat, weggestopt achter de huizen.

G.J. Kok
Extra - Gereformeerde kerken16 - Noorderkerk
De Noorderkerk kort na de ingebruikname

Daarvoor in de plaats kwam in 1852 de grotere Ebbingekerk aan de Nieuwe Ebbingestraat 5, eveneens weggestopt tussen de bebouwing. Daarnaast stond sinds 1862 het gereformeerd Tehuis voor Wezen en Ouden van Dagen, Bethesda, dat ook tot de Christelijke Afgescheidene Gemeente van Groningen behoorde. En in 1889 werd de Parklaankerk gebouwd, want de Groninger Christelijke Gereformeerde Gemeente – zoals ze sinds 1869 heette – groeide stevig door. In 1906 werd aan de Kraneweg de grote Westerkerk in gebruik genomen.

Ondertussen was de Gereformeerde Kerk van Groningen weer sterk gegroeid. De drie kerkgebouwen zaten tot de nok toe vol, zodat de noodzaak voor een vierde kerk steeds nijpender werd. De Ebbingekerk was echter in de loop der jaren steeds bouwvalliger geworden, evenals overigens het aanpalende Bethesda. Moest de Ebbingekerk misschien opgeknapt worden? Moest er een vierde kerk komen? Of allebei? En… wat moest er met Bethesda gebeuren?

Bethesda
Uiteindelijk werd besloten tot de bouw van een grote, nieuwe kerk aan de geprojecteerde Akkerstraat in het noorden van de stad. Op datzelfde terrein zou ook het nieuwe gebouw van Bethesda gerealiseerd worden. Bethesda was, vergeleken met soortgelijke gereformeerde stichtingen elders in het land, slechts een kleine instelling. In 1916 woonden er alleen een echtpaar, twee weduwen en twee mannen op aparte kamers (de zgn. kamerbewoners), en er waren ook nog vijf mannen, een vrouw en een meisje als zaalverpleegden. De Stichting werd afzonderlijk beheerd door de Voogdij, die eens per jaar rekening en verantwoording aflegde aan de gereformeerde kerkenraad; want die was er, als puntje bij paaltje kwam, de baas.

Men kon zich in het Tehuis ‘inkopen’ door een vastgestelde inkoopsom (ook al werd er wel eens van afgeweken als de middelen daartoe ontbraken), maar ook werden gemeenteleden opgenomen die door de diaconie werden ondersteund. De ‘ingekochten’ hadden elk een aparte kamer, de anderen waren de zaalbewoners. Wel werd het middagmaal gezamenlijk gebruikt, waarbij de zogenaamde ‘vader en moeder’ – een echtpaar – de leiding hadden.

Door de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werden de plannen tot de bouw van de kerk en van Bethesda enige tijd in de ijskast geplaatst, maar in 1919 kreeg de Commissie van Beheer “de belangrijke mededeeling” dat er een liefhebber was voor het gehele complex oude gebouwen aan de Ebbingestraat, aan het Boterdiep en aan het Snor, alle behorende aan de Gereformeerde Kerk, inclusief het gebouw van Bethesda. De man bood fl. 125.000 voor de bouwval. Zo kon met de bouw van de nieuwe Noorderkerk en het nieuwe Bethesda in 1919 een begin gemaakt worden!

De bouw van de Noorderkerk
De gemeenteleden gaven gul. In juni 1920 was aan giften al fl. 60.000 binnengekomen, zodat ‘verder geen werk gemaakt hoefde te worden om geld te bekomen’. Ondanks enige tegenslagen vorderden de bouwwerkzaamheden voorspoedig. De contouren van het nieuwe Bethesda en van de pastorie naast de kerk-in-aanbouw tekenden zich steeds duidelijker af. Aannemer Fokkens werkte hard en ontving daarvoor in totaal fl. 287.465; de architecten Kuiler en Drewes kregen fl. 17.976; het bouwterrein aan de Akkerstraat kostte fl. 35.642; de schilders vroegen fl. 19.976 en samen met de andere kosten bedroeg de totale bouwsom fl. 447.931. Maar daarvoor had je dan ook een prachtig en omvangrijk complex: een zeer indrukwekkende Noorderkerk met haar twee forse torens en een voor die tijd modern Bethesda. De oudjes in Bethesda konden tot 1 november 1920 op hun oude stekje blijven, maar daarna verhuisden ze toch echt naar de Akkerstraat.

De Noorderkerk
En wat de Noorderkerk betreft: de eerstesteenlegging vond plaats op 26 juli 1920. Een groot aantal belangstellenden had zich in de in aanbouw zijnde Noorderkerk verzameld om daarvan getuige te zijn. Ds. G.H. van der Vegte (1873-1936) had de leiding van de plechtigheid en liet binnen de muren van de Noorderkerk als eerste psalm zingen: ‘Hoe zalig is het volk dat naar Uw klanken hoort’ (Psalm 89:7). Na de schriftlezing uit Jozua 4:20-24 kwam de oudste ouderling, broeder D. Rijpstra, naar voren. Deze hees met behulp van een takel de loodzware gedenksteen op zijn plaats. ‘Hoe liefelijk zijn Uwe woningen, O Heere der heirscharen’ en ‘Die in het huis des Heeren geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven Gods’, zo stond met vaste hand gegrift in de prachtige geelachtige steen met gouden rand, aangebracht in de hoofdingang. In een loden koker werd vervolgens een oorkonde ingemetseld ter herinnering aan de bouw.

Uiteindelijk kon op 9 mei 1921 de prachtige kerk in gebruik genomen worden. “Eene dicht opeengepakte schare vulde het kerkgebouw, dat plaats biedt aan 1.300 personen,” zo schreef een krant. Het muziekkorps Oranje begeleidde de zang van de gemeente, omdat een orgel tot 1923 ontbrak. Ds. Van der Vegte had ook hier de leiding. Hij legde er de nadruk op dat de grondtoon van alles zal moeten zijn het Soli Deo Gloria. Vervolgens beklom ds. D(ouwe) van Dijk (1887-1985) de preekstoel, die in augustus 1920 in Groningen intrede gedaan had en wijkpredikant van de gemeente rond de Noorderkerk zou zijn. Hij gaf antwoord op de vraag door ds. Van der Vegte gesteld: “Wat zal dit huis in de komende jaren voor ons en onze kinderen zijn?” Dat antwoord was, zo zei ds. Van Dijk: “Hier wordt de rust geschonken.” In de wereld werd de rust weliswaar gezocht, maar niet gevonden, omdat alles ijdelheid was, zo vond de predikant. Maar het Evangelie van Jezus Christus, dat spreekt van de verzoening van al onze zonden, wordt hier verkondigd. En dát zal de gemeente het leven mee indragen. “Toch zal dan niet de volle rust worden geschonken, maar het zal zijn een voorsmaak van de eeuwige rust.” In die geest begon het kerkelijk leven in de Noorderkerk.

De Noorderkerk werd na de Vrijmaking in 1944 voorlopig, en in 1954 definitief door de rechter toegewezen aan de vrijgemaakte kerk; in 2008 werd er de laatste dienst gehouden.

Veel meer informatie over Bethesda en de Noorderkerk is te vinden op de website GereformeerdeKerken.info, door daar te zoeken met de term ‘Bethesda’.

Extra - Gereformeerde kerken16 - In aanbouw
De Noorderkerk in aanbouw (links); rechts Bethesda in aanbouw

Een website over de Gereformeerde Kerken
In 2015 start G.J. Kok de website ‘GereformeerdeKerken.info’ met landelijk en regionaal nieuws over de (voormalige) Gereformeerde Kerken. Doel is “recht te doen aan de geschiedenis van deze kerken”. Aanleiding is de publicatie in 2015 van het boek God in de Oorlog van de Leidse hoogleraar dr. Jan Bank, waarin de houding van ‘de leiding’ van de Gereformeerde Kerken in de Tweede Wereldoorlog wordt getypeerd als deutschfreundlich. Voor de theoloog H.H. Kuyper, die namens de Gereformeerde Kerken optrad als lid van het ‘Deputaatschap voor de Correspondentie met de Hooge Overheid’ moge dat hebben gegolden, maar zeker niet voor de rest van de ‘leiding’. Kuyper werd dan ook al gauw als deputaat afgedankt.

Met zijn typering doet Bank volgens Kok geen recht aan de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken. Kok vindt ook dat het dagblad Trouw tekort is geschoten toen Bank in een interview zijn bewering herhaalde zonder dat de betrokken journalist daar kritisch op inging. Koks publicatie daarover op zijn website is getiteld ‘Het Bommetje van Trouw’. Wat het regionale nieuws op de website betreft, er worden geen kerkgebouwen van de Gereformeerde Kerken gebouwd of afgestoten en er vinden geen fusies plaats waarbij een Gereformeerde Kerk is betrokken, of er wordt over bericht.

De belangstelling van Kok voor de kerkgeschiedenis werd gewekt toen hij einde jaren zeventig de leerlingen van de groepen 7 en 8 van de basisschool in de kerkgeschiedenis moest onderrichten. Hij ontdekte dat er voor de leerlingen geen methode kerkgeschiedenis bestond. Hij heeft voor hen toen het lees- en werkboek Zijn trouw is schild en pantser geschreven. Dat stimuleerde zijn interesse voor de geschiedenis van zijn ‘eigen’ Gereformeerde Kerken, een interesse die nog toenam toen hij zich verdiepte in het leven van zijn overgrootvader, ds. J.W. Draijer (1851-1894). Toen deze predikant was in Suawoude (Suwâld) is hij in 1893 met zijn kerkenraad en zijn kerkelijke gemeente uit de een jaar eerder gestichte Gereformeerde Kerken – ontstaan uit het samengaan van Afgescheidenen en Dolerenden – gestapt en teruggegaan naar de voortgezette Christelijke Gereformeerde Kerk. Om te blijven wat wij waren, heet het boek dat hij aan zijn overgrootvader en aan deze geschiedenis wijdde.

Kok had inmiddels de smaak van het onderzoek naar het kerkelijk verleden te pakken. Gebaseerd op gedegen archiefonderzoek is de ene na de andere kerkhistorische publicatie gevolgd. Zo ook over de tien wijkgemeenten van de Gereformeerde Kerk van Groningen. Een samenvatting verscheen op de genoemde website. Het bijgaande artikel is een samenvatting van de publicatie die Kok wijdde aan de Groninger Noorderkerk en Bethesda, de bij de kerk gelegen voorziening voor ouderen.

Een aantal archiefonderzoeken en publicaties heeft Kok op verzoek verricht en geschreven, zoals die over de ds. Th. Dellemanstichting voor samenlevingsopbouw in Groningen en voor een aantal Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.

Pieter Bootsma

voorkant nummer 16.JPG

Editie 16 - 2023

Lees meer Bekijk pagina

Schrijf je in voor de nieuwsbrief