Jezus die bij ons blijft als het donker wordt
Interview met ziekenhuispredikant ds. Ruth Hartog-Hoogendam

Ds. Ruth Hartog-Hoogendam is afgelopen zomer bevestigd als predikant. Dat gebeurde in een feestelijke dienst in de Martinikerk. Ze was al een tijdje werkzaam in het UMCG als geestelijke verzorger, maar is nu dus ook in het ambt van predikant bevestigd.

Jasja Nottelman
Stadjer3.JPG
Ds. Ruth Hartog-Hoogendam (links) met collega ds. Adri Spelt. Foto: Alies Hoogstra

Hoe is het allemaal zo gekomen?
"Ik heb theologie gestudeerd in Leiden. Ik deed de master gemeentepredikant en kreeg al wat ervaring in het preken voor mensen met een verstandelijke beperking. Dat vond ik erg leuk werk. Ik heb toen de master Geestelijke Verzorging eraan vastgeknoopt. In een tussenjaar heb ik een master Jeugdliteratuur gevolgd, dat heb ik met veel plezier gedaan. Ik heb in Antwerpen gewerkt bij het Bijbelhuis en toen kreeg Bärry, mijn echtgenoot, een baan bij de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen.

“Ik weet nog dat prof. Martin Walton zei:”Je zou een werkervaringsplek in het UMCG moeten gaan proberen." Ik ben daar gestart in mei 2017. Dat was een mooie gelegenheid om veel te zien en te leren. Onder supervisie van Adri Spelt heb ik toen op verschillende afdelingen gewerkt. Ik vond het werken op de kinderafdeling lastig. Ik had toen zelf net een kind en dan is het erg confronterend, al die kleintjes die zo ziek zijn. Of kinderen die sterven. Ik denk dat het goed is als je wat meer afstand hebt."

Hoe gaat het werk tot nu toe?
“Het gaat goed. Ik werk twee dagen per week in het UMCG en één dag in de week in Haren in een speelgoedwinkel. Ik merkte dat ik de lichtheid miste in het werk als geestelijk verzorger en in de speelgoedwinkel is het werk meer praktisch (ik leer er veel!) en concreet. Iemand zoekt iets, je geeft tips en dan gaat de persoon blij naar buiten met het speelgoed. Die afwisseling doet mij heel goed.”

Kun je iets vertellen over een dag in het leven van een geestelijk verzorger?
"Iedere dag is anders. We beginnen altijd met een rondje koffie met collega’s. Dan kun je wat dingen uitwisselen. Rond een uur of tien gaan we naar onze vaste afdelingen. Op de afdeling is er dan altijd de vraag aan de verpleegkundigen: Wie heeft er iemand voor de GV? De verpleegkundigen kunnen vaak het beste aangeven wie een gesprek zou willen. Iemand kan net een lastige operatie hebben gehad, of het herstel is moeilijk.

"Soms merk je tijdens het gesprek dat een andere collega beter zou passen. Dan verwijzen we naar elkaar door, bijvoorbeeld als iemand graag islamitische geestelijke verzorging wil. Het is heel waardevol om zo als team te kunnen samenwerken.

“Je stapt een kamer binnen en maakt kennis met de patiënt. Het is mooi dat een gesprek met geestelijke verzorging een vrijplaats is. Je bent geen deel van de behandeling. Mensen kunnen zelf aangeven of ze behoefte hebben aan een gesprek. Soms spreek je mensen één keer, anderen vaker. En eigenlijk moet je niet te veel voorkennis hebben. Je kunt dan bijna geen open vragen meer stellen. Soms zijn mensen zo ziek, dat het voeren van een gesprek een te grote belasting is. Er alleen maar even zijn, is dan genoeg. Mensen in het ziekenhuis zijn steeds zieker. De zorg is vaak complex.”

Hoe ervaar je het UMCG als organisatie?
"Het is een heel grote organisatie. Dat betekent ook dat dingen over veel schijven gaan en er om de zoveel tijd gereorganiseerd wordt.

“De geestelijke verzorging heeft een goede plek. We merkten dat ook zeker in coronatijd. De GV werd echt gemist, we moesten zo snel mogelijk weer op de afdelingen komen. Nu starten we ook weer de grote bijeenkomsten op. Er was afgelopen jaar voor het eerst weer een herdenking met 4 mei en een viering met Kerst. De zondagse vieringen zijn er op het moment niet. Doordat mensen steeds zieker zijn, konden minder patiënten bij de vieringen aanwezig zijn. Daarnaast zijn kerken steeds beter geworden met online vieringen. Dan kun je de viering van je eigen gemeente volgen en zo ook betrokken blijven. Ik vind het wel een gemis dat de vieringen er niet meer zijn. Voor patiënten was het waardevol om even uit hun eigen kamer te zijn en elkaar te ontmoeten en ik mis het voorgaan zelf ook. Ik ga nu wel elders voor, ongeveer zes keer per jaar.”

Wat heeft je getroffen de afgelopen tijd?
“Gesprekken zijn soms zo mooi, vaak onverwacht. Iemand die ernstig ziek was en geen gesprek wilde en toen plotseling wel en daar heel blij mee was. Ik vraag in gesprekken naar concrete dingen die voor mensen van betekenis zijn: een vakantieplek, een lied, een bijbelverhaal. Na het gesprek maak ik vaak een poster die ik dan de volgende keer meeneem. Iets moois maken en dat dan kunnen geven. Laatst had iemand het postertje weer mee teruggenomen naar het ziekenhuis: toen ze weer opgenomen werd, hing het weer op haar bord.”

Wat vind je moeilijk?
"Ooit las ik een interview met een militair, die uitziet naar de dag dat het wereldwijd vrede is geworden. Hij zei: ‘Dan ga ik met liefde ander werk doen.’ Dat verlangen herken ik. Ik zie uit naar de dag dat het ziekenhuis leeg is, omdat er geen ziekte meer is. Ik vind de confrontatie met het lijden van mensen moeilijk. Daarom is voor mij twee dagen per week genoeg. Ik steek regelmatig een kaarsje aan in het Stiltecentrum voor iemand. Zo leg ik iemand in Gods hand. Je bent je eigen instrument en dat betekent ook dat je goed voor jezelf moet zorgen.

“Ik ben er erg blij mee dat ik als predikant bevestigd ben afgelopen zomer. Dat voelt als een extra jas die je aanhebt. Ik heb die zondag gepreekt over de Emmaüsgangers: Jezus die bij ons blijft als het donker wordt. En zo ga ik in gesprek met mensen, gedragen door dat beeld.”

cover nummer drie.JPG

Editie 3 - 2024

Lees meer Bekijk pagina

Schrijf je in voor de nieuwsbrief