Het drama ‘Job’

Het boek Job is een van de raadselachtigste boeken uit de Bijbel. De hoofdpersoon in het boek is Job, een hooggeachte herdersvorst, rechtvaardig en integer, rijk en welvarend, en vol ontzag voor zijn God. Deze Job wordt getroffen door gruwelijk zware rampen in zijn leven. Hij raakt in minder dan geen tijd alles kwijt: zijn bezittingen, zijn vee, zijn kinderen en tenslotte ook zijn eigen gezondheid; hij wordt over zijn hele lichaam getroffen door ernstige zweren.

Tiemo Meijlink
Kerk en Theologie8

En dan is daar ook God met de naam ‘Ik zal er zijn’. In een beraad met de hemelbewoners heeft Hij een gesprek met de Satan over deze integere en rechtvaardige Job. Satan – je kunt dat ook vertalen met ‘aanklager’ – heeft zijn twijfels over Jobs standvastigheid. Hij stelt: als Job zijn rijkdom kwijtraakt, als Uw hand hem niet zou zegenen, maar hem op een andere manier zou treffen, dan zul je zien dat hij U al gauw zal vervloeken en zijn rechtvaardige levenshouding opgeeft.

Het komt dan tot een beproeving met als inzet de kwestie of Job zal vasthouden aan zijn ontzag voor God en aan zijn rechtvaardigheid, ook als hij alles verliest. Een testcase dus over de vraag of er op aarde integriteit is, rechtvaardigheid om niet, omdat het goed is rechtvaardig te zijn en ontzag te hebben voor de God van het recht, ook al heb je er geen voordeel van.

Veel mensen hebben door de eeuwen heen geworsteld met dit Bijbelboek. Niet zozeer met Job hebben ze geworsteld maar met de God die in dit boek naar voren treedt: Wie is Hij die dit laat gebeuren, welbewust notabene? Dit kan toch niet waar zijn, deze God met de naam ‘Ik zal er zijn’, die zo’n testcase laat plaatsvinden?

Voor een goed begrip is het belangrijk om te letten op de literaire vorm van dit bijbelboek. Er is namelijk sprake van een raamvertelling aan het begin en aan het einde van Job, en dat zie je ook aan de manier waarop het in de bijbel typografisch is weergegeven. In de hoofdstukken 1 en 2, en hoofdstuk 42 vanaf vers 7, is de tekst weergegeven met doorlopende zinnen. Dat is prozatekst waarin verteld wordt. Maar daartussenin vind je een heel andere stijl van schrijven, namelijk poëzie, dichtregels. In die dichtregels vindt een gesprek plaats tussen Job en zijn vrienden waarin het leed dat hem is overkomen tegen het licht wordt gehouden: Job vervloekt zijn geboortedag; zijn vrienden bevragen Job en geven mogelijke verklaringen, ze zijn zeer kritisch omdat Job vasthoudt aan zijn ‘gelijk’; en Job geeft daar steeds antwoord op. Tenslotte geeft ook God zelf antwoord op Jobs aanklacht tegen Hem.

Het boek Job als theater
Het is goed om die vorm in gedachte te houden bij het lezen en luisteren naar het boek Job. Wij als luisteraars en lezers weten wat er gaande is, maar Job en zijn vrienden weten dat niet. Dat is een heel bekende stijlvorm, met name in het theater: het alwetende publiek tegenover de acteurs in het theater die alleen weten wat hen is overkomen. Welnu, je zou het boek Job kunnen benaderen als theater. Theater zoals dat in de oudheid werd beoefend in de klassieke Griekse tragedies waarin de acteurs als beperkt wetende personen voor grote en ingrijpende levensvragen kwamen te staan. Ook daar wist het publiek vaak al veel meer van wat er gaande was dan de personages. Die stijlvorm maakt het lezen en luisteren naar het boek Job extra spannend, waarbij de beslissende vraag aan de orde is: Hoe verhoud je je tot wat je overkomt in het leven? Zou Job ons daarin tot voorbeeld kunnen zijn?

 

 

Job is de enige in het hele boek die God aanspreekt in de tweede persoon, dus als U of Jij.

Wie is God in dit drama? En wie is eigenlijk de Satan? Zoals aan het begin al gezegd: je kunt dat woord Satan vertalen met ‘aanklager’, iemand die dus voor het gerecht verschijnt om daar aan de orde te stellen of een persoon werkelijk rechtvaardig is, of dat hij of zij dat louter uit eigenbelang doet. Dan zou het in dit drama dus gaan over de vraag of er werkelijk recht en gerechtigheid is op deze aarde, of er werkelijk integriteit is, of dat dat slechts illusies zijn.

 

 

Er is waarschijnlijk geen definitieve en afdoende verklaring te geven voor het drama ‘Job’. Maar misschien is er wel een mogelijkheid die zich opent in dit drama. En dat is dan eerst en vooral de hoofdpersoon Job en hoe hij zich opstelt in dit theater. Job is de enige in het hele boek die God aanspreekt in de tweede persoon, dus als U of Jij. Alle anderen spreken over God in de derde persoon, objectiverend en afstandelijk, vaak ook volgens vaste schema’s en opvattingen. Maar Job spreekt tot God, in een gebed, in een klacht, in een protest, in een hartstochtelijke schreeuw om antwoord. Dat antwoord krijgt hij, hoe vreemd het ook is, en dat is voor hem vooreerst genoeg. Dan kan hij verder zwijgen, omdat hij troost vindt in zijn kommervol bestaan.

 

In het slotgedeelte noemt God Jobs manier van spreken de goede manier van spreken, namelijk volhardend spreken tot God zelf, omdat je erop vertrouwt dat er uiteindelijk recht gedaan zal worden…

Schrijf je in voor de nieuwsbrief