Diaconaat en ouderen
Alberte van Ess

Dit boek is het resultaat van een promotieonderzoek aan de PThU. Een belangrijke aanleiding is het proces van vergrijzing van samenleving en kerk. Het aantal ouderen, zo beschrijft de auteur in zijn inleiding, op het totaal van de bevolking wordt groter. En ook worden ouderen gemiddeld steeds ouder: (dubbele) vergrijzing. Daarbovenop hebben we in de kerk te maken met een driedubbele vergrijzing vanwege de toenemende ontkerkelijking onder jongere generaties. Dit alles met elkaar wordt vaak gezien als een bedreiging.

Het onderzoek richt zich op het beleid binnen de PKN. Verschillende projecten, op lokaal en bovenlokaal niveau en in meer of mindere mate gericht op ouderen, passeren de revue.

Het begrip ‘diaconaat’ is in algemene zin christelijk geïnspireerde hulp. Daarnaast maakt de auteur een onderscheid tussen organisatorisch diaconaat, theologisch diaconaat en praktisch diaconaat. Drie niveaus die elkaar veronderstellen en mogelijk moeten maken, maar niet helemaal samenvallen. Daarbij wordt ook gewezen op de afstand of spanning tussen wens en werkelijkheid, tussen droom en daadwerkelijk handelen. Het is aan het theologisch diaconaat deze spanning op theologische wijze te onderkennen en in perspectief te plaatsen.

Diaconaat en ouderen zijn van oudsher met elkaar betrokken, zo schetst de auteur in een historisch perspectief. Diaconieën en diaconale organisaties bieden vanouds hulp en bekommeren zich om kwetsbare ouderen. In vele kerkelijke gemeentes is bezoekwerk aan ouderen een belangrijke activiteit. Bovendien behoren ouderen zelf tot de meest actieve vrijwilligers.

Maar ‘de’ oudere bestaat niet. De variëteit tussen ouderen en de levensfases binnen de ouderdom zijn groot. Erkenning van de aanwezigheid van (veel) ouderen, in de gelaagde context van vergrijzing, lijkt daarbij een voorwaarde voor de erkenning van ouderen.

In zijn slothoofdstuk formuleert de auteur een aantal aanbevelingen, in de hoop dat deze de ontwikkeling van lokaal en bovenlokaal kerkelijk beleid ten aanzien van ouderen ten goede kunnen komen:

  • Het is raadzaam de gemiddelde leeftijd van de leden en kerkgangers serieus te nemen. Om in samenspraak met ouderen te reflecteren op wat dit betekent voor alle betrokkenen. Je af te vragen hoe het komt dat vergrijzing voor velen gelijk staat aan een probleem of bedreiging.
  • Het verdient aanbeveling dat de in gemeentes werkzame ouderenpastores en kerkelijk werkers naast hun pastorale zorg analyseren welke activiteiten aansluiten bij de diaconale roeping ten aanzien van ouderen.
  • Probeer inzicht te krijgen in de eigen (on)mogelijkheden en identiteit. Wees bereid tot samenwerking met lokale maatschappelijke bondgenoten. Daarbij moet je eigen criteria durven en kunnen hanteren.
  • Ouderen doen in hun diversiteit niet alleen een beroep op diaconale en pastorale betrokkenheid. Ze kunnen ook zelf gestalte geven aan de diaconale roeping.
  • Ga door met het stimuleren van de lokale gemeente vanuit bovenlokale diaconale organisaties. En waardeer daarbij de vergrijzing als uitgangspunt en niet als bedreiging.

Kortom: Het behoort tot de contextuele roeping van de kerk als geheel om de eigen ouder wordende gestalte te accepteren en te beamen. Naast nieuwe initiatieven, pioniersplekken en aandacht voor jongeren en andere (afwezige) middengroepen is erkenning van de vele aanwezige oudere betrokkenen een belangrijke uitdaging!

Boekbespreking13

Hans de Waal, Diaconaat en ouderen: Over de diaconale roeping van de kerk in de context van vergrijzing
Utrecht: Eburon, 2021
ISBN: 978 94 630 1387 1 | € 24,50

Voorkant nummer 13.JPG

Editie 13 - 2023

Lees meer Bekijk pagina

Schrijf je in voor de nieuwsbrief