“Wenen op de puinhopen”

Het was een opmerkelijk moment in al het rumoer rond de zogenaamde Nashville-verklaring. Ik bedoel nu het hoofdredactioneel commentaar van het Reformatorisch Dagblad waarin de initiatiefnemers van deze verklaring werden opgeroepen een pauze in te lassen in hun actie, na te gaan denken en vooral ook te “wenen op de puinhopen”. Ik kon een glimlach niet onderdrukken toen ik het las. Hoe treffend kan de ‘tale Kanaäns’ soms zijn als die wordt gebruikt om een situatie uit de actualiteit te belichten.

Tiemo Meijlink

De meesten die dit citaat hebben gelezen, zullen hebben gedacht: Goed dat die initiatiefnemers op hun nummer worden gezet, en bovendien dapper dat hun eigen lijfblad het aandurft hun actie te typeren als diep treurig. En zo zal het ook wel bedoeld zijn door de commentator. Ik heb altijd begrepen dat men in reformatorische kringen helemaal niet houdt van actievoeren. Het geloofsleven dient zich te uiten in persoonlijke vroomheid en bevinding, in deemoedig stil staan bij de ernst van het leven. Misschien is dat ook wel de verklaring voor de ongelofelijke knulligheid waarmee een en ander werd uitgevoerd: geen actie-ervaring en dus ook geen goede coördinatie, geen goed woordvoerderschap, geen publieksstrategie.

Klaagliederen
Waar wordt er in de Bijbel eigenlijk geweend op de puinhopen? Ik dacht zelf meteen aan de profeet Jeremia. Maar het zijn in het bijzonder de Klaagliederen, die inderdaad lange tijd aan Jeremia zijn toegeschreven, maar waarvan de meeste bijbelwetenschappers inmiddels denken dat ze afkomstig zijn uit kringen van de tempelzangers. De liederen zouden zijn ontstaan na de verwoesting van de tempel in 586 voor Christus, toen Jeruzalem in puin lag. De stad wordt voorgesteld als een weduwe die weent over haar puinhopen en in diepe rouw is. Dat verdriet en die rouw gaan uiteraard over die puinhopen zelf, maar ze worden in de Klaagliederen ook in verband gebracht met de zonden en de ongerechtigheden van Jeruzalem. Die hebben uiteindelijk geleid tot de verwoesting van de stad. Wenen op de puinhopen is dus in het bijzonder ook wenen over de zonden van de inwoners van Jeruzalem.

Zo gebruikt dus ook het Reformatorisch Dagblad het Z-woord. Het betrekt dat op de ondoordachtheid en onbezonnenheid van de initiatiefnemers van de Nashville-verklaring, maar met ‘wenen op de puinhopen’ zal men evenzeer doelen op de vrije en tolerante cultuur van onze dagen als het gaat om homoseksualiteit en transgender. In zoverre zijn de opvattingen van het Reformatorisch Dagblad nou ook weer niet heel anders dan die van de initiatiefnemers van de Nashville-verklaring: homoseksualiteit en transgenderisme zijn niet in overeenstemming met “Gods heilige bedoelingen” en dus zondig. De kritiek van het blad ging vooral over de onbarmhartige en massieve manier waarop dit alles in de verklaring naar voren werd gebracht.

Bijbelopvatting
Dat is op zich al iets. Oog hebben voor de pastorale context van mensen en daarin zorgvuldig communiceren is geen bijkomstigheid maar behoort tot de essentie van theologisch en pastoraal werken. Toch zal de discussie over deze kwesties ook moeten gaan over de bijbelopvatting die onder de Nashville-verklaring ligt. Op welke manier lees je de Bijbel als gelovige gemeenschap, als kerk, en hoe zwaar laat je daarbij de inzichten van je eigen tijd wegen? Als het gaat om de seksuele ontwikkeling van mensen weten wij in onze tijd gewoon meer dan de bijbelschrijvers en de vele anderen uit de voortijd van de christelijke traditie. Het is volgens mij een zaak van gepaste vrijmoedigheid om dàt te laten gelden en het te verwerken in een eigentijdse seksuele ethiek.