Van Pasen naar Pinksteren, vijftig dagen

Dit jaar viel het christelijke Pasen bijna samen met het joodse Pesach, op 21 respectievelijk 20 april. Dat betekent dat ook het christelijke Pinksterfeest op dezelfde dagen valt als het Wekenfeest uit de joodse traditie.


Dr. S.W. Bijl

Het joodse Wekenfeest heeft twee kanten: het herinnert aan de wetgeving op de Sinaï, op de vijftigste dag na de uittocht uit het land van de slavernij Egypte, en het is een oogstfeest. In de joodse overlevering heet dit de periode van de ‘Omertelling’, zeven maal zeven, tot de 50ste dag deze tijd afsluit. Een omer is een maat voor de gerst die in deze tijd elke dag als offer werd gebracht in de tijd dat de tempel nog bestond.

In de christelijke traditie hebben de zondagen tussen Pasen en Pinksteren Latijnse namen gekregen, vaak verwijzend naar de Psalm van de betreffende zondag. De zondag na Pasen kreeg de naam ‘Quasi modo geniti’, een naam ontleend aan woorden uit de eerste brief van Petrus 2:2. Pasen laat de gelovigen opnieuw beginnen, als pasgeboren kinderen gaan ze het leven ontdekken, “verlangend naar de zuivere melk van het woord”. We zijn nog lang niet toe aan zware kost, al verbeelden sommigen dat ze daar onmiddellijk aan kunnen beginnen. Zelfoverschatting ligt altijd op de loer. In ons taalgebied kennen we ook de naam Beloken Pasen. Beloken betekent dan het tegenovergestelde van ontluiken. Deze zondag sluit Pasen af. De luiken gaan dicht.

De tweede zondag na Pasen draagt in de traditie de naam ‘Misericordia Domini’ uit Psalm 33:5. In het Hebreeuws lezen we daar chesed, vaak vertaald met genade of barmhartigheid. Alleen dankzij die eigenschap van de Eeuwige kunnen mensen leven.

Na deze zondag volgt een hele trits van namen, die allen iets te maken hebben met onze reactie op Gods daden. Het begint met de oproep ‘Jubilate’, Jubelt, uit Psalm 66:1 op de derde zondag. Dan komt de vierde zondag ‘Cantate’, Zingt, uit Psalm 98:1, en de vijfde zondag ‘Rogate’, Vraagt, een van de werkwoorden uit Psalm 66. Hierbij denken gelovigen aan bidden.

Al deze oproepen zijn gericht tot mensen. Zij moeten reageren op de boodschap van Pasen, feest van het Leven en de Levende. Op de zondag van het vragen volgt de zondag van horen. Het is logisch dat de laatste zondag voor het feest van Pinksteren een bede tot God is: ‘Exaudi’, Hoor of Luister! Want ook na Pasen ervaren mensen pijn en verdriet. Het kost soms de grootste moeite positief gestemd te blijven. Zonder gehoord te worden, blijft men op zichzelf aangewezen. Deze laatste zondag heeft ook een naam in het Nederlands: het Weeskind. Een weeskind vraagt om gehoord en gezien te worden. Het kind mist zijn natuurlijke bescherming, zijn ouders. Jezus is ten hemel gevaren en de Geest is nog niet uitgewaaierd over de volgelingen van de Heiland. Hier klinkt opnieuw de kwetsbaarheid van de gelovige mens door. Het kind roept om zijn Vader.

Elke zondag en week krijgt zodoende een eigen klank, al blijft de kleur wit. Men krijgt de tijd om Pasen te verwerken, de vrijheid tegemoet.