Staphorst

De ventilatie voldeed aan de RIVM-eisen, mensen reserveerden van tevoren, gezondheidschecks werden uitgevoerd en men hield zich aan de afstandseisen. De Hersteld Hervormde Gemeente in Staphorst hield zich op zondag 4 oktober aan de regels. “Wij doen niets wat niet mag”, zei scriba Johan Bouwman. “Als de overheid had gezegd dat het niet mag, hadden we ons daar natuurlijk aan gehouden”.

Ds. Pieter Versloot

Minister Grapperhaus maakte op maandagmorgen na het incident afspraken met de kerkelijke koepelorganisaties: zoveel mogelijk online-diensten, maximaal 30 mensen bijeen en niet zingen. Volgens hem lagen genoemde afspraken de dag voor het incident al klaar. Hij benadrukte keurig het oude grondrecht, dat de overheid niet zomaar kerkgebouwen kan binnentreden om regels af te dwingen. Ook Grapperhaus hield zich aan de wet. De mensen die als reactie doodsbedreigingen naar de kerkenraad stuurden gingen nog het meest buiten hun boekje.

Een kerk én een minister die zich aan de wet houden. In Nederland vonden op die zondag meer kerkdiensten plaats met net zoveel gelovigen. Waar hebben we het over? Vanwaar die heftige reacties?

Lieten te veel Nederlanders zich zondagavond meeslepen door Arjen Lubach? “Onverklaarbaar en vragen om problemen”, zei hij in zijn satirische programma Zondag met Lubach. “Door de aangescherpte coronamaatregelen mogen er nog maar dertig personen zich in dezelfde ruimte bevinden. Alleen kerkgangers hoeven zich hier niet aan te houden. Zij mogen zonder reservering met honderd personen bij elkaar komen. Met reservering is er zelfs geen limiet. Hier wordt gretig gebruik van gemaakt.”

Hij onderstreept zijn verontwaardiging vervolgens – niet gehinderd door veel feitenkennis – met het voorbeeld in Staphorst. Kerken hebben en houden hun uitzonderingspositie vanwege de vrijheid van godsdienst, die onze grondwet nu eenmaal garandeert. Toch vindt hij het niet uit te leggen dat er in voetbalstadions niet gezongen mag worden – ondanks dat het buiten is – en dat supporters sowieso geen wedstrijden mogen bijwonen. “In kerken mag daarentegen een onbeperkt aantal kerkgangers in een gesloten ruimte over elkaar heen zingen!”

Het zou maar zo kunnen dat veel Nederlanders met Lubachs bril op de volgende morgen de krant lazen. Volgens Wendelien Voogt (cultureel antropoloog) staat Staphorst bovendien al jaren symbool voor een calvinistisch verleden dat wij achter ons willen laten. Tel deze twee dingen bij elkaar op en Staphorst wordt al snel een kop van Jut waar onkerkelijken maar ook kerken graag een klap op geven.

Mij troffen twee dingen: Allereerst hoe belangrijk de Staphorsters het vinden om naar de kerk te gaan en wat ze daarvoor over hebben. Vele kerken in het land krijgen het geringe aantal plaatsen dat ze mogen reserveren niet vol. De leden lijken verdwenen te zijn in hun holen. Wat zegt dat over het commitment van deze wegblijvers? Maar ook: wat zegt dat over de relevantie van de kerk in de levens van leden en niet-leden? De les die ik uit Staphorst meeneem is de betekenisvolle plek van de kerk in de plaatselijke samenleving en de toewijding van haar leden.

Ten tweede troffen mij de woorden van een Brabantse arts-microbioloog bij Jinek over het incident: “Het voelt niet solidair. (…) Er is verschil tussen vrijheid hebben en je vrijheid pakken.” Dat klonk voor mij als een les voor alle kerken, inclusief de kerk in Staphorst. Hadden we als kerken misschien niet meteen moeten zeggen tegen de overheid, toen die onderscheid maakte tussen ‘iedereen én de kerken’: “Inderdaad, op basis van de grondwet en de daarin gegarandeerde vrijheid van godsdienst hebben we recht op deze uitzonderingspositie. We gebruiken die vrijheid echter om daarvan af te zien”? Solidariteit en de christelijke vrijheid waren dan hand in hand gegaan (I Kor. 9:12).