Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 9

Beste lezer,

We hebben in Nederland een beetje een afkeer van vaderlandsliefde (behalve als het om sport gaat) – of nou ja, we putten in ieder geval trots uit de overtuiging dat Nederlanders hun vaderlandsliefde niet tentoonspreiden. Maar in deze tijd van het jaar zijn er meerdere dagen waarop we ons als landgenoten met elkaar verbonden voelen: Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag. Ik schrijf dit achter mijn bureau op Koningsdag, een dag waarop ik eigenlijk gepland had om vanaf zes uur ’s ochtends op de vrijmarkt te staan. Op 4 mei zullen we thuis twee minuten stil moeten zijn en zelf een lichtje achter het raam zetten bij wijze van vrijheidsvuur (www.vrijheidsvuur.nl). We vieren en herdenken anders, maar vieren en herdenken doen we.

Onze Stadjer is dit keer Johannes Zuidman. Ds. Pieter Versloot vraagt hem hoe hij, geboren aan deze kant van de eeuwwisseling, het herdenken van 75 jaar vrijheid beleeft.

Sommige aspecten van de coronacrisis roepen herinneringen op aan de oorlog, schrijft Annelies Noordhof-Hoorn naar aanleiding van een gesprek met een bekende. In ‘Kerk en Samenleving’ vertelt conservator van het Groninger Museum Egge Knol over de, nu gesloten, bevrijdingstentoonstelling ‘En tóch staat de Martini’. Hij is zelf herstellende van het coronavirus.

In ‘Kerk en Theologie’ denkt Tiemo Meijlink na over Paulus’ beschrijving van de Kerk als lichaam – het ene deel kan niet zonder het andere. Deze verzen krijgen extra betekenis in deze tijd: we zien duidelijk hoe juist de zwakst lijkende ‘lichaamsdelen’ van cruciaal belang zijn. We moeten er zijn voor elkaar.

Ik geef u nu alvast een vooruitblik op volgend nummer: dan besteden we extra aandacht aan groepen in de samenleving die meer dan anders in de verdrukking komen. Want of we trots op ons land kunnen zijn, moet toch afhangen van hoe we de ‘minste broeders’ behandelen?

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen