Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 20

Beste lezer,

In de maand november herdenken de meeste kerkgemeenten de overledenen van afgelopen jaar. Dit jaar heeft dat misschien nog wel extra waarde, omdat aanwezigheid bij uitvaarten vaak erg beperkt was. Is het niet bijzonder dat mensen niet zomaar wegglippen, maar in het openbaar genoemd en herdacht worden?

Niet iedereen heeft vanzelfsprekend mensen om zich heen die hem of haar herdenken. Vluchtelingen, bijvoorbeeld, kunnen ver verwijderd zijn van hun families. De mensen van INLIA bekommeren zich om vluchtelingen in Nederland, zoals verpleegkundige Astrid Swadberg, onze Stadjer in dit nummer.

Ook dak- of thuisloze mensen hebben soms geen contact meer met familie. Maar ook zij worden gekend en er wordt om hen gerouwd. In De Open Hof zijn er drie wanden gewijd aan de gedachtenis van overleden mensen van de straat. Nick Everts schrijft erover in ‘Kerk en Samenleving’.

Het wordt kouder, corona gaat maar niet weg en we weten niet hoe het verder gaat. Juist dan kunnen vaste punten in het kerkelijk jaar toch een beetje houvast geven – ook al worden ze anders ingevuld dan anders. Ds. Jan Wilts geeft in ‘Kerk en Theologie’ een paar handreikingen voor het verstaan van de Bijbellezingen in deze periode.

Te midden van alle onzekerheid is het binnenkort ook Dankdag voor Gewas en Arbeid. Zullen we dan de Voedselbank maar overstelpen? Dat is weer een onzekerheid minder.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen