Petje af

Nederland kent sinds 1 augustus een burkaverbod. Óf, genuanceerder gezegd: de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ werd van kracht. In het onderwijs, in overheidsgebouwen, in de zorg en in het openbaar vervoer mag geen gezichtsbedekkende kleding meer worden gedragen. Naar schatting dragen 200 vrouwen in Nederland een boerka of een nikab.

Ds. Pieter Versloot

Vorige week zat één van die 200 bij ons aan de keukentafel. Dat hadden we aanvankelijk niet door. Ze had haar nikab niet op toen ze binnenkwam. Nu doet onze keuken niet echt denken aan een verpleegtehuis of Qbuzz-bus, maar ze bleek hem nergens op te hebben. Ze was uit Saoedi-Arabië naar Groningen gekomen om medicijnen te studeren. Met twee andere Saoedische studentes at ze bij ons mee. Drie moslimvrouwen in vol ornaat met hoofddoek op ‘in het hol van de leeuw’ bij de dominee aan tafel.

We hadden veel plezier met drie leuke, beschaafde meiden, zelfbewust, met belangstelling voor de Nederlandse cultuur en ons leven. (En niet onder de indruk van het feit dat de heer des huizes had gekookt, wat ik natuurlijk een beetje jammer vond). We spraken met hen gemakkelijk over God en geloof. Veel gemakkelijker dan met onze Nederlandse buren, met wie praten over religie al snel ongemakkelijke kuchjes oplevert. We voelden ons verbonden in Abraham, de vader van Ismaël én Izak. De meiden vertegenwoordigden verschillende stromingen in de islam: van conservatief tot behoorlijk progressief.

Rada, de nikab-draagster, bleek uit een dorp te komen waar de nikab bij een eeuwenoude cultuur hoort. Ze deed hem hier af vanwege de nieuwe wet. Dat had ze niet hoeven doen. De wet wordt namelijk niet gehandhaafd. Zelfs BOA’s mogen draagsters niet beboeten.

Ze sprak met liefde over haar nikab, die ze uit respect voor onze samenleving had afgezet. Een schril contrast met de manier waarop Nederlandse columnisten en politici zich erover uitlaten: “het meest infame werktuig van vrouwonderdrukking sinds de kuisheidsgordel” en “gevangenis van textiel op het hoofd”. Nu snap ik dat columnisten en politici zich niet al te genuanceerd moeten uitlaten. Ze moeten een punt kunnen maken.
Ook weet ik wel iets over het blazoen van Saoedi-Arabië. Daar hoort ook een Jamal Khashoggi-dossier bij. Het land scoort laag op de ‘human-development-index’ van Amnesty en staat hoog op de vervolgingsindex van Open Doors.

Toch ben ik blij dat we aan onze keukentafel de soep niet zo heet aten als hij in het publieke domein vaak wordt opgediend. Tafels helpen de nuance te vinden. Ze brengen grote problematieken, geopolitieke verhoudingen en wetten terug tot de menselijke maat. Jezus zat niet voor niets veel met mensen aan tafel.
Sinds het etentje weet ik dat er een moslima door Groningen fietst, die de wereld niet langer door de smalle kier van haar premoderne nikab bekijkt. We kunnen haar vriendelijke gezicht zien. “En wat ziet zij?” vroeg ik me af, “als zij naar ons kijkt?” Ziet ze dan vrije mensen met open gezichten of mensen die door een smalle postmoderne kier de wereld beoordelen? Het feit dat de nieuwe wet vooral door ‘beschaafde’ Nederlanders als vrijbrief wordt gebruikt om hun agressie bot te vieren op moslimvrouwen, doet iets vermoeden…

Zou de ‘gevangenis van textiel’ de splinter kunnen zijn in het oog van de ander terwijl een ‘gevangenis van postmodern dogmatisme’ de balk in eigen oog is? Daar komen we alleen achter door het aan échte anderen te vragen. Ik weet nog wel iemand uit Saoedi-Arabië...