De tijd heiligen
theologisch-artikel23-1.jpg

 

Er wordt veel gezegd over de huidige periode. Het is een gekke tijd, een nieuwe tijd of, volgens sommigen, zelfs een eindtijd. Bij al die bespiegelingen kan ons de tijd zelf maar al te gemakkelijk ontglippen. En daarmee raken mensen uitgeput of moedeloos. Bestaande structuren worden doorbroken. De balans tussen werk (of überhaupt werk) en privé vervaagt. De één kan zich nergens meer toe zetten, de ander holt zo hard in naam van de urgentie dat hij of zij zichzelf voorbij rent. Bij mezelf herken ik beide vormen. De remedie? Het heiligen van de tijd.

Nick Everts, monastiek pionier – Stadsklooster Groningen en theoloog – OVG

 

Uitgeput en/of moedeloos

Tijdens de eerste golf viel het nog wel mee. Zeker hier in Groningen voor de mensen die niet in de horeca of zorg werken. Maar de laatste maanden hoor ik andere geluiden. Ik merk het ook bij mezelf. De energie raakt op en het uitzicht ontbreekt. Een theoloog is er niet immuun voor. In mijn achterhoofd klinkt een nuchtere Drentse levenshouding die in mijn jeugd onvoldoende voet aan de grond heeft gekregen: ‘loat oe nie gek moak’n, gewóon deurgoan’. Gewoon doorgaan; laat dat nou net zo lastig zijn. En toch!

 

Niets nieuws onder de zon

Als er nou iets is wat gewoon doorgaat, dan is het de tijd. De drukte van de waan van de dag heeft er geen grip op. Iets van de tijd ontspringt de greep van het moment en het ogenblik. De prediker uit het eerste testament merkte dat al op. Tijden wisselen elkaar af als eb en vloed, terwijl God aan die dynamiek ontsnapt. Alles heeft zijn tijd, maar het is de mens niet gegeven om dat wat daaraan ontglipt, ontstijgt of omvat te overzien. Wellicht benaderen we daarom het goddelijke vaak met een woord als ‘Eeuwige’. Daarmee wordt niet benadrukt dat God buiten onze tijd staat. Integendeel, in de tijd ontsnapt er iets dat heilig is en puur. Iets wat ons voor een moment of een ogenblik boven de waan van de dag kan uitstijgen en alles omvat.

 

Heiliging van de tijd

In het klassieke jodendom ontdekt men dat deze bestaanservaring vraagt om levend gehouden te worden. Allereerst op het moment van overgang van donker naar licht met een ochtendgebed en met een avondgebed op de overgang naar het donker. Twee scharnierpunten in de dag waarop men zich richt op de Eeuwige en zijn trouw. Net voor de ochtend treedt de figuur van de wachter op die tuurt of de ochtend al nadert. Net daarvoor, wanneer het ’t donkerst is, komt de morgenster op. Een eerste lichtpuntje en weldra volgt de dag. Vervolgens staat men op vaste tijden (derde, zesde en negende uur) wederom stil bij de Eeuwige in de offerpraktijk in de tempel. Met de val van de tempel verschuift deze praktijk naar de synagoge. Het gebed gaat dienst doen als offer; als dienst aan God.

 

Toch een nieuwe tijd?

Tegen deze achtergrond ontwikkelt het vroege christendom zich. De morgenster is aangetreden en de nieuwe dag, de nieuwe tijd volgt. Met Advent en Kerstmis doorleven we dit goede nieuws (evangelie) van vervulling van hoopvolle verwachting. Het einde der tijden luidt met Jezus in. Met hem krijgt de Eeuwige een menselijk gezicht. Het ‘einde der tijden’ betekent echter niet het einde van het heiligen van de tijd, maar dat de tijd in een compleet ander licht komt te staan.

 

(Ge)tijden

In handelingen kom je diverse aanwijzingen tegen dat Jezus en de apostelen de bestaande gebedscultuur van bidden op bepaalde tijden overnemen. In de geschiedenis van het latere christendom zie je het bidden op vaste tijden terugkomen in het getijdengebed. Diverse vormen ontwikkelen zich. Van een bijna letterlijk ‘onophoudelijk bidden’ tot aan een selectie van momenten waarop de dag geheiligd wordt. In extreme vervalt het bidden rondom de getijden tot een zware verplichting. Ondoenlijk voor leek, clerus en monnik. Toch is er iets in het getijdengebed dat ik juist in deze tijd zou willen oplichten.

 

Heiligen van de tijd als remedie

In een tijd waarin structuur weg valt, loop je het risico om keihard door te hollen of juist niet meer tot iets in staat te zijn. Zeker nu het sociale en culturele leven op een lager pitje staat, kan deze tijd lastig zijn. Het getijdengebed is een beproefde methode om boven het alledaagse uit te stijgen. Het dwingt je te luisteren naar wat of wie zich aan de greep van de tijd ontspringt. Het maakt je ontvankelijker voor de Eeuwige en daarmee zet het ’t leven van alledag in een compleet ander licht. Hulpmiddelen daarvoor zijn het kerkelijke jaar, de momenten van de dag, de seizoenen van het leven en de verhalen van weleer. Ik wens u een zalig Kerstmis: dat u de tijd in Eeuwig perspectief mag zien en nieuw licht mag vinden.