Nieuwe publieke religie

We zien het vaker: publieke acties waarbij mensen zich opofferen door zware lichamelijke inspanningen te doen om zo geld op te halen voor een goed doel. Ieder jaar in de week voor Kerst hebben we het Glazen Huis, waar bekende deejays zich zes dagen laten opsluiten en geen vast voedsel tot zich nemen, terwijl ze een live radioprogramma maken voor een groot publiek. Zo verzamelen ze veel geld voor goede doelen van het Nederlandse Rode Kruis. Elke zomer is er Alpe d’ HuZes, waar mensen maximaal zes keer achter elkaar de Alpe d’ Huez beklimmen, een zware col in de Tour de France. Ze laten zich daarbij sponsoren en dat sponsorgeld wordt ingezet voor onderzoek naar kanker.

Tiemo Meijlink

Op de dag dat ik dit artikel schrijf, is het net twee dagen geleden dat lange afstand-zwemmer Maarten van der Weijden na 163 kilometer de Elfstedentocht die hij zou zwemmen, staakte. Ook om geld te verzamelen in de strijd tegen kanker.

Het zijn initiatieven die zo’n 10 tot 15 jaar geleden zijn gestart en die steeds groter aandacht krijgen van een breed publiek. Zo stonden een aantal dagen lang duizenden mensen langs de Elfstedenroute om Maarten aan te moedigen. ‘Bovenmenselijk’ werd zijn prestatie genoemd. Een ‘held’ was hij, deze sportman, een ‘reus’. Zelf sprak hij erover dat er wel een ‘grens aan zijn lijden’ was, maar dat hij ook als ex-kankerpatiënt die genezen is, een schuld voelt ten opzichte van kankerpatiënten die het niet gehaald hebben en inmiddels zijn overleden. Toeschouwers waren geëmotioneerd. Mensen die zelf kanker hebben, waren zeer aangedaan dat Maarten dit voor hen deed. Groots was het onthaal in Leeuwarden, de avond na zijn zwemtocht. Alle media-aandacht was voor even gericht op deze ongelofelijke inspanning en opoffering.

Wij kennen in ons land al veel langer grote publieke liefdadigheidsacties. Maar in een verder verleden waren dat vooral amusementsacties waarbij bekende artiesten optraden en die vooral een gezellig, bijna huiselijk karakter hadden. Maar deze acties, gepaard gaande met zware inspanningen zijn betrekkelijk nieuw en zouden weleens te maken kunnen hebben met de manier waarop religieuze uitingen zich in onze tijd voordoen. Veel mensen voelen zich niet meer gebonden aan een bepaalde godsdienstige traditie of aan een kerk. Godsdienst heeft nog maar weinig publieke uitstraling en is vooral een zaak geworden van individuele, persoonlijke keuze. Massale religieuze uitingen behoren tot het verleden in onze hedendaagse samenleving. Of ligt dat anders?

Filosoof en bestuurskundige Gabriël van den Brink heeft ooit een typering gegeven van nieuwe hedendaagse religieuze uitingen. Hij sprak daarbij over de ‘migratie van het goddelijke’. Hij bedoelt daarmee dat weliswaar veel mensen in onze tijd zich niet meer op God richten, maar dat daar wel een andere ‘aanbidding’, een andere ‘toewijding’ voor in de plaats komt. Zoals: werk, naaste, samenleving, lichaam, natuur. Zo verschuift het goddelijke – dat wat om toewijding en overgave vraagt – naar andere terreinen. Ook gezondheid en dus de strijd tegen kanker zou je kunnen duiden als een aandachtsgebied dat iets goddelijks of heiligs is geworden. Het is kennelijk niet meer alleen een kwestie van collecteren of van regeringsbeleid waarbij meer geld naar kankeronderzoek en gezondheidszorg gaat. Nee, er moet iets voor gedaan worden; er moet een offer gebracht worden. En dat roept bij ons allen een grote bewondering op, en een vaak massale toeloop om de helden te aanschouwen. Waardoor wij ook zelf een geldoffer brengen in naam van de held die voor ons allen deze onmenselijke inspanning doet.

Kritische vraag zou wel kunnen zijn in hoeverre dergelijke ‘goddelijke migraties’ ons dichterbij het goede leven brengen. Dat zou wat mij betreft een belangrijk criterium zijn om dit soort ontwikkelingen te beoordelen. Trouwens: ook ik vind Maarten van der Weijden een held.