Na de startzondag, een goed verhaal

De maand september heeft de laatste decennia een heel eigen karakter gekregen door de zogenaamde startzondagen. Rondom een van de zondagen in die maand worden allerlei activiteiten georganiseerd, waar de hele gemeenschap van de kerkelijke gemeente aan mee kan doen.

Dr. Simon W. Bijl

De landelijke kerk speelt daarin ook een rol. Zij draagt een thema aan. Dit jaar is dat: ‘Een goed verhaal’. Het ligt voor de hand daarbij te denken aan de Bijbelse rijkdom aan verhalen, maar ook kan men putten uit de rijke verhalentraditie rond kerk en geloven van vele eeuwen en vanuit vele plaatsen en culturen. De Boodschap van het Evangelie werd en wordt telkens weer in woorden en verhalen overgedragen aan een volgende generatie, waarbij de eigen tijd en situatie een grote rol kan spelen.

In het christendom zijn deze overleveringen in verhaalvorm populair. Als protestanten worden we grootgebracht met vooral de verhalen uit het Oude Testament via de kinderbijbels, de kindernevendiensten en allerlei beeldmateriaal. Die geschiedenissen zijn vaak spannender dan die uit het Nieuwe Testament. De impact van dergelijke verhalen kan groot zijn. Luisteraars en lezers gaan zich identificeren met de mensen waarover wordt verteld. Men wordt zelf de hoofdfiguur. De situatie van eeuwen geleden wordt als het ware opnieuw beleefd in de wereld van nu. Wat ons is overgeleverd, wordt een gebeuren in het heden. Voor de kinderen bij hun vieringen is deze weken gekozen om de verhalen van Saul en David te vertellen. Al luisterend kan iemand dan als het ware zelf een Saul of David worden in allerlei situaties en met hem keuzes maken tussen goed en kwaad. Op die manier is David ook de tekstdichter van talloze psalmen geworden. Mensen in later tijd hebben zich herkend in de gebeurtenissen uit het leven van deze vluchteling, die later koning werd.

Als men deze verhalen op een goede manier vertelt, herkent men zichzelf duizenden jaren later daar nog in. Dat is een kenmerk voor een goed verhaal. Een heel bijzondere vorm van identificatie met personen uit de christelijke verhaalcultuur is gebruikt bij het geven van namen. Allereerst kan men dan denken aan het geven van Bijbelse namen aan kinderen, maar verder kan men deze gewoonte uitbreiden met de namen van de heiligen. Op die manier kunnen naamdragers proberen het leven van hun naamgevers na te doen. In ieder geval wordt dan het bijbehorende verhaal verteld.

De christelijke traditie moet het hebben van het ‘goede verhaal’. Daarin wordt alles doorgegeven wat van belang is voor het leven van een mens. Daarom wordt elke zondag opnieuw uit dat grote boek met geschiedenissen gelezen als een gebeuren in het heden. De hoorders spelen mee, kiezen partij, worden aangesproken en op weg gezet.

Zo beleven de gelovigen van de synagoge elk jaar weer het verhaal van de uittocht als een persoonlijke bevrijding uit de slavernij en gaan ze allen door de woestijn van het leren en ervaren op weg naar het beloofde land. Die wijze van verhalen tot leven brengen hebben de christenen overgenomen van de joden. Jezus is niet zozeer een mens uit het geschiedenisboek, maar de leraar en voorganger die ons nu aanspreekt om mens te worden in deze wereld. Verhalen vertellen is actualiseren, telkens opnieuw.

Natuurlijk vindt men in de Bijbel niet alleen maar verhalende stof. De wijsheidsboeken en de profeten, de brieven van de apostel vragen altijd om een inleiding, een schets van de situatie die achter de woorden schuil gaan. Dat zal men liefst in verhaalvorm doen, omdat mensen dat het makkelijkst opnemen en onthouden. De mensen en hun verhalen achter de woorden blijven boeien, als men het maar op goede wijze doorgeeft.

Een nieuw seizoen is begonnen om het grote Verhaal te delen. Hierdoor komt men de liefde, de genade, het verdriet en de pijn van de Eeuwige en de mensheid tegen en krijgt men oog en oor voor het goede te midden van al het kwaad.