Mens van mensen

De kerstvakantie is weer voorbij. Veel kerkelijke activiteiten, maar het werk lag even stil. Beetje bijkomen, de verkoudheid zonder veel succes te lijf gaan, energie opbouwen voor het nieuwe jaar.

Grappig eigenlijk dat je het toch vrij willekeurige einde van een kalenderjaar zo ervaart. Jezus’ geboortedatum speelt mooi in op die oerbehoefte om iets af te ronden en daarna weer opnieuw te beginnen. Het is een periode van reflectie en van goede voornemens. Het lijkt wel een moment van bekering: het wordt bij nader inzien tijd dat we bepaalde dingen toch eens anders gaan aanpakken.

Jan Wijbenga

De balans opmakend lijkt op het kerkelijk erf het doemdenken een beetje te verdwijnen. Naast krimp is er groei, naast voorspelbare neergang zijn er hoopvolle ontwikkelingen. De focus wordt meer gericht op kwaliteit dan op kwantiteit. En ook meer op de samenleving, want de kerk is er misschien niet voor iedereen, maar het geloof wél. Prof. dr. Mechteld Jansen, rector van de PThU, zei ruim een jaar geleden dat de theologie niet aan de kant moet blijven staan en achteraf analyses moet maken, maar aan de voorkant bij de samenleving betrokken moet zijn. Theologen moeten zonder gêne aanwijzen waar het om gaat. Het was voor de PThU aanleiding de vragen van de samenleving meer in haar curriculum te betrekken. Maar ik zie ook in Groningen hoopvolle ontwikkelingen: samen met de burgers van de stad initiatieven nemen.

Ook de PKN vindt dat de kerk haar stem vaker kan laten horen. Ook al is het evangelie misschien een ongemakkelijke boodschap. Dr. Sake Stoppels citeert in het Friesch Dagblad bisschop Tom Wright, die ooit schreef: ‘Overal waar Jezus kwam, waren relletjes, overal waar ik kom, schenken ze thee.’

Het christelijk geloof is waardenvol. ‘Zonder religieuze waarden, van welke aard ook, bestaat er geen spiritueel tegengewicht tegen ons materialisme en ons dodelijke marktdenken’, aldus Geert Mak in een toespraak voor de Nijkleaster-gemeenschap in Jorwerd. Hij vindt de revival van de kloostertradities, waarin juist deze waarden centraal staan en toepasselijk gemaakt voor deze tijd, dan ook niet alleen interessant, maar zelfs onvermijdelijk. Het rationalisme heeft niet het laatste woord.

Dat lijkt me ook een opgave voor kerkmensen. Wel is een vorm van inkeer, van persoonlijke vroomheid, eerst nodig, wil je met overtuiging in de samenleving aan de slag gaan. Diaconale activiteiten kunnen laten zien wat het geloof met je doet, hoe dat handen en voeten krijgt.

Die inkeer voedt ook de compassie: een mooi woord voor een nog mooiere daad. Compassie is het vermogen om de pijn van anderen te voelen, zei iemand ooit. Weet hebben van tekortkomingen en toch liefhebben. Liefde werkt ontwapenend, kan al dan niet zelf opgerichte muren breken.

Toch kan compassie tonen ook erg ongemakkelijk zijn, omdat het soms tegen de politiek, de commercie of de tijdgeest ingaat, waarin de polarisatie hoogtij viert.

De economen juichen om wat ze in hun glazen bol zien, kopers van bitcoins en van al die andere 1200 virtuele munten denken supersnel rijk te worden, veel werkenden gaan er financieel een beetje op vooruit, de webshops kunnen de bestellingen nauwelijks bijhouden en overal doemen nieuwe koffiezaakjes op. Het kan niet op. Of toch wel?

De vele achterblijvers hoor je niet. Ze zijn in de minderheid, hebben elk hun eigen problemen, zijn niet altijd goed georganiseerd en dus minder zichtbaar. Maar het beheerst wél hun leven.

Is het ooit anders geweest? Nee, niet echt. Het is een vraagstuk dat was, is en blijft. Maar het biedt de mensen van God wel ook steeds weer de kans mens van mensen te worden. Laat dat 2018 maar komen.