Marcus, de leeuw

In veel kerkelijke gemeentes volgt men het oecumenisch leesrooster. Dat betekent dat men dit jaar het Evangelie van Marcus leest in de vieringen. Op de grote feestdagen wijkt men hier van af en klinkt een gedeelte uit een ander Evangelie. Het Evangelie van Johannes kent in deze traditie geen eigen jaar, zoals de andere Evangeliën wel hebben. Hier wordt vaak uit gelezen op de feestdagen.

Dr. S.W. Bijl

De gewoonte om de Evangeliën naar de vermoedelijke auteur te noemen dateert uit het einde van de tweede eeuw. Alleen bij Marcus kan men teruggaan op een ouder gegeven van de hand van Papias, die als bisschop van Hierapolis (tegenwoordig Pamukkale in Turkije) rond het jaar 100 leefde. Hoewel er meer personen zijn geweest met deze naam, wijst men vooral naar Johannes Marcus (Handelingen 15:37). Johannes is zijn Joodse naam en Marcus zijn Griekse naam. Behalve in Handelingen wordt hij ook vermeld in verschillende brieven van Paulus en Petrus. Volgens Papias zou Marcus zijn Evangelie geschreven hebben op basis van wat Petrus hem heeft verteld. Hij zou dat niet in chronologische volgorde hebben opgeschreven, maar zoals het hem paste in zijn verhaal over Jezus. Marcus wordt beschouwd als de eerste schrijver van een Evangelie.

Johannes Marcus was een neef van Barnabas, een metgezel van Paulus op diens eerste zendingsreizen door Klein-Azië. Na onenigheid is oom Barnabas met zijn neef een eigen weg gegaan. De traditie verhaalt ons dat Marcus als verkondiger van het Evangelie naar Alexandrië in Egypte is gegaan en daar de eerste christelijke gemeente in dat land heeft gesticht.

De Koptische Kerk beschouwt Marcus dan ook als hun eerste patriarch. Volgens de traditie is Marcus later door zijn tegenstanders gevangengenomen en door de straten van de stad gesleept tot hij dood was. Door de christenen van die stad is hij daar begraven. Later is op die plaats een kerk gebouwd, gewijd aan Marcus. Daar zetelt tot op heden de patriarch van de Koptische kerk.

In het jaar 828, toen de islam Egypte had veroverd, hebben kooplieden uit Venetië het stoffelijk overschot uit het graf gehaald, dat verstopt onder varkensvlees en zo met hun schip meegevoerd naar Venetië. De in veiligheid gebrachte relikwieën kregen later ook daar een kerk, de beroemde San Marco. (In het jaar 1087 deden scheepslui uit Bari iets soortgelijks met de stoffelijke resten van Sint Nicolaas, die ze uit Myra stalen, dat in de handen van de moslims was gevallen).

Omwille van de lieve vrede heeft paus Paulus VI bij zijn bezoek in 1968 een botje teruggegeven aan de patriarch van de Koptische Kerk. De kopten zeggen overigens dat de schedel van Marcus al die tijd in Alexandrië is gebleven.

Op het San Marcoplein staat een beeld van een leeuw. Elke Evangelieschrijver heeft in de traditie een eigen symbool gekregen. Hierbij verwijst men naar het visioen van Ezechiël 1, waar geschreven wordt over vier hemelse wezens in de gedaante van een mens of engel (Matteüs), een leeuw (Marcus), een os (Lucas) en een adelaar (Johannes). Kort maar krachtig klinken zijn woorden elke keer weer als gelezen wordt uit Marcus’ weergave van het leven van Jezus. Zijn woorden onthullen een geheim. De hoofdfiguur Jezus blijkt de Messias, de Christus te zijn.

Aan ons, lezers en hoorders, om dat zelf ook te ontdekken.