"Ledigheid is des duivels oorkussen"

Ik ben nog opgevoed met de richtlijn dat je nooit met lege handen mocht lopen. Als je toch naar de keuken loopt, kun je alvast wat vaat meenemen, als je de trap oploopt, kun je meteen schone was meenemen naar boven – dat werk. Wee je gebeente als je zei dat je je verveelde; bijna net zo erg als wanneer je zei dat je iets niet lustte of als je zei dat je ergens geen zin in had of als je zei dat je honger had. Mijn ouders konden er wat van, van opvoeden, de gemeenplaatsen vlogen je om de oren: ‘dan maak je maar zin’, ‘in de oorlog hadden we pas honger’ – dat werk dus ook.

Reinder de Jager

Als ik me verveelde moest ik dat uit lijfsbehoud vooral voor me houden. Voor ik het wist stond ik onkruid tussen stoeptegels uit te krabben, want vervelende klussen, daar was nooit gebrek aan. Ik heb iemand gekend die op de afdeling HR werkte; waarmee hij zich onledig hield, niemand die het wist, en hijzelf al helemaal niet. Het volstond als hij twee keer per dag gejaagd over de gang liep met een stapeltje papieren in de hand, die kopieerde en eenmaal veilig in zijn eigen kantoor door de papierversnipperaar haalde.

En dan komt nu die periode eraan van ledigheid bij uitstek: de Grote Vakantie. Voor mij zelfs een beetje dubbelop: ik ga van 110% werken naar 50%, een soort voorafschaduwing van mijn pensioen. Wat ik met al die lege uren ga doen? Om te beginnen vooral niet uitstralen dat ik me verveel. Tijdens vakantie van de ene kerk naar het andere museum voorthobbelen, en in mijn werkloze uren zeggen dat ik het nog nooit zo druk heb gehad sinds ik geen werk heb. (Over gemeenplaatsen gesproken…) Want als je met je ziel onder je arm gaat rondlopen, nou, daar weten ze in kerkelijke kring wel raad mee! Voor je het weet zit je in een of andere commissie.

Het vreemde en tegelijk hoopgevende is dat de Bijbel bij monde van Prediker ons gezwoeg onder de zon lucht en ledigheid noemt. Dat zouden al die slavendrijvers die ons tot 67, 68, 69 jaar of nog ouder aan het werk willen houden eens in zich op moeten nemen: werken tot je er dood bij neervalt is ledigheid. En ledigheid is… juist!

Ik verlang meer en meer naar een andere leegte. Het leven en wandelen zonder doel of zin, maar zomaar, omdat ik loop, omdat ik leef en daar genoegen mee neem – nee, genoegen in schep! Naar mijmeren, naar nadenken zonder praktisch nut, of vinden zonder dat ik een oplossing zocht. Bijna niet te vatten, die leegte, maar ruimte en stilte en kleurenpracht en muziek en poëzie raken eraan. Het is een leegte die niet beangstigt, en die niet vanzelf weer volloopt met bezigheden en lawaai. Ze is niet des duivels oorkussen. Ze raakt aan God.

Dit is mijn ingewikkelde manier om u een fijne vakantie toe te wensen: veel ledigheid gewenst, zonder meer. Alles is goed. De agenda is leeg.