Labyrint

Een half jaar geleden zijn ons beperkingen opgelegd, die de dagelijkse routines van bijna alle Nederlanders hebben verstoord. De aanvankelijke zelfdiscipline, waar een beroep op werd gedaan, blijkt moeilijk vol te houden nu de IC’s niet meer overbezet zijn en de piek voorbij lijkt. Verveling, ergernis, slordige naleving, complottheorieën, boze ondernemers, bestaansonzekerheid: het kwam allemaal langs. Begrijpelijk ook, want we voelen ons niet vrij. Niet zo vrij als anders. Toch blijkt COVID-19 ook de trigger om nieuwe wegen in te slaan, creatief te worden, er toch iets van te maken.

Jan Wijbenga

Er kwam ruimte voor bezinning. Hoe belangrijk is wat we doen, zijn we nog wel met de goede dingen bezig, draafden we ook niet een beetje door, hadden we voldoende oog voor de ander? Wisten we nog wel waar de rem zat?

Ook als kerkgemeenschap hebben we moeten schakelen, toen de gebruikelijke routines en activiteiten wegvielen. En gaat het om een tijdelijke aanpassing, of misschien ook wel om een permanente? De behoefte aan ontmoeting blijft, maar in de tussentijd worden we ook op onszelf teruggeworpen. Het gevoel van eenzaamheid, met name onder ouderen, neemt toe. Maar er kwam in de privésfeer ook ruimte om stil te staan bij de essentie van het leven, over de waarden die er werkelijk toe doen. Christenen kunnen daarbij terug naar de bron. De bron die niet alleen de Bijbel omvat, maar ook de lange christelijke traditie, waaronder de mystiek.

Onlangs waren we in Zenderen in Twente, op bezoek bij Hanna’s broer Bouke die zijn leven lang Karmeliet is geweest. Hij kreeg zijn opleiding in het klooster, trok de wijde wereld in en brengt er nu zijn oude dag door. Al vanaf 1856 is het Karmelklooster een ideale plek voor bezinning, contemplatie en spiritualiteit, zowel voor de zeventien kloosterlingen zelf als voor de mensen uit de buurt. Zo worden er activiteiten georganiseerd als icoonschilderen, bezielingsavonden, mystieke teksten lezen, meditatie en meditatief wandelen, Lectio Divina en films.

In de lommerrijke stiltetuin is met kleine stenen een labyrint aangebracht. Een labyrint is geen doolhof. In een doolhof verlies je de weg, in een labyrint vind je de weg. Er is één entree, tevens uitgang. Wie op zoek is naar zichzelf, naar God, naar spiritualiteit, volgt de weg en komt in het centrum terecht bij de kern. Daarna loop je dezelfde route terug. Vaak gaat een bepaalde gedachte met je mee om over te mediteren. Het lopen staat symbool voor een innerlijke weg, van loslaten, ontvangen en toelaten. Het is een bijzondere vorm van inkeer, van stilstaan bij (elementen van) je geloof en waarden die er werkelijk toe doen.

Het innerlijke leven voelt vaak als een doolhof. Maar in de stilte van het labyrint kun je bij de kern komen, jouw persoonlijke kern. Tot heil van jezelf, van de ander en van je relatie met God.

PS: In Groningen heeft o.m. onze wijkgemeente De Bron ervaring met het leggen en lopen van een labyrint.