Johannes, de man voor Jezus uit

In elk evangelie wordt zijn naam, Johannes, genoemd. Bij de aankondiging van zijn geboorte krijgt de aanstaande vader, de priester Zacharias, deze naam voor zijn zoon van de engel Gabriel te horen. Een naam met een betekenis, zoals alle Bijbelse namen: ‘God is genadig’. Van de jaren tussen zijn geboorte en zijn optreden in het openbaar bij de Jordaan weten we niets. We lezen dat hij in de woestijn van Judea verbleef waar ook andere mannen waren, die als kluizenaars leefden. Sommigen van deze figuren hadden leerlingen om zich heen. Dit doet denken aan  kloostergemeenschappen zoals we enkele eeuwen later tegenkomen in Egypte. In de wildernis voelde men zich vrij van druk van buitenaf en kon men zich volledig concentreren op de Eeuwige. Van een van deze groepen kennen we een naam: de Essenen. Vermoedelijk zijn de na de Tweede Wereldoorlog bij Qumran gevonden geschriften, bekend als de Dode Zeerollen, van hen afkomstig. Het blijft gissen of Johannes contact heeft gehad met deze stroming binnen het Jodendom van rond het jaar nul.

Dr. S.W. Bijl

Zijn optreden in het openbaar begint aan het eind van de jaren twintig in de eerste eeuw. Hij heeft leerlingen en doopt mensen die gehoor geven aan zijn oproep tot ommekeer. Volgens de vier Evangeliën vindt hij gehoor bij vele mensen. Vanwege zijn kritiek op de door de Romeinen aangestelde koning Herodes, een afstammeling van Herodes de Grote uit Lucas 2, wordt Johannes gevangen gezet. Herodes is onder de indruk van deze profetische figuur en hij laat hem regelmatig bij zich komen voor een gesprek. Door een dwaze belofte aan zijn dochter moet hij uiteindelijk Johannes laten ombrengen. Zo loopt het triest af met deze dertigjarige profetische man.

Ongeveer 25 jaar later komt Paulus leerlingen van Johannes tegen in Efeze (Handelingen 19). Dit toont aan hoeveel indruk Johannes indertijd op sommige mensen heeft gemaakt. Zij blijken niets te weten van Jezus. Paulus vertelt hun over Jezus. Als zij tot geloof in Jezus Messias komen, ontvangen zij de Geest.

Johannes wordt naast de Heilige Schrift ook vermeld in een dik boekwerk dat vroeger naast de Bijbel veel gelezen werd, namelijk De Oude Geschiedenis van de Joden. De auteur Flavius Josephus is net als Johannes ook een zoon van een priester in de tempel van Jeruzalem. Zijn eigenlijke naam is Jozef Ben Matthias. Tijdens de opstand tegen de Romeinen rond de jaren 70 van onze jaartelling is hij, nog geen dertig jaren oud, bevelhebber van de opstandelingen in Galilea! Hij wordt gevangen genomen en naar Rome getransporteerd. Daar zet hij zich aan het schrijven (in het Grieks) om de Romeinen en anderen duidelijk te maken wie en wat Joden eigenlijk zijn en geloven. In hoofdstuk XVIII 116 - 119 lezen we in een prachtige moderne vertaling van dit boek: “Johannes was een goed man. Hij riep de Joden op deugdzaam te leven, tegenover elkaar gerechtigheid te betrachten, en eerbied tegenover God, en zich door hem te laten dopen. Het eerste diende vooraf te gaan aan het tweede, want alleen dan was het dopen welgevallig in de ogen van God”. Omdat Johannes veel succes had bij het volk, nam Herodes uit angst voor onrust hem gevangen en liet hem uiteindelijk doden.

De prijzende woorden van Flavius Josephus, geschreven aan het einde van de eerste eeuw, laten iets zien van de waardering die binnen de Joodse wereld voor deze persoon bestond.
Beide kleine kinderen, Johannes en Jezus, worden geboren aan het begin van het Evangelie en vinden een afschuwelijk dood. Als wij Kerstfeest vieren, beginnen we aan een periode die uitloopt op de Veertigdagentijd, de tijd van de Passie. Blijkbaar hoort dit alles bij elkaar.