In balans?

Momenteel bevinden we ons midden in de veertigendagenperiode. Vroeger noemden we dat de lijdenstijd. Dat begrip is eigenlijk heel karakteristiek voor de protestantse kerken in ons land. Alle nadruk komt te liggen op de lijdensweg, die Jezus heeft gevolgd gedurende zijn leven op aarde. Op de buitenmuur van de Stadsparkkerk in Groningen staat nog steeds deze tekst te lezen: ‘Wij verkondigen Christus de Gekruisigde’. Jezus is de lijdende en gekruisigde. Maar is dit niet de halve waarheid?

Dr. S.W. Bijl

In de westerse christelijke traditie is en was Jezus vooral de lijdende knecht van de Heer waar Jesaja over schrijft. De kerkvaders uit het Westen en de latere leraren van de kerk en hun leerboeken laten eenzelfde nadruk op de lijdende Christus zien. De Reformatie binnen het westerse christendom heeft hierin geen verandering gebracht.

Schilders uit allerlei streken en christelijke tradities in West-Europa toonden en tonen dat lijden op vele doeken. Beeldhouwers en houtsnijders leggen in hun werken ook de nadruk op het lijden en sterven van de Heiland. Grote en kleine kruisen staan of hangen in vele westerse kerken, al of niet voorzien van het getormenteerde lichaam van de Heer. Op de torens zijn die kruisen kenmerkend voor een kerkgebouw. In de rooms-katholieke westerse kerkinterieurs ziet men de veertien kruiswegstaties, die op een eigen traditionele manier de laatste gang van Jezus in Jeruzalem in beeld brengen. De meeste staties hebben een bijbelse achtergrond, en geven uiting aan de behoefte de immense tragiek in beeld te brengen. Veronica en de val van Jezus horen tot de vrome fantasie. Ook in particuliere huizen van gelovigen hangen kruisen en crucifixen. In deze vormgeving herkende men het eigen menselijk lijden van alle tijden en plaatsen. Dat kan men ook goed terugzien bij de Pieta’s, waarbij moeder Maria het levenloze lichaam van haar zoon op schoot houdt. Naast de beeldende kunsten treft men dit verschijnsel ook aan in de kerkelijke muziek. Wanneer Johannes Sebastian Bach zijn Passies componeert en uitvoert, eindigt zijn muziek in tranen. Ontroerd horen de aanwezigen, gelovig en ongelovig, toe.

In de oosterse kerken liggen de zaken totaal anders. Natuurlijk weet men van het lijden van de Christus, maar vele malen belangrijker is de boodschap van Pasen. Alle ellende, pijn, verdriet, boosheid, wroeging, tranen en schuld verbleken bij het verblindende licht van Pasen, de verrijzenis van onze Heer. In die kerken vindt men wel de kruisen terug, maar lang niet zo prominent als in het westen. Een triomfantelijke Christus kijkt vanaf het plafond groots en majesteitelijk de gelovigen aan. De passie is passé! De dood is het einde niet! Daar getuigen de afgebeelde heiligen van, met hun blik op oneindig. Deze nadruk op Pasen kleurt de kerkelijke kunst anders dan die van het westen. Dat vinden we ook terug in het gezang, in de teksten en de theologie.

In de vier evangeliën is alles nog één geschiedenis, in één adem geschreven en verteld. De kerk wereldwijd heeft maar één verhaal: van de opgestane Heer, die door en voor mensen was gekruisigd! Maar het is noodzakelijk beide kanten aan het licht te brengen om zwart en wit te kunnen onderscheiden