“Ik ben een mens en niets menselijks is mij vreemd” (Terentius, 190 – 158 v. Chr.)

Deze woorden vormen een bekend gezegde. Velen gebruiken dit spreekwoord om zich ergens voor te verontschuldigen. Dat gaat dan in de trant van een ander gevleugeld woord: “Ik ben ook maar een mens”. Hiermee wil men dan duidelijk maken dat wij mensen nu eenmaal niet volmaakt zijn en fouten maken daarvan het logisch gevolg is.

Dr. S.W. Bijl

Een groots en verheven mensbeeld past hier niet bij en dat lijkt dan wel in overeenstemming met onze zogenaamde volksaard van bescheidenheid en calvinisme. Die laatste typering wordt mijns inziens wel heel vaak te onpas gebruikt, want zo calvinistisch zijn de meeste Nederlanders helemaal niet.

Toch is dit gebruik van dit gezegde niet het juiste en oorspronkelijke. De eigenlijke zin van deze woorden is: “Ik ben een mens en alles wat mensen overkomt, raakt ook mij!”. In de oudheid werden deze woorden gebruikt om te verklaren waarom men zich met de zaken van anderen bemoeit. Als mens ben ik verbonden met alle mensen van alle tijden en plaatsen. Wat zij doen en laten, beleven en denken, geloven en liefhebben om maar enige werkwoorden te noemen, hoort ook bij mij als persoon. Mensen vormen met elkaar de mensheid in de geschiedenis. Hier past dit gezegde bij: “Als één lid lijdt, lijden alle leden”. Bij antieke schrijvers komen we deze en dergelijke gedachten tegen. Voor hen is de mens een sociaal wezen. Als individu is men zich ervan bewust deel van een groter geheel te zijn.

Deze zienswijze vinden we ook in de Bijbel terug, al is die niet vanzelfsprekend. Kort geleden stond de lezing uit Matteüs 15:21-28 op het leesrooster. Daar duikt uit het niets een Kanaänitische moeder op, die de Jood Jezus om hulp vraagt voor haar zieke dochter. Jezus weigert eerst haar, als vreemdeling, te helpen, maar als zij tegenwerpt dat de honden de kruimels van de tafel mogen eten, trekt hij zich het lot van haar en haar kind aan. Als Paulus het Evangelie naar de ‘heidenen’ brengt, ontmoet hij tegenwerking van de joodse aanhangers van Jezus, die de sociale grenzen overtreedt. Uiteindelijk ontstaat er één gemeenschap van joodse en niet-joodse christenen. Grenzen vallen weg. Allen zijn kinderen van één Vader!

Voortbordurend op het bovenstaande kan de kerk en de mensheid, waar de kerk deel van uitmaakt, niet blijven toekijken bij de ellende van anderen. Het kamp Moria op Lesbos met al die verschillende mensen kan ons niet onverschillig laten, tenzij we onszelf kwalificeren als on-mensen. Hun lot raakt ook ons. Bij wijze van spreken staan wij ook in hun schoenen en lopen wij op hun slippers! Zo klinkt dat spreekwoord wel anders.

Vlak voor het feest van Sinterklaas houdt Kerk in Actie een huis-aan-huis-collecte voor alle vluchtelingenkinderen in Griekenland. Wilt u meehelpen, dan kunt u mailen naar: bijl_haverdings@xs4all.nl