Het uur U in flarden

De doodstille straat lag
te blakeren in de zon.
Een man kwam de hoek om.

De zon had het rijk alleen.
Zelfs zij, wier tweede natuur
hen bestemde, hier, op dit uur,
te wandelen: de student,
de dame die niemand kent,
de leraar met pensioen,
waren van hun gewone doen
afgeweken vandaag;

Maar vreemder, dan
dat de straat leeg was,
was het feit
der volstrekte geluidloosheid,
en dat de stap van de man
de stilte liet als zij was,
ja, dat zijn gestrekte pas
naarmate hij verder liep
steeds dieper stilte schiep.

langs heel de vuurlinie heen
weet men: dit meldt het uur u,
nu verdwijnt de onzekerheid
van de mij gegunde tijd,
nu is het voor alles te laat.

De stilte die dan ontstaat
is een stilte van het soort
waar dingen in worden gehoord
die nog nimmer het oor vernam.

Zo ook hier. Toen de man kwam
en voortliep, begon men het gas
in de buizen onder het huis
te horen, en het gesuis
van water onder de straat,

Het is een groot woord: paniek,
maar het tekent de stille schrik
die op dit ogenblik de ledige straat beving.

Was het vriend of vijand? Niet uit te maken, want het schip voerde geen vlag.

Zoals ook de man die men zag
het minste niet droeg dat een man
van een man onderscheiden kan.

de man liep betrekkelijk vlug –
men zag hem nu op de rug.

Men had hem niet bepaald
feestelijk ingehaald;
daar was ook geen reden voor;
maar gelukkig liep hij door,

en toen de waarschijnlijkheid
dat men hem weldra kwijt
zou zijn, bij elke stap terrein won,

gaf heel de straat,
den man het heilig kruis achterna.

Het duurde een minuut misschien,
maar die een eeuwigheid was.

Toen deed de man een pas.
Met zijn vreemde, gestrekte gang
zag men hem spoedig de hoek omslaan.

Terstond ging ieder raam
wijd open, 't Was tijd.

De tafels stonden klaar.
Door open voordeuren zag
men moeders naar buiten gaan
roepend een kindernaam

Er kwam van andere kant
nog een klappend gerucht.
Het kwam van hoog uit de lucht.
Het waren de mus, de spreeuw,
de merel weer en de meeuw.

Zij streken neer uit de goot.
Het sloeg, het tjilpte en floot
tot midden, op de rails,
waarlangs thans kwam opgedaagd
de tram, een tijdlang vertraagd
rijdende wat hij kon
de verloren tijd herwon.

Ds. Pieter Versloot

De afgelopen coronamaanden schoten mij fietsend door een vreemd stille stad regelmatig flarden van ‘Het uur U’ te binnen. Martinus Nijhoff schiep dit gedicht van 520 regels in 1936. ‘Het uur u’ betekent in het leger het geheimgehouden uur van de aanval. De historicus Frank Snowdon maakt onderscheid tussen ‘flits crises’, infectieziekten die als een terroristische aanslag ineens toeslaan en ‘creeping crises’, crises die de samenleving belegeren zoals het coronavirus.

‘Het uur U’ verwoordt voor mij zo bij-de-tijds de onderhuidse dreiging van een crisis, die ‘geruisloos’ de samenleving, je leven binnen sluipt.