Het C-woord

Met enige schroom voeg ik me bij de mensen die publiekelijk een mening ventileren over het C-woord. Of beter: over de moeheid van het C-woord. Mensen beginnen moe te raken van corona. Van de maatregelen, van het gedoe, van de discussies, van de versoepeling en van de vul maar aan. Mijn moeheid van corona raakt vooral de kerkelijke sfeer. De combinatie van kerk en corona was (en is) niet overal een gelukkig huwelijk. Het is veelal als een gedwongen huwelijk en ik als kind van de kerk raak moe van deze moeizame relatie.

Nick Everts

Onder de noemer ‘Bij de tijd’ kom ik er niet onderuit om iets over corona te schrijven. Begin maart heeft niemand kunnen inschatten hoe groot de impact zou zijn. Voor de meesten vooral financieel, sociaal en maatschappelijk. Voor een minderheid betekent deze tijd daadwerkelijk ziek zijn, verlies verwerken of herstellen. Mijn moeheid raakt niet hen. Mijn moeheid raakt aan het hervinden van balans tussen wat weer kan en wat nog niet gedurfd wordt.

Je hebt altijd rekkelijken en preciezen. Het is niet productief om ze tegen elkaar uit te spelen, al krijgen ze in deze tijd opnieuw een herkenbaar gezicht. U of jij kunt ze waarschijnlijk inmiddels ook onderscheiden. De één houdt zich, misschien zelfs wat krampachtig, aan protocollen of richtlijnen en lijkt er houvast aan te beleven. Een ander komt nonchalant over, ziet vooral wat nog wel kan, gaat het anders doen of lijkt de adviezen grotendeels te vergeten en te ontkrachten. In talkshows en media krijgen zowel de rekkelijken als de preciezen veel aandacht.

Ook in de kerk krijgen vooral de rekkelijken en de preciezen aandacht. De ironie is echter dat het merendeel van de mensen er ergens tussenin zit. Soms zijn ze enthousiast over de veranderingsmogelijkheden van de kerk. Soms maken ze zich zorgen over de snelheid van de versoepelingen. Op andere dagen zijn ze het zat, willen ze het liefst weer terug naar zoals het ging of frustreert het dat de kerk zo protocollair lijkt.

Als ik eerlijk ben, komt mijn moeheid door de voortdurende innerlijke wisseling tussen precieze en rekkelijke. Ik word enthousiast als ik zie dat de kerk in korte tijd digitaal vaardiger is geworden. Ik word vrolijk als ik hoor over de openluchtviering van Het Pand of het samenkomen in huiselijke kring. Ik raak teleurgesteld door de beperkte flexibiliteit van kerken en kerkbesturen. Ik ben ontroerd door mensen die naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen. Ik ben angstig voor de gevolgen van deze tijd voor de toekomst. Af en toe ben ik het zat en mis ik hoe het ‘gewoon’ ging. Soms maak ik me boos over richtlijnen en adviezen. Boven alles ben ik geregeld moe: coronamoe. Ik weet het niet precies en de rek is er geregeld even uit. Het c-woord is in crisis. Ook dat past bij deze tijd.