#Heri Heri

Op woensdag 1 juli is de jaarlijkse herdenking én viering van de afschaffing van de slavernij in Suriname en op de Antillen, die na de invoering van de Emancipatiewet, in 1863, tot stand kwam. Nederland was daarmee één van de laatste landen in Europa die de slavernij afschafte. Vanwege de coronapandemie is er dit jaar (zoals het nu lijkt) geen herdenking bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark en ook het Keti Koti Festival (Ketenen Gebroken) – dat sinds enkele jaren in alle grote steden wordt gevierd – kan niet doorgaan.

Annelies Noordhof – Hoorn

Dat betekent niet dat we dit herdenken en vieren dus maar moeten overslaan. Integendeel, de huidige antiracismeprotesten tonen aan dat het juist van groot belang is om stil te staan bij ons slavernijverleden dat doorwerkt tot op de huidige dag. In de Verenigde Staten, maar ook in Nederland. Een gevoelig onderwerp, blijkt vaak. Het liefst willen we onze zeehelden en ons roemruchte verleden bezingen, maar dat kan niet langer. Niet zonder meer. Een inclusieve samenleving vereist dat we ook kijken naar de keerzijde van ons koloniale verleden. ‘Onze’ overzeese gebieden brachten niet alleen rijkdom, maar ook geweld en mensonterende praktijken met zich mee.

Dit jaar moeten we dus op zoek naar een alternatief. In Amsterdam wordt op verschillende locaties Heri Heri uitgedeeld, een Surinaams eenpansgerecht. Mijn gedachten gingen uit naar een boekje dat enkele collega-historici een paar jaar terug publiceerden. Het is een boek met een wandelroute en vier fietsroutes door stad en ommeland. Die routes voeren niet langs gas en graan, maar langs sporen van het slavernijverleden in Groningen (tevens de titel van het boekje).

Ook in Groningen bestond een afdeling van de West Indische Compagnie – marktleider in de trans-Atlantische slavenhandel – namelijk de Kamer Stad en Lande. Ook Groningers plukten de vruchten van slavenhandel en slavernij op plantages. De wandelroute voert langs de werf van de WIC aan de Noorderhaven, maar ook langs ’t Feithhuis, generaties lang bewoond door de familie Feith. Deze vooraanstaande Groninger familie heeft veel betekend voor de stad, ook als het ging om armoedebestrijding en liefdadigheid, maar het familiekapitaal groeide mede door de compensatiegelden, van overheidswege verleend aan voormalige slaveneigenaren vanwege het verlies van hun ‘eigendom’.

Dit vertel ik overigens niet omdat ik vind dat ’t Feithhuis nu roze moet worden gespoten of om een moreel oordeel te vellen over de familie Feith. Juist niet. Dat is ook niet de opzet van de auteurs. De bedoeling is om ons met andere ogen te laten kijken. Om ons dát te laten zien en erkennen waar we anders volstrekt gedachteloos aan voorbijgaan. Waar we anders volstrekt gedachteloos aan voorbij blijven gaan, ook in het heden. Het gedrag van een ander veroordelen is vaak makkelijker dan verkeerd gedrag in onszelf aan te wijzen, maar we maken ons allemaal schuldig aan stigmatiseren en discrimineren. Als het niet gaat om kleur, dan wel om leeftijd, geloof, geaardheid, (psychische) ziekte en noem maar op. Laten we 1 juli aangrijpen om eens met andere ogen rond te kijken, wandelend of fietsend. Of om voor het avondeten eens een Surinaams gerecht te bereiden. #Heri Heri.