Food

In 2007 volgde ik een onderzoekspracticum aan Trinity International University in Deerfield, Illinois. Als onderdeel van het practicum moesten we onderzoek doen onder kerkleden, die op een korte missionair-diaconale werkvakantie waren geweest buiten de VS. We kregen een drievoudige opdracht: 1. Zoek uit hoe groot de rol van eten was tijdens hun werkvakantie, 2. wat die rol inhield en 3. hoe ze die rol dan verklaarden.

Ds. Pieter Versloot

Het antwoord op de eerste vraag verraste ons niet: Eten bleek een grote rol te spelen tijdens hun ‘short-term mission trip’. Interessanter was de vierledige rol waar de respondenten mee kwamen: eten bleek een krachtig samenbindend instrument te zijn, een cruciale rol te spelen in het bijstaan van de armen, rondom eten werden cultuurverschillen helder (soms pijnlijk) zichtbaar en last but not least: goed eten hielp het vol te houden.

Nog boeiender waren de verklaringen. Wat maakte bijvoorbeeld eten tot zo’n belangrijke samenbindende factor? Voedsel heeft een aantal unieke eigenschappen: 1. Elk mens is er afhankelijk van: blank en zwart, jong en oud, vrienden en vreemdelingen. 2. Eten leidt de aandacht af. Natuurlijk moet je aandacht geven aan de ander(-en) maar je mag je ogen ook laten afdwalen naar je bord, even opscheppen en er een opmerking over maken. 3. Eten doorbreekt taalbarrieres. “Ik genoot samen met Lucky Man uit Malawi van dezelfde heerlijke kip, die hij had klaargemaakt, terwijl we geen woord van elkaar verstonden,” schreef iemand.

Eten speelde een cruciale rol in de kennismaking met de gastcultuur. Bij velen hielp eten die te waarderen. Men dronk bijvoorbeeld ‘hemelse koffie’, men verbaasde zich over de rijkdom aan smaken. Aan tafel werd de onvoorstelbare gulheid van vele culturen zichtbaar. Een team in Mozambique kreeg in een weeshuis zes keer per dag te eten. Bij anderen werd het verschil tussen de thuiscultuur en gastcultuur pijnlijk duidelijk. Maaltijden konden een bezoeking zijn. Elke dag dezelfde thee, hetzelfde taaie brood met soms een beetje zout en suiker. En dan zat je soms zes uur aan tafel met mensen, die je eerst leuk vond maar die je mateloos gingen irriteren door hun anders-zijn.

Rondom eten werden ook verschillende ideeën over reinheid zichtbaar. Er ontstonden conflicten als bijvoorbeeld reinheidswetten overtreden werden. In dat kader viel mij iets op in de berichtgeving over de vrijspraak van Asia Bibi in Pakistan vorige week. De aanklacht tegen haar begon met een voorval in 2009 toen zij water ging halen tijdens haar werk. Twee moslimvrouwen weigerden van dezelfde beker te drinken, omdat Bibi die door haar aanraking onrein had gemaakt. Er speelde waarschijnlijk meer tussen Bibi en haar omgeving maar haar acht jaar gevangenschap begon met een beker.

Eten maakt een cultuur tastbaar. Dat lukt veel minder via een beeldscherm. Virtueel eten bestaat (nog) niet. Eve Turow legt in dit verband een prikkelende observatie neer over twintigers. Ze is er zelf een. Volgens haar zijn twintigers minder geïnteresseerd in geld dan baby-boomers. Zij zouden een andere ‘munteenheid’ hanteren: eten. Ze zijn de eerste generatie die van baby af aan opgegroeid is met schermen, internet en smartphones. Voor deze digi-generatie is eten iets van een ‘hogere orde’: het gaat over dingen die je echt kunt vastpakken, ruiken en proeven.

Goed eten verbindt hen volgens Turow aan het echte leven. Dat is wat er volgens de respondenten in Illinois ook gebeurde tijdens hun interculturele werkvakantie: goed eten verbond hen aan het echte leven in de gastcultuur. Het fungeerde als toegang tot het grotere verhaal van de cultuur. De maaltijd was een voorproefje. Ze zagen vaak ook voor ogen wat het eten kostte: een geslachte kip maar ook gesneden groente.

Volgens Norman Wirzba, hoogleraar theologie en ecologie aan Duke University “sterft er iets voor elke hap die ik neem.” Van dieren zijn we ons dat langzamerhand wel meer bewust. Maar voor planten geldt het net zo goed. Het geldt voor alles wat uit de bodem komt. Aarde verteert dat wat dood is en transformeert het tot nieuw leven. Alles wat ‘food’ is bestaat uit grondstoffen. Alles wat zichzelf als mijn voedsel aandient, offert zichzelf ten diepste op.

Eten brengt je heel dicht bij het geheim van het leven. Het roept bij velen een besef van heiligheid, een ‘hogere orde’ op. Sommigen brengt dat tot de aanbidding van voedsel –het geschapene- zelf. De joods-christelijke traditie doet dat niet. Zij ziet goed eten als een verwijzing naar de Schepper ervan: God. Elke etenstafel is een ‘klein heiligdom’: het verwijst naar een groter verhaal.

Dat verhaal gaat over leven dat zich opoffert voor ons in de schepping én verlossing. De Schepper blijkt tevens een Herschepper te zijn, die zich ‘als ons voedsel aandient’. Door daar van te eten krijgen we deel aan het echte leven. Brood en de wijn verbinden ons aan Hem, die daarvoor de weg ging van het tarwegraan. In de herschepping gaat het niet zo veel anders toe dan in de schepping. Schepper en Verlosser zijn één, eensGeestes.

Goed eten hielp mensen hun werkvakantie vol te houden, concludeerden wij in Illinois. Volgens mij geldt dat ook voor onze wandel met God.

Bronnen:
The Atlantic, Why millenials are so obsessed with Food, Joe Pinsker, 14 augustus 2015
Tim Vreugdenhil, Stand-up Theology, Utrecht 2018, pp. 52-55
P.A. Versloot, The Significance of food during short-term mission trips. Paper TIU, 2007.