Eenzaamheid

Onlangs was het de week tegen de eenzaamheid. Ik zag op televisie korte, indringende interviews met eenzame mensen. Ze durfden er publiekelijk voor uit te komen; dat was bijzonder. Bijna zonder uitzondering vonden ze hun leven nauwelijks meer de moeite waard. Eenzaamheid kan verlammend werken. Er iets aan doen vraagt om initiatief, maar je hebt vaak al teleurstellende ervaringen gehad en wat moet je meer doen?

Jan Wijbenga

Het helpt als je deel uitmaakt van een gemeenschap, een omgeving zoekt waar je anderen treft. Ouderen moeten steeds langer thuis blijven wonen, de mobiliteit neemt af. Als dat je aan huis kluistert, zullen anderen eropaf moeten. Kennisinstituut Movisie heeft een aanpak ontwikkeld waarbij mensen getraind worden.

Het is zo tegenstrijdig: de overheid veronderstelt zelfredzaamheid, maar veel mensen kunnen dat niet opbrengen. Wie moeite heeft om contact te maken en relaties te onderhouden, zal daarbij echt geholpen moeten worden. Dat hoeft niet per se door een professional te zijn. Ook vrijwilligers kunnen, mits goed toegerust, die rol vervullen, juist ook omdat het gaat om waarachtige interesse voor eenzame mensen.

Het is mooi dat het taboe eraf gaat. Het is bespreekbaar geworden. Zelfs jongeren kunnen zich eenzaam voelen, ondanks alle drukte om hen heen. Het gevoel van anders zijn, niet mee willen en kunnen doen met wat van je verwacht wordt.

Ouderen wordt nog wel eens aangeraden om een hond te nemen. Het is een manier om buiten te komen en af en toe es een praatje te maken. En thuis heb je er een goede vriend bij die weinig eisen stelt anders dan eten en drinken – en aandacht natuurlijk. 

Een beproefd recept is ook mensen iets te laten betekenen voor anderen. Iedereen heeft kwaliteiten waar een ander belang bij heeft. Door de focus te verleggen  kom je zelf in een andere rol terecht. Wie van betekenis is voor anderen, op welke manier dan ook, ervaart zelf ook betekenis en voelt zich minder eenzaam.

De kerk als waardengemeenschap kan hierbij een belangrijke rol spelen. Verschillende wijkgemeenten zien voor zichzelf een rol weggelegd in de diaconale sfeer: iets betekenen voor anderen, niet alleen voor de eigen leden maar ook voor buurtbewoners. Het plan van de Fontein (van wijkgemeente naar buurtkerk) is daar een mooi voorbeeld van.
Een luisterend oor voor wie zijn verhaal kwijt wil, eropuit gaan en mensen actief opzoeken, aanschuiven op een bankje. “Hoe gaat het met u?” is de simpele vraag waar een gesprek mee kan beginnen. De vraag die men zo lang niet gesteld kreeg.

Het helpt als je daarin een beetje geschoold bent, maar ook weet wat er in de wijk – en zeker ook in je kerk – te doen is. Het hoeft ook geen contact voor de rest van je leven te zijn. Maar misschien kun je wel het verschil maken voor die ene mens. Het gaat allang niet meer om de grote aantallen. Ook Jezus is geïnteresseerd in ieder mensenkind. Hij is er als je hem nodig hebt. In dat besef mogen ook wij op zoek gaan naar de ander, die misschien óns wel nodig heeft om een stap verder te komen. En daar hoef je helemaal geen ambtsdrager voor te zijn