Een spiegel van Advent?

Woensdag 28 november, het Nieuwe Kerkhof in Groningen. Om half acht ‘s avonds staat een hele groep jonge mensen – twintigers, studenten – te wachten tot de deur van de Nieuwe Kerk open gaat. Als het zover is, dromt men naar binnen. Tot het tijdstip van aanvang zal de kerk zich vullen met bijna 500 belangstellenden. Dit is er aan de hand: Het GSp heeft een lezing georganiseerd over de magie van Harry Potter. Hetty Zock, hoogleraar godsdienstpsychologie aan de RUG, zal vertellen over de verschillende betekenislagen die in de Harry Potter-verhalen voorkomen. En kennelijk is deze fantasyheld zo populair dat een lezing over hem honderden jonge mensen trekt, waaronder veel internationals maar ook Nederlanders.

Tiemo Meijlink

Zeven Harry Potter-boeken zijn er verschenen, tussen 1997 en 2007. Van die zeven boeken zijn inmiddels ook acht speelfilms gemaakt. De boeken zijn vertaald in 70 talen. Een ongekend succes. Wat zou daarvan de achterliggende reden zijn? Hetty Zock gaf in haar lezing aan dat de Harry Potter-verhalen heel verschillende elementen in zich verenigen. Het gaat over opgroeiende kinderen met hun vragen, zorgen en speelsheid. Het gaat over ouders die er niet meer zijn en pleegouders die heel streng zijn. Over school en hoe leerlingen op die school met elkaar omgaan. Over leraren, die het goede voorbeeld geven, maar ook over andere volwassenen die juist het tegendeel zijn van wat goed en betrouwbaar is. Over hoop en verlangen gaat het, over zelfopoffering en vriendschap, over angst en volharding. Heel veel thema’s dus die in geloof, religie en levensbeschouwing bij uitstek ook aan de orde zijn.

De Harry Potter-boeken worden gerekend tot het genre van de fantasy. Het is een genre dat zich kenmerkt door de aanwezigheid van onwerkelijke gebeurtenissen, verzonnen wezens en imaginaire werelden. Er gebeurt van alles wat in de gewone wereld niet kan. Toch weerhoudt dat veel jonge mensen die gepokt en gemazeld zijn in de moderne levenssfeer en gevormd in een seculier, wetenschappelijk wereldbeeld, niet om zich onder te dompelen in de wondere wereld van deze verhalen. Na de lezing van Hetty Zock werden er ook best serieuze vragen gesteld die verband hielden met schuld, verantwoordelijkheid, de zin van het leven, de betekenis van religieuze tradities.
Zou het kunnen zijn dat de Harry Potter-boeken een leemte opvullen die in onze huidige cultuur ontstaan is? Kerken en andere religieuze organisaties hebben niet meer vanzelfsprekende aantrekkingskracht zoals in vroeger tijden. Maar in veel uitingen van populaire cultuur – zoals films, fantasy, popmuziek – worden in onze tijd allerlei vragen opgeroepen en beelden gecreëerd die direct verband houden met troost, hoop en verlangen. Hetty Zock typeerde de boeken van Harry Potter als spiegelverhalen waarin nadrukkelijk ook elementen uit het Evangelie worden verwerkt en op een aansprekende manier vertolkt.

Ik schrijf deze ‘Bij de Tijd’ in de week voorafgaande aan de eerste zondag van Advent. Het is de periode in het kerkelijk jaar waarin wij ons bezinnen en oefenen in de hoop en de verwachting van het Koninkrijk Gods. Dat is een groot en kapitaal woord: Koninkrijk Gods. Als je dat grote woord probeert kleiner te maken en dichterbij onze leefwereld te brengen, dan kom je uit bij verlangen en troost, bij uitzien naar een wereld die goed is en waar je thuis kunt komen. En dat zijn precies ook de thema’s waarover de Harry Potter-boeken gaan. Alsof ze een spiegel vormen van Advent.