Echt mens

Sinds kort maak ik deel uit van een leeskring. Dat is een mooie vorm om boeken te lezen en te bespreken. Zelf heb ik vooral belangstelling voor maatschappelijke onderwerpen en minder voor literatuur. Als je met meer mensen eenzelfde boek leest blijkt iedereen zijn eigen accenten te zien. Toch waren we het uiteindelijk best wel eens.

Jan Wijbenga

Bas Heijne is een van mijn favoriete denkers. Hij schrijft columns en essays, en publiceert boeken. Als scherp denker fileert hij actuele ontwikkelingen en plaatst die in een breder perspectief. Als geen ander weet hij de tijdgeest te vangen in woorden en (voor)beelden. Bekend werd hij onder meer door zijn essays Onbehagen en meer recent Mens/Onmens. De jury van de P.C. Hooftprijs schreef treffend dat Heijne schrijft als een denker én denkt als een lezer. Kortom: hij neemt je mee in zijn betoog.

Dat laatste essay gaat over twee kernthema’s die hem al langere tijd bezighouden: waarheid en identiteit. Containerbegrippen die hij ragfijn ontrafelt met sprekende voorbeelden. Als analyse onovertroffen, zo constateerden wij tijdens onze bespreking, we begrijpen de wereld en vooral de mensen beter. Maar als dit zo in elkaar steekt, waar moet het dan heen? Waar zijn aangrijpingspunten?

Heijne constateert dat veel vaste waarden en waarheden ter discussie staan vanwege een om zich heen grijpend relativisme op allerlei gebieden. Het zal duidelijk zijn dat als de vaste basis onder je voeten weggeslagen wordt, mensen aan alles gaan twijfelen. Dé waarheid, of die nu van internet, van de politiek, van wetenschappers of van de kerk komt, bestaat niet meer. Alles is ook maar een mening. Beelden en beleving worden belangrijker dan feiten.

Daarmee zijn ze echter ook vatbaar voor populisten die zeggen zekerheid te kunnen bieden. Op maatschappelijk gebied wordt een gebrek aan controle ervaren, waardoor mensen dichtbij nieuwe ankerpunten zoeken. Dat kan in het eigen persoonlijk leven zijn maar ook in collectiviteiten met een specifieke identiteit. Mensen willen toch ergens bij horen, zich een vervangende identiteit aanmeten. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot nationalistische gevoelens, waarbij anderen worden uitgesloten. Ontkend wordt dat Nederlanders een veel minder homogene groep zijn dan men zich realiseert. Je kunt vele identiteiten onderscheiden, accenten waarop men zich verbonden voelt: afkomst, opleiding, huidskleur, politieke gezindheid, hobby etc.

Het gevoel is daarbij belangrijker dan een rationele afweging. Het neoliberalisme met zijn vrije markt vereist zelfredzaamheid. Maar door een overload aan informatie en zonder gids maakt dat vooral kwetsbare mensen moedeloos en machteloos.

Heijne pleit dan ook, als goed humanist, voor meer verbinding tussen emotie en verstand, voor een soort derde weg. Bijzonder genoeg komt hij uit bij Bijbelse noties, zoals hij die onder meer aantreft in de Bergrede. Hij ziet in Jezus’ stellingen een extreme tegendraadsheid, die hij ook onze tijd gunt. Niet als geboden voor een moreel leven, maar ter inspiratie voor een levenshouding. Pas als je tegen je eigenbelang in durft denken en handelen, word je écht mens. Maar hoe dit inzicht realiteit moet worden onder alle mensen, wordt niet duidelijk.

Als kerk kunnen we daar over meepraten: aan de boodschap ligt het niet, wel aan het bereik. Alleen kennen wij dan nog een God die in harten werkt en op wie wij onze hoop gevestigd hebben, al tweeduizend jaar. Geduld is nodig, wat Reve moeilijk viel: “Dat koninkrijk van U, God, wordt dat nog wat?”