Uit deze editie:

content image

Kerk in Stad - Jaargang 21, nr. 14

Beste lezer,

Drie keer per jaar wordt Kerk in Stad naar alle leden van de Protestantse Gemeente Groningen en Damsterboord gestuurd, in plaats van alleen naar de abonnees. Dit jaar gebeurt dat één keer extra: dit nummer gaat naar iedereen. We hebben namelijk een vreemde en moeilijke tijd achter ons en waarschijnlijk nog heel wat voor de boeg. Daarom is het goed om aan het begin van de zomervakantie eraan herinnerd te worden dat we allemaal bij elkaar horen: als mensen en als kerken. En natuurlijk om wat te lezen te hebben in die vakantie.

Nick Everts schrijft over corona-moeheid in ‘Bij de Tijd’. Arjen Zijderveld in ‘Kerk en theologie’ over hoop – iets anders dan optimisme. Jan Wijbenga doet verslag van een bijzondere bespreking van diaconaat in Groningen – noodgedwongen een digitale bijeenkomst. En op de jeugdpagina zien we wat de verschillende jeugdgroepen in de afgelopen maanden tóch hebben weten te organiseren.

Pieter Bootsma en Pieter Versloot gingen voor dit nummer op zoek naar wat corona met onze kerken gedaan heeft. Hoe is ons kerk-zijn veranderd? En hoe ziet men de toekomst? Ze interviewden predikanten en voorzitters van verschillende gemeentes en kerkgemeenschappen.

Verder leest u in dit nummer natuurlijk over de zomerdiensten van de komende weken, want Kerk in Stad verschijnt pas weer op 22 augustus. Tegen die tijd kan er weer van alles veranderd zijn, dus houd vooral goed de berichtgeving van uw eigen gemeente in de gaten.

Lieve mensen, ik wens u allemaal een goede, veilige, mooie en gezonde zomer. Over zes weken zijn wij weer terug!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

content image

Het C-woord

Met enige schroom voeg ik me bij de mensen die publiekelijk een mening ventileren over het C-woord. Of beter: over de moeheid van het C-woord. Mensen beginnen moe te raken van corona. Van de maatregelen, van het gedoe, van de discussies, van de versoepeling en van de vul maar aan. Mijn moeheid van corona raakt vooral de kerkelijke sfeer. De combinatie van kerk en corona was (en is) niet overal een gelukkig huwelijk. Het is veelal als een gedwongen huwelijk en ik als kind van de kerk raak moe van deze moeizame relatie.

Nick Everts

Onder de noemer ‘Bij de tijd’ kom ik er niet onderuit om iets over corona te schrijven. Begin maart heeft niemand kunnen inschatten hoe groot de impact zou zijn. Voor de meesten vooral financieel, sociaal en maatschappelijk. Voor een minderheid betekent deze tijd daadwerkelijk ziek zijn, verlies verwerken of herstellen. Mijn moeheid raakt niet hen. Mijn moeheid raakt aan het hervinden van balans tussen wat weer kan en wat nog niet gedurfd wordt.

Je hebt altijd rekkelijken en preciezen. Het is niet productief om ze tegen elkaar uit te spelen, al krijgen ze in deze tijd opnieuw een herkenbaar gezicht. U of jij kunt ze waarschijnlijk inmiddels ook onderscheiden. De één houdt zich, misschien zelfs wat krampachtig, aan protocollen of richtlijnen en lijkt er houvast aan te beleven. Een ander komt nonchalant over, ziet vooral wat nog wel kan, gaat het anders doen of lijkt de adviezen grotendeels te vergeten en te ontkrachten. In talkshows en media krijgen zowel de rekkelijken als de preciezen veel aandacht.

Ook in de kerk krijgen vooral de rekkelijken en de preciezen aandacht. De ironie is echter dat het merendeel van de mensen er ergens tussenin zit. Soms zijn ze enthousiast over de veranderingsmogelijkheden van de kerk. Soms maken ze zich zorgen over de snelheid van de versoepelingen. Op andere dagen zijn ze het zat, willen ze het liefst weer terug naar zoals het ging of frustreert het dat de kerk zo protocollair lijkt.

Als ik eerlijk ben, komt mijn moeheid door de voortdurende innerlijke wisseling tussen precieze en rekkelijke. Ik word enthousiast als ik zie dat de kerk in korte tijd digitaal vaardiger is geworden. Ik word vrolijk als ik hoor over de openluchtviering van Het Pand of het samenkomen in huiselijke kring. Ik raak teleurgesteld door de beperkte flexibiliteit van kerken en kerkbesturen. Ik ben ontroerd door mensen die naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen. Ik ben angstig voor de gevolgen van deze tijd voor de toekomst. Af en toe ben ik het zat en mis ik hoe het ‘gewoon’ ging. Soms maak ik me boos over richtlijnen en adviezen. Boven alles ben ik geregeld moe: coronamoe. Ik weet het niet precies en de rek is er geregeld even uit. Het c-woord is in crisis. Ook dat past bij deze tijd.
 

Meer lezen? Een abonnement of 3 gratis proefnummers zijn zo geregeld.
Kerk in Stad is zowel digitaal als op papier te lezen.

Wat kunt u vinden in deze editie?

  • Het C-woord - Nick Everts
  • Corona en de ‘make do and mend’-generatie - Rob Kroes
  • Column - Gerhard ter Beek
  • Boekbespreking over Een stralende toekomst - Reinder de Jager
  • Naar een nieuw diaconaat in Stad - Jan Wijbenga
  • De PGG, overleven in hoop en vrees - Pieter Bootsma en Pieter Versloot
  • Hoop doet leven - Arjen Zijderveld
  • Agenda
  • De jeugd ondersteboven
  • Wijkberichten
  • De kerkganger
  • Kerkdiensten