De leegte van de eenzaamheid

“…de grootste ellende van ziekte is eenzaamheid. Zeker als je ziekte zo besmettelijk is dat mensen die je zouden kunnen helpen uit de buurt moeten blijven. Als ik ziek ben en mogelijk besmet, hebben mensen geen andere remedie dan hun afwezigheid en mijn eenzaamheid. Louter vacuüm bestaat niet maar de leegte van deze eenzaamheid komt daar dicht bij.”

Ds. Pieter Versloot

Deze woorden schreef John Donne zo’n 400 jaar geleden. Hij was dominee in de St. Paul’s Cathedral in Londen, toen de pest het leven in de stad zo’n beetje tot stilstand bracht. Een derde van de bevolking kwam om. Daarnaast vluchtte een derde van de inwoners naar het platteland. Londen lag er stil en leeg bij, als een spookstad. Velen kwamen naar de kathedraal voor troost. Donne deed wat hij kon. Op een dag verschenen de beruchte vlekken van de pest op zijn eigen huid. Doktoren vertelden hem dat zijn laatste uur geslagen had. Zes weken lang balanceerde hij op het randje van de dood. Liggend op zijn bed, ervan overtuigd dat hij zou sterven, schreef hij het boek, waar bovenstaande woorden uit komen.

“De grootste ellende van ziekte is eenzaamheid”: Mensen sterven in eenzaamheid op IC’s in Nederland. Ik zag van de week bij de Vondellaanflat kinderen met hun hoogbejaarde moeder praten: de kinderen vanaf het parkeerterrein omdat ze niet naar binnen mochten. De moeder vanaf het balkon, vijfhoog. Groningen ligt er leeg en stil bij als op een zondagmorgen. In Bergamo (de zwaarst getroffen stad in Europa) mogen nabestaanden zelfs na de dood van een familielid vanwege besmettingsgevaar niet in de buurt van het lichaam komen. “Wie sterft aan corona, is zelfs na de dood eenzaam. Deze epidemie vermoordt je twee keer”, schreef een inwoner.

Een besmettelijke ziekte dwingt ons afstand te nemen van elkaar: anderhalve meter op straat. Ze drijft ons in een isolement. Zo min mogelijk omgaan met je familie, collega’s, vrienden, buren en anderen. Via een iPad afscheid nemen van je stervende moeder op de IC. Afscheid nemen van mensen die veel betekenden voor de gemeenschap, zoals in het Brabantse Erp, zonder een condoleance-moment, zonder mensen bij de begrafenis.

De leegte van deze eenzaamheid is aangrijpend. Ze doet denken aan de man in Bethesda, die 38 jaar ziek was en zei dat hij “geen mens had” (Johannes 5:7). Ik zie tien melaatsen voor me die “op afstand” van Jezus bleven staan (Lukas 17:12) Met hen zeggen wij: “Meester, ontferm U over ons.” Met hen hopen wij op Pasen een leeg graf aan te treffen.

Het lege graf van een levende Meester…