De crisis en de toekomst van onze kerk

Deze coronacrisis daagt mensen uit om stil te staan bij alternatieven voor vaste, ingesleten routines. Nederland is een overgeorganiseerd land, waar we met zijn allen heel tevreden over zijn. Zo doen we dat hier, en dat is best vaak anders dan elders.

Jan Wijbenga

Ik denk dat het nu de tijd is voor onze kerk om te doordenken wat de betekenis is van de ervaringen die we nu opdoen en om ons heen zien gebeuren, voor de toekomst van onze kerk. Er zijn nieuwe inkijkjes ontstaan in hoe mensen zich met elkaar verbinden, welk reservoir aan goedwillend potentieel er nog schuilgaat ook in onze Groningse samenleving, en voor- en nadelen van de inzet op van andere communicatiemiddelen. Dat kon wel eens tot nieuwe perspectieven leiden, en een impuls betekenen voor nieuwe vormen van kerk-zijn.

Verleden
Uit de geschiedenis blijkt dat ingrijpende gebeurtenissen leiden tot bespiegelingen over welke lessen we geleerd hebben. Niet zelden leidde dat tot veranderingen in de sociale en politieke orde, omdat terugkeer naar de oude situatie geen optie meer was. Een bekend voorbeeld is de Tweede Wereldoorlog. Binnenkort vieren we, deze keer helaas ingetogen, het feit dat we 75 jaar vrij zijn. Al tijdens de oorlog dachten mensen na over wat er daarna zou moeten gebeuren. De oude orde, gekenmerkt door de verzuiling en in de oorlog door aanpassing, had afgedaan. Dit was een kans om tegenstellingen te overbruggen, nieuwe idealen te stellen en samenwerking te organiseren, zowel in Nederland als internationaal.

De oorlog was een breuklijn, hoewel niet zo krachtig als de idealisten hadden gehoopt. De economische wederopbouw en de veiligheid hadden voorrang: denk aan de oprichting van de NAVO en een aantal Europese instituties.

In de jaren zestig gingen de godsdienstige en morele opvattingen behoorlijk op de schop. De jaren vijftig hadden te weinig echte vernieuwingen laten zien. Bijzonder is dat dit zonder veel spanningen en geweld gepaard ging, zo concludeerde James Kennedy in zijn boek Nieuw Babylon in aanbouw (1995). Kenmerk was een grote tolerantie en geloof in de maakbare samenleving. Ook zag hij dat de geestelijke leiders van de drie grote kerken meenden dat het conventionele christendom toe was aan een grondige herziening. Ze speelden daar op in en “stelden alles in het werk om van hun instituten de moderne, progressieve krachtcentra te maken die naar hun mening noodzakelijk waren voor zowel het kerkelijk voortbestaan als voor de dienstbaarheid aan de samenleving. Hun doel was bij te raken en bij te blijven.” In feite was ook hier sprake van een bevrijding. De maatschappelijke vernieuwing was een katalysator voor vernieuwingen in de kerk.

Analyse
Na de huidige crisis zal niet alles koekoek-eenzang zijn. Verschillen zullen er blijven – dan blijft er iets te kiezen. Ook hoeft niet alles anders. Gezamenlijke activiteiten, rond Gods woord en de samenleving, blijven noodzakelijk. Maar juist in deze crisis doemen nieuwe verbindingen op, die anders misschien maar moeizaam tot stand waren gekomen. Nieuwe vormen van pastoraat, diaconaat, communicatie.

Nu Algemene Kerkenraad en College van Diakenen nieuw beleid maken is een goede analyse nodig: wat we zien gebeuren en meemaken, en welke kansen dat biedt voor kerkelijke vernieuwing in Stad. Laten we dit momentum pakken. Voor die analyse is vast een creatieve vorm te vinden. Als het goed is zijn de hersenen niet in een lockdown beland. Laten we dit momentum pakken.