content image

Kerk in Stad: hét kerkblad van Groningen 

Kerk in Stad is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente Groningen. Het informeert u over het kerkelijk leven in de stad Groningen, maar ook over kerk en geloof in Nederland en in de wereld. Niet alleen in de vorm van wijkberichten van de diverse (PKN) kerken, maar ook door middel van achtergrondartikelen, het actuele nieuws, interviews met interessante stadjers, boekbesprekingen, columns en nog veel meer.

Met Kerk in Stad blijft u op de hoogte van een gemeente die bruist van de activiteiten, van de mensen daarachter en van geloven met je hoofd, hart en handen.

Kerk in Stad verschijnt tweewekelijks en is een uitgave van Stichting Kerkblad Protestantse Gemeente Groningen in samenwerking met Dekker Creatieve Media & Druk.


Smartphone of een tablet?
U kunt Kerk in Stad nu ook via een APP lezen. Te downloaden voor Apple producten in de App Store, en voor Android in de Google Play Store.

Redactioneel - Kerk in Stad nr. 5

08-03-2019

Beste lezer,

Voor mijn gevoel is de kersttijd nog maar pas voorbij. Maar één blik naar buiten vertelt me dat het voorjaar zich definitief aan de kou ontworsteld heeft. Daarmee verwachten we ook Pasen, zoals de kinderen het gaan beleven in de komende weken: ‘Een nieuw begin’.

Maar zover is het nog niet. Als u dit leest is net de veertigdagentijd begonnen. Een sobere tijd van inkeer en soms van vasten. We staan stil bij het lijden van Jezus. Nee, zegt Simon Bijl in ‘Bij de Tijd’, we staan niet stil. We zijn op weg!

In ‘Kerk en Theologie’ vraagt Pieter Versloot dit keer om wat broodnodige zelfreflectie: de Nederlandse samenleving krijgt steeds meer trekken van een zogenaamde ‘schaamtecultuur’. Waar staat de kerk in een cultuur die mensen zonder proces aan de publieke schandpaal nagelt? Accepteren we mensen die niet in onze eigen ‘bubbel’ passen? Pascha blijkt niet veraf.

In Ten Boer leidde een bijzondere ontdekking tot een origineel project: de diensten in de veertigdagentijd staan daar in het teken van de druksels die Hendrik Werkman maakte voor het boek Chassidische Legenden van Martin Buber. Reinder de Jager schrijft erover in ‘Kerk en Samenleving’. Een andere kunstvorm zien we terug in de poëziebespreking van Marian Knigge met het gedicht ‘Fatum’ van Hans Vlek.

Ook de jeugdpagina heeft dit nummer een nieuw begin gemaakt: hij is terug, met een prachtig beeldverslag van het clubkamp van Stad Noord! Kortom, genoeg om dit extra dikke nummer te vullen. Het zal ons dan ook een tijd op de been moeten houden: de volgende Kerk in Stad verschijnt pas over drie weken. Heel veel leesplezier!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr. 4

23-02-2019

Jaargang 20, nummer 4

Beste lezer,

Als u het vorige nummer hebt gelezen, bent u de verschillende artikelen tegengekomen die de vragen stelden: hoe moet de PKN verder? Hoe moet de PGG de toekomst in? Dit keer een natuurlijk ontstaan deel twee, barstend van ideeën.

Anne Nijland schrijft een pleidooi voor een kerk waarin de ‘kleur’ van de jongeren binnen het mozaïek goed vertegenwoordigd is. Rob Kroes doet in ‘Kerk en Samenleving’ verslag van een pionierstraining in Soesterberg, waar hij heen ging als onderdeel van de afvaardiging van de Groningse pioniersplek het Stadsklooster. De pioniersplekken zijn per definitie relatief nieuw en hebben veel te leren, van de pionierbegeleiders van de PKN en van elkaar. Ik stel me voor dat het een uitdaging is de balans te vinden tussen vernieuwing, andere wegen inslaan, inspelen op de samenleving zoals ze is... en geworteld blijven in de traditie van de kerk, die ook niet ‘zo maar’ ontstaan is.

Gerhard ter Beek schrijft in ‘Kerk en Theologie’ over een groep christenen die serieus hebben nagedacht over hoe hun geloof zich verhoudt tot de samenleving. Een aantal Amerikaanse ‘evangelicals’ brengen een verrassend weloverwogen geloofsbelijdenis, geschreven als antwoord op de door president Trump gecreëerde sfeer van angst, haat en sensatie. Ik zeg verrassend, want de verklaring verschuilt zich in een zéér Amerikaans aandoend formaat: strak ingedeeld in punten en onder de ambitieuze titel ‘Reclaiming Jesus’. In Nederland, in Groningen, zullen we onze eigen vorm moeten vinden.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr. 3

10-02-2019

Jaargang 20, nummer 3

Beste lezer,

Nog maar een jaar, dan leven we weer in de jaren twintig. ‘Weer’ zeg ik, want voor mij en voor vele anderen slaat die term voor eeuwig op de jaren 1920 met een gebroken Europa, overmoedig Amerika, dansende meisjes in korte jurkjes, cocktails, diepe armoede en een nieuwe wind door kunst en theologie.

Wat onze eigen jaren twintig ons gaan brengen weten we niet, maar in deze Kerk in Stad dromen we een beetje van de toekomst. Van de PGG in 2025, bijvoorbeeld. Jan Wijbenga vertelt over het nieuwe beleidsplan en dromen van de ideale geloofsgemeenschap. Die ziet er niet voor iedereen hetzelfde uit – en dat is niet erg.

Daar is Arjen Zijderveld het mee eens. Hij is net begonnen als projectmedewerker bij het Studentenplatform voor Levensbeschouwing. De jonge theoloog heeft veel plannen voor de komende jaren en is er klaar voor om met de uitvoering te beginnen. Toch wil hij vooral heel veel luisteren.

Ria Van Dijk woonde een bijeenkomst bij over ‘kerk-zijn in je eigen omgeving’, vol ideeën om uit de kerk naar de mensen toe te stappen. In ‘Kerk en Samenleving’ vertelt ze over bestaande initiatieven die ter sprake kwamen, van dorpssoep tot een pop-upwinkel. In ‘Kerk en Theologie’ noemt ds. Jannet van der Spek een wel heel bijzondere manier om naar buiten te treden: De Kleine Broeders en Zusters van Jezus volgen Charles de Foucauld in een stil leven tussen de allerarmsten, geïnspireerd door de jaren van Jezus’ leven waarover in de Bijbel niets te lezen staat.

Nu moeten we natuurlijk niet alleen brainstormen, maar ook daadwerkelijk plannen gaan uitvoeren. Vragen stellen is gemakkelijker dan ze beantwoorden, zeg ik als verlegen vrouw. Durft u al uit te zien naar de nieuwe jaren twintig? Ik denk dat het wel goed komt. We hebben nog 47 zondagen te gaan en vieren nog minstens één keer de komst van Christus voor die tijd.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr. 2

24-01-2019

Jaargang 20, nummer 2

Beste lezer,

Een vrieskou trok door ons land. Kraakheldere luchten, berijpte parken en ademwolkjes maken bij de tijd van schrijven nog een sprookjesstad van Groningen. Tegelijk ook een andere koude: niet de frisse ijzigheid van de winter, maar de kilte van conflict. De Nashville-verklaring heeft ook in de Protestantse Gemeente Groningen wat losgemaakt en dat kunnen we niet negeren. Tiemo Meijlink bespreekt het in ‘Bij de Tijd’ en Dick Tieleman in ‘Kerk en Theologie’. In de wijkberichten komt het onderwerp hier en daar ook terug.

Over inclusie gesproken: de Voedselbank vertelt in Kerk en Samenleving over het project ‘Stadjers Hand in Hand’, waarbij arme Groningers aan meer onafhankelijke stadsgenoten worden gekoppeld en zo het zetje in de rug krijgen dat ze nodig hebben om weer zelf verder te kunnen. De Voedselbank kan, in grote mate dankzij de kerken, aan meer dan 800 huishoudens voedselhulp bieden, maar eigenlijk willen we natuurlijk dat dat niet nodig is.

De boekbespreking gaat dit keer over Vertel me het einde: een essay in veertig vragen van Valeria Luiselli. Het essay gaat over de Zuid-Amerikaanse vluchtelingenkinderen die in de Verenigde Staten worden behandeld als een ongedierteplaag. Luiselli was tolk voor de rechtbank en hielp advocaten zoeken naar aanknopingspunten om de getraumatiseerde kinderen te verdedigen. “Mij heeft dat diep geraakt,” schrijft Reinder de Jager.

Laten we geen stenen werpen noch muren bouwen, maar die stenen gebruiken voor veilige huizen. Of, wie weet, kerken.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr. 1

12-01-2019

Jaargang 20, nummer 1

Beste lezer,

Betrekkelijke leek die ik ben op het gebied van liturgie en kerkgeschiedenis, wist ik niet dat de kerkelijke kerstperiode eigenlijk nog duurt tot begin februari. Een welbespraakte Britse dominee legde dat uit in zijn Driekoningenpreek, die ik bijwoonde in de kathedraal van Southwark in Londen. Er is zoveel te vieren, zoveel om bij stil te staan: het bezoek van de Wijzen, die vreemdelingen van ver, de doop van Christus maar ook zijn opdracht in de Tempel als baby. Wij vieren binnenkort ook de Zondag van Eenheid, samen met onze geloofsgenoten van andere buurten en denominaties. Die zondag is de aftrap voor de Week van Gebed, waarin we stilstaan bij en strijden tegen onrecht.

Deze strijd, en allerlei praktische hulp, moeten natuurlijk geworteld zijn op een goede grond. In ‘Kerk en Theologie’ vertelt Peter Buikema wat hij leerde van een bijzondere theoloog, die opnieuw nadenkt over orthodoxe geloofselementen in een vrijzinnig kader. In de kerk lezen we dit kerkelijk jaar uit het evangelie van Lucas. Simon Bijl legt in ‘Bij de Tijd’ uit wat er uniek is aan dit evangelie.

‘Recht voor ogen’ is het thema van de Week van Gebed. Hebben we zelf het recht voor ogen? Kitty Keegstra kan zich nog goed het vroege kerkasiel van de jaren negentig herinneren. Bijna vanzelfsprekend sprong ze op de bres voor de mensen die op haar pad kwamen. De doorgewinterde veteraan vluchtelingenhulp wordt geïnterviewd door Pieter Bootsma in dit nummer van Kerk in Stad. De Kerk is soms de enige instantie waar mensen nog terecht kunnen. Een grote verantwoordelijkheid… Als gelovigen zijn we geen eiland: iedereen, echt iedereen, is welkom om Jezus te aanbidden. Ook dat zei de Engelse dominee.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

De weg van de Liefde

08-03-2019

Pasen geldt als het grootste en oudste christelijke feest. De boodschap van Pasen is dan ook groots en geweldig. Jezus leeft!

Maar hier gaat wel wat aan vooraf: het lijden en sterven van Jezus. Tijdens de periode van de veertig dagen staat men daarbij stil. De zondag telt men vanouds niet mee, want die eerste dag van de week herinnert ons aan het Paasgebeuren, de opstanding van Jezus uit de dood. Al eeuwenlang roept het Passieverhaal vragen op. Waarom moest Jezus eigenlijk lijden? Waarom moest Jezus Zijn leven geven? Had het allemaal niet anders gekund, minder heftig en bloedig?

Dr. S.W. Bijl

Antwoorden die men in de loop der tijden op deze vragen heeft gegeven, schieten m.i. tekort. Men wil zo graag alles systematiseren, kunnen berekenen en doorgronden, zodat uiteindelijk het lijden en sterven van Jezus te verklaren zou zijn. Terecht hebben velen zich hiertegen verzet. Zij hebben op het ongerijmde gewezen. Hoe zou een God van barmhartigheid en liefde zoiets kunnen laten gebeuren met Zijn Zoon? Zou de Vader hem echt op een berekenende en logische manier hebben opgeofferd? Daarvoor is diens lijden toch immers te groot en te erg? Onbegrijpelijk en niet te vatten blijft wat ons in het lijdensverhaal wordt verteld en doorgegeven.

Kunnen we als christenen van nu proberen daar anders naar te kijken en mee om te gaan? Ik denk dat we voorzichtiger zijn geworden met grote stelligheden dan onze voorouders. Wanneer liefde als vanzelfsprekend bij onze God hoort (en dat geloof ik), dan zoek ik een antwoord op de gestelde vragen in die richting.
Van ware liefde weten we, dat die niet te begrijpen is, niet te beredeneren, laat staan logisch te verklaren. Liefde is blind, overkomt iemand en voert mee zonder grenzen en restricties. Zo horen en lezen we het ook in de Bijbel, met name in de brieven van Johannes (bv. I Joh. 3), maar ook in die van Paulus (bijv. Romeinen 8:31 e.v.). Gods liefde is door ons niet in systemen te vatten, net zomin als God zelf dat is. We weten maar weinig van de liefde, begrijpen er vaak nog minder van, maar wat we ondergaan en ervaren is meer dan genoeg om ons te verrassen en te verbazen!
De weg van Jezus is die van liefde voor mensen van toen en nu, van trouw en overgave aan de Vader en van zorg en bezorgdheid voor zijn leerlingen en andere mensen.

Op Aswoensdag 6 maart worden christenen bepaald bij het begin van die weg van liefde en overgave. Zij willen dit niet ongemerkt voorbij laten gaan, omdat het mensen iets laat zien en merken van die ongekende en onvoorstelbare liefde van God voor Zijn wereld. Elke zondag horen we daarover spreken, zingen we daar samen van en delen we onze gebeden met elkaar en de Eeuwige, bron van licht en leven. Eén boodschap krijgen we mee, namelijk het gebod om lief te hebben. Want alleen liefde heeft toekomst in ons leven en in onze wereld. Zonder liefde wordt de werkelijkheid koud en hard en de toekomst een rekensom vol kille getallen. En wat men dan nog liefde noemt, is een zaak van berekening en in wezen puur egoïsme.

U en jou wens ik een goede tijd toe, op weg naar Pasen, tijd voor verwondering en dankbaarheid voor de Liefde die we daarbij ontvangen.

Lees verder

Mozaïek van kerkplekken

23-02-2019

21 december jl. publiceerde de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) een conceptnota onder bovenstaande titel. De nota is uitgebracht naar aanleiding van een onderzoek naar pioniersplekken, naar nieuwe vormen van kerk-zijn. Gezamenlijk met de huidige kerkelijke gemeentes en initiatieven als Kliederkerk creëren ze een mozaïek van verschillen dat samen een mooi kunstwerk vormt. Dat gaf te denken in hoeverre wij als Protestantse Gemeente Groningen (PGG) een mozaïek zijn.

Anne Nijland

Volgens mij is het mozaïek van de PGG aardig gekleurd, met het wijkwerk van het Pand, Kliederkerkbijeenkomsten en een heuse pioniersplek: het Stadsklooster. In de Martinikerk huizen zelfs twee ‘gemeenten’. Op één zondagochtend worden daar na elkaar zowel de diensten van de wijkgemeente als van het studentenplatform gevierd. Ieder met haar eigen kleur. Ook de wijkgemeenten in het noorden en zuiden van de stad manifesteren en verhouden zich ieder op een eigen manier in en tot hun wijk.

Maar als je kritisch kijkt zijn de reguliere kerkgemeenten toch ook overwegend van een zelfde soort kleur. De meesten aan de linker flank van het kerkspectrum, met predikanten die veelal in dezelfde periode zijn opgeleid. Een paar kleurtjes zijn zelfs ondervertegenwoordigd. Het kleurtje van de tieners en die van de twintigers, bijvoorbeeld. Zij lijken maar geen plek te kunnen vinden in het mozaïek. Ze haken af bij ingewikkelde woorden in de liturgie, bij moeilijk zingbare liederen en bij onderwerpen die hun leven niet betreffen. Dit alles gegoten in een vorm die hen niet eigen is: stilzitten en enkel luisteren.

Ik hoop dat zij hun eigen kleurtje kunnen vinden en dat wij daar ruimte voor kunnen bieden in ons mozaïek.

Lees verder

Een kleurrijk palet

10-02-2019

Vorige week hebben we onze jongste zus begraven, in Leeuwarden. Ze was 62 jaar, veel te jong natuurlijk. De kanker sloeg genadeloos toe, na een periode van hoop en goede verwachtingen. Man, vier kinderen en veertien kleinkinderen blijven achter. En een grote kring van familie, en vrienden om hen heen. Nergens anders wordt zo duidelijk wat iemand voor anderen betekend heeft.

Jan Wijbenga

Ze behoren tot de Volle Evangeliegemeente Opstandingskerk in Leeuwarden, maar die kerk was te klein. De samenkomst was in de grote Stadskerk de Wijngaard in Leeuwarden, een Vrije Baptistengemeente ooit opgericht door Orlando Bottenbley. Een band zong en speelde opwekkingsliederen. Het was om meerdere redenen een bijzondere, en nog niet eens zo verdrietige viering. Ze was immers naar haar Heer gegaan, waar ze de laatste tijd zo naar verlangde. En ze zou het daar beter krijgen, in de nabijheid van haar steun en toeverlaat Jezus.

De viering zelf zette me later aan het denken. Binnen ons grote ouderlijk gezin zijn we kerkelijk gezien verschillende richtingen opgegaan. De keus is dan ook overweldigend, zeker in de steden, en sinds niet alleen de kiezer maar ook de gelovige op drift is, zoeken we iets dat goed bij ons en ons leven past. Daar is niks mis mee. Waar twee of drie mensen samenkomen in zijn naam, daar is de Heer. De godsbeelden mogen verschillen, maar God biedt maatwerk. Ieders relatie met God is immers een persoonlijke, en je kiest de geloofsgemeenschap die bij jouw beleving past.

Ook de Protestantse Gemeente in Groningen (PGG) is op zoek en wel naar een toekomstbestendige koers. We zijn gestart met een traject om te komen tot een nieuw beleidsplan. Het oude (2016-2019) loopt dit jaar af. Het College van Diakenen (CvD) is met een eigen plan bezig. Natuurlijk wordt dat goed op elkaar afgestemd, al zijn er verschillende verantwoordelijkheden. Er vinden gesprekken plaats met wijkkerkenraden en andere in- en externe organisaties. Centrale vraag is niet hoe we met de krimp omgaan, maar wat we als een wenkend perspectief zien voor de PGG en vooral ook voor de diverse wijkgemeenten. Hoe willen we in 2025 Kerk in Stad zijn? Wat zijn de pareltjes die we nu al zien, mooie en vaak nieuwe activiteiten die het in zich hebben om te groeien? Gaat het om gebouwen of om activiteiten? Gaat het om veel leden, of om wie we zijn en wat we doen?

Zo’n plan kun je zien als een verplicht nummer, maar zo ziet de PGG dat niet. We mogen met zijn allen even dromen wat onze ideale geloofsgemeenschap is. Voor onszelf, maar juist en vooral ook voor de jonge generaties. Er is niets om je voor te schamen. We kunnen iets betekenen voor elkaar, maar ook voor anderen. Steeds meer werken we samen met mensen en organisaties in de stad en in de eigen wijk. Natuurlijk, het zal met minder geld moeten. En vernieuwing zal heus niet de tekorten oplossen. Maar toch: kunnen we nog toekomstgericht denken, de kernkwaliteiten van iedere wijkgemeente benoemen en uitbouwen en ook stedelijk iets toevoegen? Allemaal vanuit de gedachte dat onze relatie met God daarbij heilzaam werkt.
Veel andere kerken doen dat ook. Geeft niet - wij zijn de PGG. Een kleurrijk palet in een kleurrijk landschap van Stad-Groninger kerken.

Lees verder

“Wenen op de puinhopen”

24-01-2019

Het was een opmerkelijk moment in al het rumoer rond de zogenaamde Nashville-verklaring. Ik bedoel nu het hoofdredactioneel commentaar van het Reformatorisch Dagblad waarin de initiatiefnemers van deze verklaring werden opgeroepen een pauze in te lassen in hun actie, na te gaan denken en vooral ook te “wenen op de puinhopen”. Ik kon een glimlach niet onderdrukken toen ik het las. Hoe treffend kan de ‘tale Kanaäns’ soms zijn als die wordt gebruikt om een situatie uit de actualiteit te belichten.

Tiemo Meijlink

De meesten die dit citaat hebben gelezen, zullen hebben gedacht: Goed dat die initiatiefnemers op hun nummer worden gezet, en bovendien dapper dat hun eigen lijfblad het aandurft hun actie te typeren als diep treurig. En zo zal het ook wel bedoeld zijn door de commentator. Ik heb altijd begrepen dat men in reformatorische kringen helemaal niet houdt van actievoeren. Het geloofsleven dient zich te uiten in persoonlijke vroomheid en bevinding, in deemoedig stil staan bij de ernst van het leven. Misschien is dat ook wel de verklaring voor de ongelofelijke knulligheid waarmee een en ander werd uitgevoerd: geen actie-ervaring en dus ook geen goede coördinatie, geen goed woordvoerderschap, geen publieksstrategie.

Klaagliederen
Waar wordt er in de Bijbel eigenlijk geweend op de puinhopen? Ik dacht zelf meteen aan de profeet Jeremia. Maar het zijn in het bijzonder de Klaagliederen, die inderdaad lange tijd aan Jeremia zijn toegeschreven, maar waarvan de meeste bijbelwetenschappers inmiddels denken dat ze afkomstig zijn uit kringen van de tempelzangers. De liederen zouden zijn ontstaan na de verwoesting van de tempel in 586 voor Christus, toen Jeruzalem in puin lag. De stad wordt voorgesteld als een weduwe die weent over haar puinhopen en in diepe rouw is. Dat verdriet en die rouw gaan uiteraard over die puinhopen zelf, maar ze worden in de Klaagliederen ook in verband gebracht met de zonden en de ongerechtigheden van Jeruzalem. Die hebben uiteindelijk geleid tot de verwoesting van de stad. Wenen op de puinhopen is dus in het bijzonder ook wenen over de zonden van de inwoners van Jeruzalem.

Zo gebruikt dus ook het Reformatorisch Dagblad het Z-woord. Het betrekt dat op de ondoordachtheid en onbezonnenheid van de initiatiefnemers van de Nashville-verklaring, maar met ‘wenen op de puinhopen’ zal men evenzeer doelen op de vrije en tolerante cultuur van onze dagen als het gaat om homoseksualiteit en transgender. In zoverre zijn de opvattingen van het Reformatorisch Dagblad nou ook weer niet heel anders dan die van de initiatiefnemers van de Nashville-verklaring: homoseksualiteit en transgenderisme zijn niet in overeenstemming met “Gods heilige bedoelingen” en dus zondig. De kritiek van het blad ging vooral over de onbarmhartige en massieve manier waarop dit alles in de verklaring naar voren werd gebracht.

Bijbelopvatting
Dat is op zich al iets. Oog hebben voor de pastorale context van mensen en daarin zorgvuldig communiceren is geen bijkomstigheid maar behoort tot de essentie van theologisch en pastoraal werken. Toch zal de discussie over deze kwesties ook moeten gaan over de bijbelopvatting die onder de Nashville-verklaring ligt. Op welke manier lees je de Bijbel als gelovige gemeenschap, als kerk, en hoe zwaar laat je daarbij de inzichten van je eigen tijd wegen? Als het gaat om de seksuele ontwikkeling van mensen weten wij in onze tijd gewoon meer dan de bijbelschrijvers en de vele anderen uit de voortijd van de christelijke traditie. Het is volgens mij een zaak van gepaste vrijmoedigheid om dàt te laten gelden en het te verwerken in een eigentijdse seksuele ethiek.

Lees verder

Wie komt er dit jaar aan het Woord? Lucas!

12-01-2019

Met de Adventsdagen zijn we begonnen aan een nieuw kerkelijk jaar en inmiddels is ook het nieuwe kalenderjaar ingegaan. Een nieuw jaar betekent dat we gaan lezen uit een nieuw Evangelie. Dit jaar: Lucas. Maar wie is deze man?

Dr. S.W. Bijl

Dit jaar wordt gelezen uit het Evangelie, dat op naam staat van Lucas. In 2020 zal uit Matteüs gelezen worden en in 2021 is Marcus aan de orde. Johannes hoort niet in dit rijtje thuis. Hij komt alleen aan het Woord als we een feest of iets anders bijzonders vieren of gedenken. Zijn inhoud en toon wijken sterk af van die van de andere drie, die de naam ‘synoptisch’ dragen, dat wil zeggen ‘samen kijkend’. Marcus geldt als kortste en wordt daarom door velen ook als oudste beschouwd. Matteüs en Lucas volgen in grote lijnen Marcus, maar de eerste werkt meer met thema’s en Lucas hecht aan geschiedenis en wonderverhalen.

Oorspronkelijk kenden de vier Evangeliën geen namen van auteurs. Deze dateren pas van rond het jaar 200. Over het algemeen schrijft men de teksten toe aan de tweede helft van de eerste eeuw. Lucas heeft ongeveer zestig procent van zijn Evangelie gemeen met Marcus en Matteüs, maar veertig procent is eigen stof. Men kan daarbij denken aan de geboortegeschiedenis van Johannes en Jezus en aan een groot aantal gelijkenissen, waaronder ‘De barmhartige Samaritaan’ en ‘De verloren zoon’. Bijna algemeen is de aanname dat Lucas ook de schrijver is van het boek Handelingen der apostelen. Zijn geschiedenis begint in Jeruzalem en eindigt in Rome. Een aantal geleerden dateert zijn werk aan het einde van de eerste eeuw. Daarbij wijzen zij op Lucas’ weergave van de woorden van Jezus, waarin deze de ondergang van de stad Jeruzalem voorziet (hoofdstuk 21:20 e.v.). Anderen wijzen erop dat dit alles in de context van allerlei rampen staat, zonder expliciete toespelingen die bij de rampen van het jaar 70 passen.

Typerend voor Lucas’ geschrift zijn de volgende punten:
a. Jezus is de Heiland van de hele wereld.
b. De verlorenen en armen spelen een grote rol.
c. Het gevaar van de rijkdom komt meermalen voor.
d. Vrouwen komen uit de schaduw en treden naar voren.
e. De Heilige Geest en het gebed helpen de gelovigen.
f. De vreugd en de blijdschap worden herhaaldelijk vermeld.

Volgens oude overleveringen zou Lucas (zijn naam betekent “licht”) afkomstig zijn uit Antiochië. Hij is van niet-Joodse afkomst, maar kent de Schriften goed in de vertaling van de Septuagint, de Griekse uitgave van de Hebreeuwse Tenach (Oude Testament). Hij is het Grieks goed meester en schrijft beeldend. Van alle Evangeliën is zijn versie het meest door kunstenaars verbeeld. In de traditie is Lucas naast arts ook schilder geweest en zou hij een portret van Maria hebben gemaakt, dat door velen is gekopieerd. Lucas zou de apostel Paulus in Antiochië hebben leren kennen en sommige reizen met hem hebben meegemaakt.

In Handelingen is soms sprake van ‘wij’ als het gaat over de beschrijving van allerlei gebeurtenissen. Aan het einde van dat boek is Lucas bij Paulus, die in Rome onder huisarrest staat. Na de gewelddadige dood van de apostel zou Lucas naar Antiochië zijn teruggekeerd en zijn Evangelie en Handelingen hebben geschreven. Volgens de overlevering is hij 84 jaar oud gestorven.

Lees verder