content image

Kerk in Stad: hét kerkblad van Groningen 

Kerk in Stad is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente Groningen. Het informeert u over het kerkelijk leven in de stad Groningen, maar ook over kerk en geloof in Nederland en in de wereld. Niet alleen in de vorm van wijkberichten van de diverse (PKN) kerken, maar ook door middel van achtergrondartikelen, het actuele nieuws, interviews met interessante stadjers, boekbesprekingen, columns en nog veel meer.

Met Kerk in Stad blijft u op de hoogte van een gemeente die bruist van de activiteiten, van de mensen daarachter en van geloven met je hoofd, hart en handen.

Kerk in Stad verschijnt tweewekelijks en is een uitgave van Stichting Kerkblad Protestantse Gemeente Groningen in samenwerking met Dekker Creatieve Media & Druk.

Smartphone of een tablet?
U kunt Kerk in Stad nu ook via een APP lezen. Te downloaden voor Apple producten in de App Store, en voor Android in de Google Play Store.

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 11

27-05-2020

Beste lezer,

We stevenen af op weer een feestdag waarop we niet bij elkaar kunnen komen. Maar dit keer begint er zicht te komen op het einde van de crisis – of op z’n minst op het begin van het einde van deze fase van de crisis. Vanaf 1 juni nodigen sommige gemeenten weer voorzichtig een paar mensen uit om de diensten in het kerkgebouw bij te wonen. Andere wachten daar nog even mee – elke kerk, elke gemeente is verschillend en neemt dienovereenkomstig besluiten. In de wijkberichten vindt u meer informatie over de kerkdiensten van de komende tijd, en u wordt vanuit de eigen gemeente ook op de hoogte gehouden.

Informatie alleen is niet genoeg. Soms is het moeilijk om woorden te geven aan de gevoelens die bij al die informatie horen. Poëzie kan dan helpen. ‘Bij de Tijd’ van ds. Pieter Versloot krijgt dit keer de vorm van flarden uit een gedicht van Martinus Nijhoff en Marian Knigge – Van der Schors vertelt over een gedicht van Kees Hermis dat je heel goed als pinkstergedicht kunt lezen.

De Stadjer is dit keer Egbert Modderman, de jonge kunstschilder die voor de Martinikerk de Zeven Werken van Barmhartigheid schildert. Hij won de prestigieuze BP Young Artist Award 2020 van de Portrait Gallery in Londen. In het interview door Annelies Noordhof – Hoorn vertelt hij open over geloof, geluk en de liefde.

In ‘Kerk en Samenleving’ bezint Henk van Dijk zich op de blijvende veranderingen die de coronacrisis zou kunnen bewerkstelligen in de manier waarop we kerkdiensten inrichten. Ook Gerhard Ter Beek denkt na over ons kerk-zijn in de toekomst en ziet een tweeledige taak voor diaconaat: het lenigen van acute nood en het werken aan een maatschappij waarin deze nood niet meer ontstaat. Nemen kerken de verantwoordelijkheid om te strijden voor een rechtvaardige samenleving?

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 10

13-05-2020

Beste lezer,

Nog steeds veranderen de maatregelen rond de coronacrisis haast van week tot week. Tijdens de crisis is het vroege voorjaar veranderd in bijna-zomer en inmiddels zit ik (geïsoleerd) regelmatig te niezen van de hooikoorts. Maar ook het kerkelijk jaar gaat voort: Pasen lijkt nog maar pas voorbij en toch is het al bijna Hemelvaart.

In ‘Bij de Tijd’ schrijft dr. Simon Bijl over de kracht die ligt in de kwetsbaarheid van het geloof, die niet helemaal past bij de tijdsgeest maar daarom juist onmisbaar is.

Pieter Bootsma heeft dit keer niet één, maar twee stadjers geïnterviewd. Nettie Hoogers en Ulfert Molenhuis zijn beiden onlangs gestopt met hun werk bij de Voedselbank en vertellen over acht jaar toegewijd werk. Nu is het tijd voor nieuwe mensen om het stokje over te nemen.

Dick Tieleman kijkt ook naar het voortgaan van de tijd: in ‘Kerk en Theologie’ onderzoekt hij de steeds veranderende betekenis van de kerk in de samenleving. Die geschiedenis is nog lang niet teneinde.

Als er iets is wat hetzelfde blijft, is het dat mensen die het in de maatschappij al moeilijker hebben, vaak extra getroffen worden door een crisis. In Kerk en Samenleving lichten we een aantal groepen en individuen uit die iets vertellen over hun ervaringen tijdens de coronacrisis. Even verderop vertellen redactieleden zelf welke citaten of beelden hen persoonlijk getroffen hebben de afgelopen tijd.

Wilt u ook iets delen wat u geraakt heeft? Mail dat vooral naar kerkinstad@gmail.com of schrijf een brief naar de redactie, Kraneweg 33.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 9

29-04-2020

Beste lezer,

We hebben in Nederland een beetje een afkeer van vaderlandsliefde (behalve als het om sport gaat) – of nou ja, we putten in ieder geval trots uit de overtuiging dat Nederlanders hun vaderlandsliefde niet tentoonspreiden. Maar in deze tijd van het jaar zijn er meerdere dagen waarop we ons als landgenoten met elkaar verbonden voelen: Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag. Ik schrijf dit achter mijn bureau op Koningsdag, een dag waarop ik eigenlijk gepland had om vanaf zes uur ’s ochtends op de vrijmarkt te staan. Op 4 mei zullen we thuis twee minuten stil moeten zijn en zelf een lichtje achter het raam zetten bij wijze van vrijheidsvuur (www.vrijheidsvuur.nl). We vieren en herdenken anders, maar vieren en herdenken doen we.

Onze Stadjer is dit keer Johannes Zuidman. Ds. Pieter Versloot vraagt hem hoe hij, geboren aan deze kant van de eeuwwisseling, het herdenken van 75 jaar vrijheid beleeft.

Sommige aspecten van de coronacrisis roepen herinneringen op aan de oorlog, schrijft Annelies Noordhof-Hoorn naar aanleiding van een gesprek met een bekende. In ‘Kerk en Samenleving’ vertelt conservator van het Groninger Museum Egge Knol over de, nu gesloten, bevrijdingstentoonstelling ‘En tóch staat de Martini’. Hij is zelf herstellende van het coronavirus.

In ‘Kerk en Theologie’ denkt Tiemo Meijlink na over Paulus’ beschrijving van de Kerk als lichaam – het ene deel kan niet zonder het andere. Deze verzen krijgen extra betekenis in deze tijd: we zien duidelijk hoe juist de zwakst lijkende ‘lichaamsdelen’ van cruciaal belang zijn. We moeten er zijn voor elkaar.

Ik geef u nu alvast een vooruitblik op volgend nummer: dan besteden we extra aandacht aan groepen in de samenleving die meer dan anders in de verdrukking komen. Want of we trots op ons land kunnen zijn, moet toch afhangen van hoe we de ‘minste broeders’ behandelen?

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 8

15-04-2020

Beste lezer,

Paaszondag is achter de rug – het was een vreemde dag, voor velen ook een moeilijke dag. Maar we proberen elkaar vast te houden en de paastijd is zeker nog niet voorbij. We lezen in dit nummer een ‘Kerk en Theologie’ geschreven door ds. Matthy Bijleveld over uitzien naar de Opstanding.

Iedereen gaat langzaam meer naar de toekomst kijken. Is er een einde van de crisis in zicht? En hoe gaan we dan verder? Misschien lopen we als samenleving het risico om uit goede bedoelingen nu tevéél te organiseren, initiatieven die we niet vol kunnen houden. Duidelijk is in ieder geval dat er genoeg mensen zijn die hun medemens willen helpen. De kerk heeft met haar ruimte, structuur, vrijwilligers en lange traditie misschien wel een heel waardevolle rol te spelen in de crisis en de tijd daarna.

Jan Wijbenga roept in Bij de Tijd op om als kerk te leren van de crisis en het geleerde de komende jaren mee te nemen. Mark de Jager, Jonge Theoloog des Vaderlands, werkt die gedachte verder uit in Kerk en Samenleving. Hoe moet de kerk zichzelf zien in deze crisistijd? Welke taak heeft zij, welke missie? Kan deze crisis ons bij onze kern bepalen? Ook in het gedicht dat Marian Knigge – Van der Schors bespreekt worden vragen gesteld over de toekomst.

In de agenda vindt u kerken met open deuren en tips om de tijd thuis door te komen. Misschien kent u iemand die niet geabonneerd is op Kerk in Stad, maar die het blad wel graag wil lezen de komende weken. Wijs diegene dan eens op ons vrijblijvend proefabonnement: drie keer gratis Kerk in Stad. En hebt u zelf tips voor de redactie, over onderwerpen of voor de agenda? Mail ze dan naar kerkinstad@gmail.com.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 7

01-04-2020

Beste lezer,

Toen ik twee weken geleden aan het werk was met het vorige nummer van Kerk in Stad, noemde ik het in mijn hoofd het ‘coronanummer’. Dat bleek niet helemaal te kloppen: de dingen die anders gingen vanwege de coronacrisis waren niet een eenmalige afwijking van de gebaande paden, maar zullen voor de afzienbare toekomst zo blijven. Ook in nummer 7 staat weer heel veel over het coronavirus en de daardoor veranderde samenleving. Maar dit is geen coronanummer. Dit is een paasnummer.

Het zal wel een vreemd Pasen worden. Ds. Pieter Versloot schrijft in ‘Bij de Tijd’ over de treurige eenzaamheid van ziekte – maar dan toch, de hoop. Pieter Bootsma en Reinder de Jager interviewden mensen uit verschillende kerken in deze stad, die hard werken aan nieuwe manieren om invulling te geven aan de kerkgang en gemeenschap. De Matthäus Passion van J.S. Bach kunnen we niet in het echt beluisteren, hoogstens op een cd of via YouTube. En dat geldt ook voor de kerkdiensten: we moeten het doen met de digitale uitzendingen en misschien een liturgie door de brievenbus.

Hopelijk biedt dit blad wat troost met poëzie (Marian Knigge-van der Schors), een update uit Papoea-Nieuw-Guinea (Jan-Willem en Erica Puttenstein) en een blik op de toekomst van de PGG (George Hooijer en ikzelf). De redactie heeft ook haar uiterste best gedaan om relevante informatie te verzamelen over kerkdiensten, kinderwerk en omzien naar elkaar. Daarom ben ik extra blij dat dit nummer breed verspreid wordt onder alle lidmaten van de Protestantse Gemeente Groningen en PKN Damsterboord.

Namens de redactie van Kerk in Stad wens ik u een gezegend Pasen!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Het uur U in flarden

27-05-2020

De doodstille straat lag
te blakeren in de zon.
Een man kwam de hoek om.

De zon had het rijk alleen.
Zelfs zij, wier tweede natuur
hen bestemde, hier, op dit uur,
te wandelen: de student,
de dame die niemand kent,
de leraar met pensioen,
waren van hun gewone doen
afgeweken vandaag;

Maar vreemder, dan
dat de straat leeg was,
was het feit
der volstrekte geluidloosheid,
en dat de stap van de man
de stilte liet als zij was,
ja, dat zijn gestrekte pas
naarmate hij verder liep
steeds dieper stilte schiep.

langs heel de vuurlinie heen
weet men: dit meldt het uur u,
nu verdwijnt de onzekerheid
van de mij gegunde tijd,
nu is het voor alles te laat.

De stilte die dan ontstaat
is een stilte van het soort
waar dingen in worden gehoord
die nog nimmer het oor vernam.

Zo ook hier. Toen de man kwam
en voortliep, begon men het gas
in de buizen onder het huis
te horen, en het gesuis
van water onder de straat,

Het is een groot woord: paniek,
maar het tekent de stille schrik
die op dit ogenblik de ledige straat beving.

Was het vriend of vijand? Niet uit te maken, want het schip voerde geen vlag.

Zoals ook de man die men zag
het minste niet droeg dat een man
van een man onderscheiden kan.

de man liep betrekkelijk vlug –
men zag hem nu op de rug.

Men had hem niet bepaald
feestelijk ingehaald;
daar was ook geen reden voor;
maar gelukkig liep hij door,

en toen de waarschijnlijkheid
dat men hem weldra kwijt
zou zijn, bij elke stap terrein won,

gaf heel de straat,
den man het heilig kruis achterna.

Het duurde een minuut misschien,
maar die een eeuwigheid was.

Toen deed de man een pas.
Met zijn vreemde, gestrekte gang
zag men hem spoedig de hoek omslaan.

Terstond ging ieder raam
wijd open, 't Was tijd.

De tafels stonden klaar.
Door open voordeuren zag
men moeders naar buiten gaan
roepend een kindernaam

Er kwam van andere kant
nog een klappend gerucht.
Het kwam van hoog uit de lucht.
Het waren de mus, de spreeuw,
de merel weer en de meeuw.

Zij streken neer uit de goot.
Het sloeg, het tjilpte en floot
tot midden, op de rails,
waarlangs thans kwam opgedaagd
de tram, een tijdlang vertraagd
rijdende wat hij kon
de verloren tijd herwon.

Ds. Pieter Versloot

De afgelopen coronamaanden schoten mij fietsend door een vreemd stille stad regelmatig flarden van ‘Het uur U’ te binnen. Martinus Nijhoff schiep dit gedicht van 520 regels in 1936. ‘Het uur u’ betekent in het leger het geheimgehouden uur van de aanval. De historicus Frank Snowdon maakt onderscheid tussen ‘flits crises’, infectieziekten die als een terroristische aanslag ineens toeslaan en ‘creeping crises’, crises die de samenleving belegeren zoals het coronavirus.

‘Het uur U’ verwoordt voor mij zo bij-de-tijds de onderhuidse dreiging van een crisis, die ‘geruisloos’ de samenleving, je leven binnen sluipt.
 

Lees verder

Vragen en horen rondom het feest van Hemelvaartsdag

13-05-2020

In de traditie hebben de zondagen tussen Pasen en Pinksteren een naam, ontleend aan de Psalm, die op die zondag tot klinken kwam. Zo heet zondag 17 mei ‘Rogate’, in onze taal: ‘Vraagt’, bij Psalm 66 en op 24 mei is de naam ‘Exaudi’, hetgeen betekent: ‘Hoor’, bij Psalm 27. Het lijkt op een soort vraag-en-antwoord-spel. Het zijn de mensen, die God vragen om te horen. Mensen die zich geen raad meer weten, mensen in hun kwetsbaarheid, mensen in verwarring, zij vragen en bidden om hulp. Zij vragen om gehoord te worden, om steun en redding. En tussen die twee zondagen ligt Hemelvaartsdag, een groots en triomfantelijk gebeuren, boven ons bestaan uitstijgend.

Dr. Simon W. Bijl

Het christendom in het westen van Europa heeft in de loop der tijden een grote ontwikkeling doorgemaakt. Geloof en bijgeloof liepen vaak in elkaar over. Mensen beseften hun kwetsbaarheid en afhankelijkheid, de dood lag altijd en overal op de loer. Met de tijd van de Verlichting in de achttiende eeuw begon de triomftocht van de moderne wetenschap, met name van de techniek en kennis der natuur. Dit heeft een enorme invloed uitgeoefend op het denken van de mensen en de beleving van de werkelijkheid. Het christendom heeft het daar vaak moeilijk mee gehad, uit angst dat het geloof in een niet te bewijzen God teloor zou kunnen gaan. De mens kwam zijn angsten voor de schepping te boven. De mens leek ‘Heer en Meester’ over de natuur te worden dankzij de voortschrijdende kennis ervan. God kon als Opperheer nog enige tijd blijven bestaan, maar verloor veel van zijn glans en geloofwaardigheid.

In de huidige tijd is de mens de maat der dingen geworden. Wij mensen weten, ontwikkelen en beheersen. De autonome mens kan plannen en organiseren. Daar lijken de woorden ‘vragen en horen’, kenmerkend voor alle geloof in een God, ten diepste niet meer in te passen. Want moderne mensen weten en kunnen. Wij zijn op ons zelf aangewezen, maar kunnen dat ook aan. Onze kennis is groot en onze macht schier onbegrensd. In de loop der tijd is het christendom in al zijn vormen een anachronisme geworden, niet meer op zijn plaats in deze tijd.

Maar de vragen die het coronavirus oproept, kunnen mensen aan het denken brengen. In 2020 blijkt leven nog steeds kwetsbaar, is de dood dreigend aanwezig, kent en bergt de natuur nog vele geheimen. Het woord ‘crisis’ klinkt ons vandaag vaak in de oren. Het gaat daarbij om de dreigende aanwezigheid van het coronavirus, om de verandering van ons klimaat, veroorzaakt door onze manier van omgaan met de schepping en het onvermogen om vrede te bewaren. Hoewel onze kennis enorm is toegenomen, zijn we niet in staat alles zo te regelen dat het voor allen goed komt.

Door onbescheidenheid en trots is het gevoel van afhankelijkheid verdampt. Toch zijn er nog mensen, die bidden en werken; vragend en zoekend proberen ze een weg te vinden die toekomst biedt aan ons mensen op aarde. Zij durven ervoor uit te komen dat wij mensen niet alles weten en kunnen en dat er meer is tussen hemel en aarde dan sommigen beweren. Het geheim achter het leven maakt nieuwsgierig, telkens weer. Gelovige mensen vragen om gehoord te worden door de Eeuwige om mens te kunnen worden voor de ander, in liefde en verbondenheid. Zij vragen om wijsheid en inzicht om het leven op deze aarde een toekomst te mogen geven. Zij generen zich niet om hun kwetsbaarheid te tonen en hun vragen te stellen. Dat hoor je opklinken in vele psalmen, in vertrouwen dat hun stem wordt gehoord.
 

Lees verder

We volharden in de verwachting

29-04-2020

Toen de Duitsers op vrijdag 10 mei 1940 Nederland binnenvielen was het stralend weer. De Bilt mat die dag een maximumtemperatuur van 19,4 graden. Dat prachtige weer hield aan tijdens het daaropvolgende pinksterweekend. De natuur bloeide en geurde overdadig. Nederland was in oorlog, maar zo vertelde mijn oma ons altijd: “Het was zulk prachtig weer dat ik het niet kon geloven”. Pas toen ze op 14 mei vanuit Leiden de rook boven Rotterdam zag, drong de nieuwe werkelijkheid tot haar door.

Annelies Noordhof – Hoorn

Ik moest aan dit verhaal terugdenken de afgelopen weken. Het kreeg opeens een nieuwe dimensie. Half maart maakte het grijze weer plaats voor uitbundig, stralend weer. De haag in de tuin liep uit, de vogels kwetterden er lustig op los, de tulpen bloeiden, de natuur ontvouwde zich. Spittend in de tuin – met mijn geliefden om mij heen – leek COVID-19 iets onwerkelijks. Iets dat niet waar kon zijn. Maar ik hoefde maar een boodschap te gaan doen, mijn vriendin – geveld door corona – te bellen of naar de verhalen van mijn zus te luisteren (verpleegkundige) om me te realiseren dat het echt waar was. Dat het echt waar is.

De huidige beperkingen doen iets met ons: herinneringen en vergelijkingen met het verleden dringen zich aan ons op (hoe onvergelijkbaar ze tegelijkertijd ook zijn). Een oud echtpaar krijgt nu wekelijks de boodschappen op de stoep. De kinderen blijven op veilige afstand in de auto. De vrouw vertelt haar dochter hoezeer deze situatie haar doet denken aan de oorlog – toen mocht ze alleen niet voor het raam staan zwaaien. Soms is het een nabij verleden dat opspeelt: de vlucht uit Joegoslavië of uit Syrië die plotseling herleefd wordt. Alertheid, gespannenheid, onzekerheid en nachtmerries horen voor sommige mensen ook bij deze nieuwe werkelijkheid.

Het verlangen om weer herenigd te worden met geliefden, om weer een kerkdienst bij te wonen, om weer gewoon bij een ander op bezoek te gaan groeit. Of zoals mevrouw Sikkema uit de Martinikerk mij aan de telefoon toevertrouwde: “We snakken ernaar om elkaar weer te ontmoeten”. Houd vol, zegt premier Rutte, bij iedere persconferentie. Maar hoe houden we het vol nu het toch best lang gaat duren? Hoe deden ze dat in de oorlog, toen ze ook niet wisten wanneer de bevrijding zou komen? Gerben Ferwerda van de firma S. Ferwerda, voorheen J. Juchter anno 1808 aan de Vismarkt, vond een manier. Hij werkte tijdens de oorlog in het geheim aan het Nationaal Ontbijtlaken: een herinnering aan de bezetting én de bevrijding. Hij verwerkte de gehele oorlog en de bevrijding in het tafellaken. Het is onderdeel van de expositie ‘En tóch staat de Martini. 75 jaar bevrijding in Groningen’, die in het Groninger Museum is ingericht om de oorlog én 75 jaar bevrijding te herdenken. Dat de Martinitoren nog overeind stond na die hevige bevrijdingsstrijd in april 1945 gaf de Groningers moed. De 144 tafellakens die Ferwerda tijdens de oorlog maakte, waren in april 1945 in een kwartier uitverkocht. Na de oorlog verkocht hij er nog eens 29.442 stuks. Misschien moeten we met elkaar een laken maken. Niet een ontbijtlaken, maar een avondmaalstafellaken. Want we weten dat die dag zal komen, dat we weer met elkaar aan tafel gaan. We weten nog niet wanneer dat zal gebeuren, maar we volharden in de verwachting.
 

Lees verder

De crisis en de toekomst van onze kerk

15-04-2020

Deze coronacrisis daagt mensen uit om stil te staan bij alternatieven voor vaste, ingesleten routines. Nederland is een overgeorganiseerd land, waar we met zijn allen heel tevreden over zijn. Zo doen we dat hier, en dat is best vaak anders dan elders.

Jan Wijbenga

Ik denk dat het nu de tijd is voor onze kerk om te doordenken wat de betekenis is van de ervaringen die we nu opdoen en om ons heen zien gebeuren, voor de toekomst van onze kerk. Er zijn nieuwe inkijkjes ontstaan in hoe mensen zich met elkaar verbinden, welk reservoir aan goedwillend potentieel er nog schuilgaat ook in onze Groningse samenleving, en voor- en nadelen van de inzet op van andere communicatiemiddelen. Dat kon wel eens tot nieuwe perspectieven leiden, en een impuls betekenen voor nieuwe vormen van kerk-zijn.

Verleden
Uit de geschiedenis blijkt dat ingrijpende gebeurtenissen leiden tot bespiegelingen over welke lessen we geleerd hebben. Niet zelden leidde dat tot veranderingen in de sociale en politieke orde, omdat terugkeer naar de oude situatie geen optie meer was. Een bekend voorbeeld is de Tweede Wereldoorlog. Binnenkort vieren we, deze keer helaas ingetogen, het feit dat we 75 jaar vrij zijn. Al tijdens de oorlog dachten mensen na over wat er daarna zou moeten gebeuren. De oude orde, gekenmerkt door de verzuiling en in de oorlog door aanpassing, had afgedaan. Dit was een kans om tegenstellingen te overbruggen, nieuwe idealen te stellen en samenwerking te organiseren, zowel in Nederland als internationaal.

De oorlog was een breuklijn, hoewel niet zo krachtig als de idealisten hadden gehoopt. De economische wederopbouw en de veiligheid hadden voorrang: denk aan de oprichting van de NAVO en een aantal Europese instituties.

In de jaren zestig gingen de godsdienstige en morele opvattingen behoorlijk op de schop. De jaren vijftig hadden te weinig echte vernieuwingen laten zien. Bijzonder is dat dit zonder veel spanningen en geweld gepaard ging, zo concludeerde James Kennedy in zijn boek Nieuw Babylon in aanbouw (1995). Kenmerk was een grote tolerantie en geloof in de maakbare samenleving. Ook zag hij dat de geestelijke leiders van de drie grote kerken meenden dat het conventionele christendom toe was aan een grondige herziening. Ze speelden daar op in en “stelden alles in het werk om van hun instituten de moderne, progressieve krachtcentra te maken die naar hun mening noodzakelijk waren voor zowel het kerkelijk voortbestaan als voor de dienstbaarheid aan de samenleving. Hun doel was bij te raken en bij te blijven.” In feite was ook hier sprake van een bevrijding. De maatschappelijke vernieuwing was een katalysator voor vernieuwingen in de kerk.

Analyse
Na de huidige crisis zal niet alles koekoek-eenzang zijn. Verschillen zullen er blijven – dan blijft er iets te kiezen. Ook hoeft niet alles anders. Gezamenlijke activiteiten, rond Gods woord en de samenleving, blijven noodzakelijk. Maar juist in deze crisis doemen nieuwe verbindingen op, die anders misschien maar moeizaam tot stand waren gekomen. Nieuwe vormen van pastoraat, diaconaat, communicatie.

Nu Algemene Kerkenraad en College van Diakenen nieuw beleid maken is een goede analyse nodig: wat we zien gebeuren en meemaken, en welke kansen dat biedt voor kerkelijke vernieuwing in Stad. Laten we dit momentum pakken. Voor die analyse is vast een creatieve vorm te vinden. Als het goed is zijn de hersenen niet in een lockdown beland. Laten we dit momentum pakken.

Lees verder

De leegte van de eenzaamheid

01-04-2020

“…de grootste ellende van ziekte is eenzaamheid. Zeker als je ziekte zo besmettelijk is dat mensen die je zouden kunnen helpen uit de buurt moeten blijven. Als ik ziek ben en mogelijk besmet, hebben mensen geen andere remedie dan hun afwezigheid en mijn eenzaamheid. Louter vacuüm bestaat niet maar de leegte van deze eenzaamheid komt daar dicht bij.”

Ds. Pieter Versloot

Deze woorden schreef John Donne zo’n 400 jaar geleden. Hij was dominee in de St. Paul’s Cathedral in Londen, toen de pest het leven in de stad zo’n beetje tot stilstand bracht. Een derde van de bevolking kwam om. Daarnaast vluchtte een derde van de inwoners naar het platteland. Londen lag er stil en leeg bij, als een spookstad. Velen kwamen naar de kathedraal voor troost. Donne deed wat hij kon. Op een dag verschenen de beruchte vlekken van de pest op zijn eigen huid. Doktoren vertelden hem dat zijn laatste uur geslagen had. Zes weken lang balanceerde hij op het randje van de dood. Liggend op zijn bed, ervan overtuigd dat hij zou sterven, schreef hij het boek, waar bovenstaande woorden uit komen.

“De grootste ellende van ziekte is eenzaamheid”: Mensen sterven in eenzaamheid op IC’s in Nederland. Ik zag van de week bij de Vondellaanflat kinderen met hun hoogbejaarde moeder praten: de kinderen vanaf het parkeerterrein omdat ze niet naar binnen mochten. De moeder vanaf het balkon, vijfhoog. Groningen ligt er leeg en stil bij als op een zondagmorgen. In Bergamo (de zwaarst getroffen stad in Europa) mogen nabestaanden zelfs na de dood van een familielid vanwege besmettingsgevaar niet in de buurt van het lichaam komen. “Wie sterft aan corona, is zelfs na de dood eenzaam. Deze epidemie vermoordt je twee keer”, schreef een inwoner.

Een besmettelijke ziekte dwingt ons afstand te nemen van elkaar: anderhalve meter op straat. Ze drijft ons in een isolement. Zo min mogelijk omgaan met je familie, collega’s, vrienden, buren en anderen. Via een iPad afscheid nemen van je stervende moeder op de IC. Afscheid nemen van mensen die veel betekenden voor de gemeenschap, zoals in het Brabantse Erp, zonder een condoleance-moment, zonder mensen bij de begrafenis.

De leegte van deze eenzaamheid is aangrijpend. Ze doet denken aan de man in Bethesda, die 38 jaar ziek was en zei dat hij “geen mens had” (Johannes 5:7). Ik zie tien melaatsen voor me die “op afstand” van Jezus bleven staan (Lukas 17:12) Met hen zeggen wij: “Meester, ontferm U over ons.” Met hen hopen wij op Pasen een leeg graf aan te treffen.

Het lege graf van een levende Meester…

Lees verder