content image

Kerk in Stad: hét kerkblad van Groningen 

Kerk in Stad is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente Groningen. Het informeert u over het kerkelijk leven in de stad Groningen, maar ook over kerk en geloof in Nederland en in de wereld. Niet alleen in de vorm van wijkberichten van de diverse (PKN) kerken, maar ook door middel van achtergrondartikelen, het actuele nieuws, interviews met interessante stadjers, boekbesprekingen, columns en nog veel meer.

Met Kerk in Stad blijft u op de hoogte van een gemeente die bruist van de activiteiten, van de mensen daarachter en van geloven met je hoofd, hart en handen.

Kerk in Stad verschijnt tweewekelijks en is een uitgave van Stichting Kerkblad Protestantse Gemeente Groningen in samenwerking met Dekker Creatieve Media & Druk.


Smartphone of een tablet?
U kunt Kerk in Stad nu ook via een APP lezen. Te downloaden voor Apple producten in de App Store, en voor Android in de Google Play Store.

Redactioneel - Kerk in Stad nr. 1

12-01-2019

Jaargang 20, nummer 1

Beste lezer,

Betrekkelijke leek die ik ben op het gebied van liturgie en kerkgeschiedenis, wist ik niet dat de kerkelijke kerstperiode eigenlijk nog duurt tot begin februari. Een welbespraakte Britse dominee legde dat uit in zijn Driekoningenpreek, die ik bijwoonde in de kathedraal van Southwark in Londen. Er is zoveel te vieren, zoveel om bij stil te staan: het bezoek van de Wijzen, die vreemdelingen van ver, de doop van Christus maar ook zijn opdracht in de Tempel als baby. Wij vieren binnenkort ook de Zondag van Eenheid, samen met onze geloofsgenoten van andere buurten en denominaties. Die zondag is de aftrap voor de Week van Gebed, waarin we stilstaan bij en strijden tegen onrecht.

Deze strijd, en allerlei praktische hulp, moeten natuurlijk geworteld zijn op een goede grond. In ‘Kerk en Theologie’ vertelt Peter Buikema wat hij leerde van een bijzondere theoloog, die opnieuw nadenkt over orthodoxe geloofselementen in een vrijzinnig kader. In de kerk lezen we dit kerkelijk jaar uit het evangelie van Lucas. Simon Bijl legt in ‘Bij de Tijd’ uit wat er uniek is aan dit evangelie.

‘Recht voor ogen’ is het thema van de Week van Gebed. Hebben we zelf het recht voor ogen? Kitty Keegstra kan zich nog goed het vroege kerkasiel van de jaren negentig herinneren. Bijna vanzelfsprekend sprong ze op de bres voor de mensen die op haar pad kwamen. De doorgewinterde veteraan vluchtelingenhulp wordt geïnterviewd door Pieter Bootsma in dit nummer van Kerk in Stad. De Kerk is soms de enige instantie waar mensen nog terecht kunnen. Een grote verantwoordelijkheid… Als gelovigen zijn we geen eiland: iedereen, echt iedereen, is welkom om Jezus te aanbidden. Ook dat zei de Engelse dominee.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 23

21-12-2018

Jaargang 19, nummer 23

Beste lezer,

Dit is alweer het laatste nummer van het jaar en zoals gewoonlijk is het zulk nat weer dat we ’s nachts de sterrenhemel niet kunnen zien. Dat maakt niet uit, we hangen onze eigen sterren op. Het is de tijd dat alle deuren extra wijd open gaan en alle kaarsjes mogen branden. Mensen die op een doorhetjaarse zondag niet zomaar een kerk binnenlopen, warmen zich aan het vuur en de kerstliederen. Soms komen ze niet verder dan de drempel, maar dan onthouden we tenminste dat die deur niet dicht moet. Het is een tijd van welkom.

Bent u al gerekruteerd om te helpen bij een van de vele kerkdiensten rondom Kerst? Het is ook een tijd van veel te doen. Als het geen kerkelijk dingen zijn, dan wel concerten en voorstellingen. Hebt u tijd over, dan raadt Rob Kroes u aan om naar de tentoonstelling CHIHULY in het Groninger Museum te gaan. De kunstenaar blaast zijn Venetiaanse glaswerk met zulke felle kleuren dat het lijkt alsof zijn werk licht geeft – zoals de ster op het voorblad van deze Kerk in Stad. Eigenlijk is het een kandelaar, maar voor ons wordt het de kerstster.

Als dit nummer bij u op de mat valt, is het allemaal nog niet zover. Het is nog Advent, we verwachten mee met Maria (Kerk en Theologie) en Johannes de Doper (Bij de Tijd). Zelfs een ezeltje kijkt uit naar wat komen gaat in een verhaaltje naar aanleiding van de gespreksgroep over de theologie van John Caputo. Stil nog even, het Kerstfeest komt: we hebben de ster al gezien.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 22

07-12-2018

Jaargang 19, nummer 22

Beste lezer,

Elk jaar sturen we in december een nummer van Kerk en Stad naar elke lidmaat van de Protestantse Gemeente Groningen en de Protestantse Gemeente Damsterboord. Dit is zo’n breed verspreid nummer, waarin ik naast onze trouwe abonnees nog een paar duizend andere lezers mag verwelkomen (Welkom!). Als u benieuwd bent wat er zich de rest van het jaar in de kerkgebouwen, diaconale centra en de hoofden van de predikanten afspeelt, kunt u een abonnement nemen. Een groot en enthousiast team van schrijvers produceert immers elke twee weken een prachtige Kerk in Stad en daar kunt u het dan op zondagochtend tijdens de koffie over hebben.

Het blad is ook digitaal te lezen: sinds dit jaar is er een Kerk in Stad-app, te vinden in de Appstore. Bovendien hebben we deze website en Facebook (www.facebook.com/KerkinStad). Als u wilt, kunt u dus tijdens de koffie zelfs het besproken artikel tevoorschijn toveren op uw telefoon.

U vindt in dit nummer een groot aantal activiteiten dat zich afspeelt in de adventsperiode. Concerten, natuurlijk, maar ook kerstmarkten, vieringen en theater. Daarnaast denkt Tiemo Meijlink in ‘Bij de Tijd’ na over hoopzoekende jonge mensen en Harry Potter. De jonge mensen komen zelf in beweging tijdens een grootschalige kerstactie van studenten; daarover leest u meer in ‘Kerk en Samenleving’. Marian Knigge bespreekt een prachtig kerstgedicht en een radicaal essay. Marga Baas voert twee vrouwen ten tonele die beide vol vertrouwen ‘ja’ zeiden tegen een enorme taak en zo God een plaats op aarde gaven.

Bent u al benieuwd? Ik hoop het. Alvast goede Kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar gewenst namens de redactie van Kerk in Stad!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 21

22-11-2018

Jaargang 19, nummer 21

Beste lezer,

Twee weken geleden maakte ik een oogstdienst mee in Kantens, een klein dorp met een nog kleinere Protestantse gemeente. Iedereen nam een lading lang houdbare boodschappen mee naar de kerk, een geschenk aan God en daarna aan de Voedselbank. De ampele opbrengsten van de inzameling werden na afloop van de dienst met vereende krachten naar kerkgebouw Salem versleept. Daar lagen op de koffietafel ook de vruchten van verscheidene moestuinen tentoongespreid. Ik kreeg een indrukwekkende prei mee naar huis.

We moeten leren hoe we een kleine gemeente kunnen zijn, betoogt Tiemo Meijlink dit nummer in Kerk en Theologie. Omzien naar elkaar, zorgen voor anderen. Tijden veranderen en de kerkgemeentes worden kleiner, maar dat betekent niet dat we moeten wanhopen.
In Kerk en Samenleving leest u hoe Jacobine Gelderloos heel praktisch ingaat op nieuwe uitdagingen. Ze heeft, met succes, gepleit voor de aanstelling van geestelijk verzorgers voor mensen in het aardbevingsgebied. De kerk heeft een taak in deze wereld, zegt Jacobine. Als gemeenteleden moeten we ook elkaar steunen en de fakkel van elkaar overnemen als die even te zwaar wordt.
Jan Wijbenga schrijft in over de kracht van woorden. Soms zorgt de wereld om ons heen dat we het even niet meer weten: nepnieuws en bedrieglijke politici doen de waarheid wankelen. Kunnen we nog wel iets geloven? Ja, want het Woord is standvastiger dan de woorden van mensen. Gelukkig.

Dit is een hoopvol nummer geworden – terecht, want we gaan de verwachtingstijd van Advent in. En het is geen ijdele hoop: de volle boodschappentassen van Kantens zijn het bewijs dat een kleine gemeente in het aardbevingsgebied ook in 2018 nog een groot verschil kan maken. Ik hoop op net zo’n goede oogst in 2019. Veel leesplezier!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 20

08-11-2018

Jaargang 19, nummer 20

Beste lezer,

Aangenaam kennis te maken! Voor u ligt het eerste nummer van Kerk in Stad waaraan ik mijn naam mag verbinden. Als nieuwe eindredacteur val ik binnen in een zeer verscheiden maar trouwe groep medewerkers die dit tijdschrift al jaren samenstellen. In de Stadjer van deze editie nemen we afscheid van Mariska Jeuring, die in de afgelopen weken zoveel mogelijk wijsheid op mij overgebracht heeft en nu van haar inspanningen mag bekomen op vakantie in Cuba. Ik hoop dat ik snel leer haar schoenen en dit blad te vullen.

Groningen is al een paar jaar mijn thuisbasis, waar ik mijn geschiedenisstudie afgemaakt heb en waar vanuit ik steeds meer van de provincie ontdek. Mijn kerkelijk thuis ligt op fietsafstand van de stad, in de dorpskerk van Haren. Ik zie ernaar uit om ook eens bij de wijkgemeenten van Groningen op bezoek te gaan.

Deze kennismaking is natuurlijk wat eenzijdig: ik kan spreken tegen u, maar u spreekt niet terug. U mag natuurlijk altijd een e-mail of brief mag sturen aan Kerk in Stad. Tot ik u beter leer kennen, stel ik mij u voor als een divers gezelschap: van bijna elke politieke kleur (lees over de gemeenteverkiezingen in Kerk en Samenleving), uit elke wijk van de stad (de wijkberichten staan weer vol) en met allerlei verschillende interesses (als goed eten daar een van is, leest u dan in Kerk en Theologie over de verbindende kracht van een maaltijd).

Laat mij nog een ding zeggen voor ik mijn toetsenbord met rust laat en de auteurs van dit blad verder laat spreken: wat fijn dat u Kerk in Stad leest! Wat fijn dat u zich betrokken voelt bij de kerk in de mooiste stad van Nederland. Dat dit blad in de komende jaren maar uit zijn voegen mag blijven springen met alles wat er over Kerk en Stad te schrijven is.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Wie komt er dit jaar aan het Woord? Lucas!

12-01-2019

Met de Adventsdagen zijn we begonnen aan een nieuw kerkelijk jaar en inmiddels is ook het nieuwe kalenderjaar ingegaan. Een nieuw jaar betekent dat we gaan lezen uit een nieuw Evangelie. Dit jaar: Lucas. Maar wie is deze man?

Dr. S.W. Bijl

Dit jaar wordt gelezen uit het Evangelie, dat op naam staat van Lucas. In 2020 zal uit Matteüs gelezen worden en in 2021 is Marcus aan de orde. Johannes hoort niet in dit rijtje thuis. Hij komt alleen aan het Woord als we een feest of iets anders bijzonders vieren of gedenken. Zijn inhoud en toon wijken sterk af van die van de andere drie, die de naam ‘synoptisch’ dragen, dat wil zeggen ‘samen kijkend’. Marcus geldt als kortste en wordt daarom door velen ook als oudste beschouwd. Matteüs en Lucas volgen in grote lijnen Marcus, maar de eerste werkt meer met thema’s en Lucas hecht aan geschiedenis en wonderverhalen.

Oorspronkelijk kenden de vier Evangeliën geen namen van auteurs. Deze dateren pas van rond het jaar 200. Over het algemeen schrijft men de teksten toe aan de tweede helft van de eerste eeuw. Lucas heeft ongeveer zestig procent van zijn Evangelie gemeen met Marcus en Matteüs, maar veertig procent is eigen stof. Men kan daarbij denken aan de geboortegeschiedenis van Johannes en Jezus en aan een groot aantal gelijkenissen, waaronder ‘De barmhartige Samaritaan’ en ‘De verloren zoon’. Bijna algemeen is de aanname dat Lucas ook de schrijver is van het boek Handelingen der apostelen. Zijn geschiedenis begint in Jeruzalem en eindigt in Rome. Een aantal geleerden dateert zijn werk aan het einde van de eerste eeuw. Daarbij wijzen zij op Lucas’ weergave van de woorden van Jezus, waarin deze de ondergang van de stad Jeruzalem voorziet (hoofdstuk 21:20 e.v.). Anderen wijzen erop dat dit alles in de context van allerlei rampen staat, zonder expliciete toespelingen die bij de rampen van het jaar 70 passen.

Typerend voor Lucas’ geschrift zijn de volgende punten:
a. Jezus is de Heiland van de hele wereld.
b. De verlorenen en armen spelen een grote rol.
c. Het gevaar van de rijkdom komt meermalen voor.
d. Vrouwen komen uit de schaduw en treden naar voren.
e. De Heilige Geest en het gebed helpen de gelovigen.
f. De vreugd en de blijdschap worden herhaaldelijk vermeld.

Volgens oude overleveringen zou Lucas (zijn naam betekent “licht”) afkomstig zijn uit Antiochië. Hij is van niet-Joodse afkomst, maar kent de Schriften goed in de vertaling van de Septuagint, de Griekse uitgave van de Hebreeuwse Tenach (Oude Testament). Hij is het Grieks goed meester en schrijft beeldend. Van alle Evangeliën is zijn versie het meest door kunstenaars verbeeld. In de traditie is Lucas naast arts ook schilder geweest en zou hij een portret van Maria hebben gemaakt, dat door velen is gekopieerd. Lucas zou de apostel Paulus in Antiochië hebben leren kennen en sommige reizen met hem hebben meegemaakt.

In Handelingen is soms sprake van ‘wij’ als het gaat over de beschrijving van allerlei gebeurtenissen. Aan het einde van dat boek is Lucas bij Paulus, die in Rome onder huisarrest staat. Na de gewelddadige dood van de apostel zou Lucas naar Antiochië zijn teruggekeerd en zijn Evangelie en Handelingen hebben geschreven. Volgens de overlevering is hij 84 jaar oud gestorven.

Lees verder

Johannes, de man voor Jezus uit

21-12-2018

In elk evangelie wordt zijn naam, Johannes, genoemd. Bij de aankondiging van zijn geboorte krijgt de aanstaande vader, de priester Zacharias, deze naam voor zijn zoon van de engel Gabriel te horen. Een naam met een betekenis, zoals alle Bijbelse namen: ‘God is genadig’. Van de jaren tussen zijn geboorte en zijn optreden in het openbaar bij de Jordaan weten we niets. We lezen dat hij in de woestijn van Judea verbleef waar ook andere mannen waren, die als kluizenaars leefden. Sommigen van deze figuren hadden leerlingen om zich heen. Dit doet denken aan  kloostergemeenschappen zoals we enkele eeuwen later tegenkomen in Egypte. In de wildernis voelde men zich vrij van druk van buitenaf en kon men zich volledig concentreren op de Eeuwige. Van een van deze groepen kennen we een naam: de Essenen. Vermoedelijk zijn de na de Tweede Wereldoorlog bij Qumran gevonden geschriften, bekend als de Dode Zeerollen, van hen afkomstig. Het blijft gissen of Johannes contact heeft gehad met deze stroming binnen het Jodendom van rond het jaar nul.

Dr. S.W. Bijl

Zijn optreden in het openbaar begint aan het eind van de jaren twintig in de eerste eeuw. Hij heeft leerlingen en doopt mensen die gehoor geven aan zijn oproep tot ommekeer. Volgens de vier Evangeliën vindt hij gehoor bij vele mensen. Vanwege zijn kritiek op de door de Romeinen aangestelde koning Herodes, een afstammeling van Herodes de Grote uit Lucas 2, wordt Johannes gevangen gezet. Herodes is onder de indruk van deze profetische figuur en hij laat hem regelmatig bij zich komen voor een gesprek. Door een dwaze belofte aan zijn dochter moet hij uiteindelijk Johannes laten ombrengen. Zo loopt het triest af met deze dertigjarige profetische man.

Ongeveer 25 jaar later komt Paulus leerlingen van Johannes tegen in Efeze (Handelingen 19). Dit toont aan hoeveel indruk Johannes indertijd op sommige mensen heeft gemaakt. Zij blijken niets te weten van Jezus. Paulus vertelt hun over Jezus. Als zij tot geloof in Jezus Messias komen, ontvangen zij de Geest.

Johannes wordt naast de Heilige Schrift ook vermeld in een dik boekwerk dat vroeger naast de Bijbel veel gelezen werd, namelijk De Oude Geschiedenis van de Joden. De auteur Flavius Josephus is net als Johannes ook een zoon van een priester in de tempel van Jeruzalem. Zijn eigenlijke naam is Jozef Ben Matthias. Tijdens de opstand tegen de Romeinen rond de jaren 70 van onze jaartelling is hij, nog geen dertig jaren oud, bevelhebber van de opstandelingen in Galilea! Hij wordt gevangen genomen en naar Rome getransporteerd. Daar zet hij zich aan het schrijven (in het Grieks) om de Romeinen en anderen duidelijk te maken wie en wat Joden eigenlijk zijn en geloven. In hoofdstuk XVIII 116 - 119 lezen we in een prachtige moderne vertaling van dit boek: “Johannes was een goed man. Hij riep de Joden op deugdzaam te leven, tegenover elkaar gerechtigheid te betrachten, en eerbied tegenover God, en zich door hem te laten dopen. Het eerste diende vooraf te gaan aan het tweede, want alleen dan was het dopen welgevallig in de ogen van God”. Omdat Johannes veel succes had bij het volk, nam Herodes uit angst voor onrust hem gevangen en liet hem uiteindelijk doden.

De prijzende woorden van Flavius Josephus, geschreven aan het einde van de eerste eeuw, laten iets zien van de waardering die binnen de Joodse wereld voor deze persoon bestond.
Beide kleine kinderen, Johannes en Jezus, worden geboren aan het begin van het Evangelie en vinden een afschuwelijk dood. Als wij Kerstfeest vieren, beginnen we aan een periode die uitloopt op de Veertigdagentijd, de tijd van de Passie. Blijkbaar hoort dit alles bij elkaar.

 

Lees verder

Een spiegel van Advent?

07-12-2018

Woensdag 28 november, het Nieuwe Kerkhof in Groningen. Om half acht ‘s avonds staat een hele groep jonge mensen – twintigers, studenten – te wachten tot de deur van de Nieuwe Kerk open gaat. Als het zover is, dromt men naar binnen. Tot het tijdstip van aanvang zal de kerk zich vullen met bijna 500 belangstellenden. Dit is er aan de hand: Het GSp heeft een lezing georganiseerd over de magie van Harry Potter. Hetty Zock, hoogleraar godsdienstpsychologie aan de RUG, zal vertellen over de verschillende betekenislagen die in de Harry Potter-verhalen voorkomen. En kennelijk is deze fantasyheld zo populair dat een lezing over hem honderden jonge mensen trekt, waaronder veel internationals maar ook Nederlanders.

Tiemo Meijlink

Zeven Harry Potter-boeken zijn er verschenen, tussen 1997 en 2007. Van die zeven boeken zijn inmiddels ook acht speelfilms gemaakt. De boeken zijn vertaald in 70 talen. Een ongekend succes. Wat zou daarvan de achterliggende reden zijn? Hetty Zock gaf in haar lezing aan dat de Harry Potter-verhalen heel verschillende elementen in zich verenigen. Het gaat over opgroeiende kinderen met hun vragen, zorgen en speelsheid. Het gaat over ouders die er niet meer zijn en pleegouders die heel streng zijn. Over school en hoe leerlingen op die school met elkaar omgaan. Over leraren, die het goede voorbeeld geven, maar ook over andere volwassenen die juist het tegendeel zijn van wat goed en betrouwbaar is. Over hoop en verlangen gaat het, over zelfopoffering en vriendschap, over angst en volharding. Heel veel thema’s dus die in geloof, religie en levensbeschouwing bij uitstek ook aan de orde zijn.

De Harry Potter-boeken worden gerekend tot het genre van de fantasy. Het is een genre dat zich kenmerkt door de aanwezigheid van onwerkelijke gebeurtenissen, verzonnen wezens en imaginaire werelden. Er gebeurt van alles wat in de gewone wereld niet kan. Toch weerhoudt dat veel jonge mensen die gepokt en gemazeld zijn in de moderne levenssfeer en gevormd in een seculier, wetenschappelijk wereldbeeld, niet om zich onder te dompelen in de wondere wereld van deze verhalen. Na de lezing van Hetty Zock werden er ook best serieuze vragen gesteld die verband hielden met schuld, verantwoordelijkheid, de zin van het leven, de betekenis van religieuze tradities.
Zou het kunnen zijn dat de Harry Potter-boeken een leemte opvullen die in onze huidige cultuur ontstaan is? Kerken en andere religieuze organisaties hebben niet meer vanzelfsprekende aantrekkingskracht zoals in vroeger tijden. Maar in veel uitingen van populaire cultuur – zoals films, fantasy, popmuziek – worden in onze tijd allerlei vragen opgeroepen en beelden gecreëerd die direct verband houden met troost, hoop en verlangen. Hetty Zock typeerde de boeken van Harry Potter als spiegelverhalen waarin nadrukkelijk ook elementen uit het Evangelie worden verwerkt en op een aansprekende manier vertolkt.

Ik schrijf deze ‘Bij de Tijd’ in de week voorafgaande aan de eerste zondag van Advent. Het is de periode in het kerkelijk jaar waarin wij ons bezinnen en oefenen in de hoop en de verwachting van het Koninkrijk Gods. Dat is een groot en kapitaal woord: Koninkrijk Gods. Als je dat grote woord probeert kleiner te maken en dichterbij onze leefwereld te brengen, dan kom je uit bij verlangen en troost, bij uitzien naar een wereld die goed is en waar je thuis kunt komen. En dat zijn precies ook de thema’s waarover de Harry Potter-boeken gaan. Alsof ze een spiegel vormen van Advent.

Lees verder

Woorden hebben impact

22-11-2018

Vroeger had je de 1 aprilgrappen. Jaren geleden berichtte de Gezinsbode dat er voor de eerste honderd mensen gratis apparaatjes waren af te halen bij de Milieudienst, waarmee je de verkeerslichten kon beïnvloeden. Het liep storm. Helaas: het was nepnieuws. Dat je ook nog had kunnen zien aankomen.

Bij ons schrijven en spreken kiezen we onze woorden om het effect te bereiken dat we willen: ontroering, begrip, instemming, of in actie komen. Denk aan gedichten, romans, reportages, foto’s, maar ook aan reclame.

Jan Wijbenga

De Amerikaanse president Trump kon in nog geen twee jaar tijd maar liefst 5.000 leugens debiteren, via tweets en persconferenties en ondersteund door zijn eigen propagandazender Fox News. Meer dan tien uitspraken per dag waren verifieerbaar niet juist. De New York Times en de Washington Post hebben er door Trump kritisch te volgen en zijn onwaarheden te weerleggen heel veel nieuwe abonnees bij gekregen. Wie een autocraat tegenspreekt, wordt verweten ‘fake news’ (nepnieuws) te brengen. Via framing worden tegenstanders of zondebokken zwart gemaakt en gediskwalificeerd. Dat gebeurt door frequent associaties te gebruiken. Denk ook aan het antisemitisme, dat op sociale media oplaait.

Bijgaande illustratie uit 2016 is daar een mooi voorbeeld van. Het betreft reclame op Facebook van de ‘Army of Jesus’, waarachter Russische trollen schuilgingen. Wie alleen sociale media volgt, weet niet meer of beweringen waar en beelden echt zijn of niet. We moeten er op bedacht zijn dat we beïnvloed kunnen worden zonder dat we het weten, en vaak met slechte bedoelingen. Nepnieuws is ontregelend, brengt mensen van hun stuk en van hun geloof. Maar het is veel gevaarlijker dan veel mensen denken: als niemand meer iets gelooft, kunnen machthebbers doen wat ze willen, schreef politiek filosofe Hannah Arendt. Juist in autoritair geregeerde landen hebben onafhankelijke media het moeilijk. De vrije pers wordt belaagd.

Beïnvloeding van de publieke opinie: daar gaat het om. Dat kan met goede maar ook met kwade bedoelingen. En die laatste zullen toenemen, zodat we ook aan de ware informatie gaan twijfelen. Ze kunnen aanzetten tot haat, tot scheiden van schapen en bokken. Nieuw is dat ook beelden vervormd worden: men kan bekende figuren laten zeggen wat men maar wil. Gelukkig zijn er al bedrijven die ook dit kunnen ontmaskeren.

Gelukkig zijn we in Nederland gezegend met een vrije pers, die integriteit en juistheid van berichtgeving hoog in het vaandel heeft staan. Maar wie zich alleen verlaat op sociale media, moet zich realiseren dat wat langskomt niet per se juist is. De tijd is voorbij dat de snelle leugen altijd achterhaald wordt door de waarheid. We moeten daar meer moeite voor doen, een kritische nieuwsconsument worden. Wie is de auteur, wie of wat is de bron, wie heeft belang bij bepaald  nieuws?

Alle dieren zijn bedwongen door de menselijke natuur, maar de tong kan geen mens bedwingen, schrijft Jacobus  in zijn brief. De tong is een onberekenbaar kwaad, vol dodelijk venijn. De tong kan de Heer loven en tegelijkertijd de mensen vervloeken die door Hem geschapen zijn.
Met de Bijbel hebben we een oeroude, standvastige bron. Die kan verschillend geduid worden, en dat is niet erg. Ze geeft richting aan en is doortrokken van geloof, hoop en liefde – geen twijfel aan. En wie wil gaan factchecken miskent de bedoeling waarmee deze prachtige serie verhalen geschreven is. Maar bovenal: het doet niets af aan de waarheid van de boodschap. Een toetssteen voor alles wat in de media voorbij komt.

Lees verder

Food

15-11-2018

In 2007 volgde ik een onderzoekspracticum aan Trinity International University in Deerfield, Illinois. Als onderdeel van het practicum moesten we onderzoek doen onder kerkleden, die op een korte missionair-diaconale werkvakantie waren geweest buiten de VS. We kregen een drievoudige opdracht: 1. Zoek uit hoe groot de rol van eten was tijdens hun werkvakantie, 2. wat die rol inhield en 3. hoe ze die rol dan verklaarden.

Ds. Pieter Versloot

Het antwoord op de eerste vraag verraste ons niet: Eten bleek een grote rol te spelen tijdens hun ‘short-term mission trip’. Interessanter was de vierledige rol waar de respondenten mee kwamen: eten bleek een krachtig samenbindend instrument te zijn, een cruciale rol te spelen in het bijstaan van de armen, rondom eten werden cultuurverschillen helder (soms pijnlijk) zichtbaar en last but not least: goed eten hielp het vol te houden.

Nog boeiender waren de verklaringen. Wat maakte bijvoorbeeld eten tot zo’n belangrijke samenbindende factor? Voedsel heeft een aantal unieke eigenschappen: 1. Elk mens is er afhankelijk van: blank en zwart, jong en oud, vrienden en vreemdelingen. 2. Eten leidt de aandacht af. Natuurlijk moet je aandacht geven aan de ander(-en) maar je mag je ogen ook laten afdwalen naar je bord, even opscheppen en er een opmerking over maken. 3. Eten doorbreekt taalbarrieres. “Ik genoot samen met Lucky Man uit Malawi van dezelfde heerlijke kip, die hij had klaargemaakt, terwijl we geen woord van elkaar verstonden,” schreef iemand.

Eten speelde een cruciale rol in de kennismaking met de gastcultuur. Bij velen hielp eten die te waarderen. Men dronk bijvoorbeeld ‘hemelse koffie’, men verbaasde zich over de rijkdom aan smaken. Aan tafel werd de onvoorstelbare gulheid van vele culturen zichtbaar. Een team in Mozambique kreeg in een weeshuis zes keer per dag te eten. Bij anderen werd het verschil tussen de thuiscultuur en gastcultuur pijnlijk duidelijk. Maaltijden konden een bezoeking zijn. Elke dag dezelfde thee, hetzelfde taaie brood met soms een beetje zout en suiker. En dan zat je soms zes uur aan tafel met mensen, die je eerst leuk vond maar die je mateloos gingen irriteren door hun anders-zijn.

Rondom eten werden ook verschillende ideeën over reinheid zichtbaar. Er ontstonden conflicten als bijvoorbeeld reinheidswetten overtreden werden. In dat kader viel mij iets op in de berichtgeving over de vrijspraak van Asia Bibi in Pakistan vorige week. De aanklacht tegen haar begon met een voorval in 2009 toen zij water ging halen tijdens haar werk. Twee moslimvrouwen weigerden van dezelfde beker te drinken, omdat Bibi die door haar aanraking onrein had gemaakt. Er speelde waarschijnlijk meer tussen Bibi en haar omgeving maar haar acht jaar gevangenschap begon met een beker.

Eten maakt een cultuur tastbaar. Dat lukt veel minder via een beeldscherm. Virtueel eten bestaat (nog) niet. Eve Turow legt in dit verband een prikkelende observatie neer over twintigers. Ze is er zelf een. Volgens haar zijn twintigers minder geïnteresseerd in geld dan baby-boomers. Zij zouden een andere ‘munteenheid’ hanteren: eten. Ze zijn de eerste generatie die van baby af aan opgegroeid is met schermen, internet en smartphones. Voor deze digi-generatie is eten iets van een ‘hogere orde’: het gaat over dingen die je echt kunt vastpakken, ruiken en proeven.

Goed eten verbindt hen volgens Turow aan het echte leven. Dat is wat er volgens de respondenten in Illinois ook gebeurde tijdens hun interculturele werkvakantie: goed eten verbond hen aan het echte leven in de gastcultuur. Het fungeerde als toegang tot het grotere verhaal van de cultuur. De maaltijd was een voorproefje. Ze zagen vaak ook voor ogen wat het eten kostte: een geslachte kip maar ook gesneden groente.

Volgens Norman Wirzba, hoogleraar theologie en ecologie aan Duke University “sterft er iets voor elke hap die ik neem.” Van dieren zijn we ons dat langzamerhand wel meer bewust. Maar voor planten geldt het net zo goed. Het geldt voor alles wat uit de bodem komt. Aarde verteert dat wat dood is en transformeert het tot nieuw leven. Alles wat ‘food’ is bestaat uit grondstoffen. Alles wat zichzelf als mijn voedsel aandient, offert zichzelf ten diepste op.

Eten brengt je heel dicht bij het geheim van het leven. Het roept bij velen een besef van heiligheid, een ‘hogere orde’ op. Sommigen brengt dat tot de aanbidding van voedsel –het geschapene- zelf. De joods-christelijke traditie doet dat niet. Zij ziet goed eten als een verwijzing naar de Schepper ervan: God. Elke etenstafel is een ‘klein heiligdom’: het verwijst naar een groter verhaal.

Dat verhaal gaat over leven dat zich opoffert voor ons in de schepping én verlossing. De Schepper blijkt tevens een Herschepper te zijn, die zich ‘als ons voedsel aandient’. Door daar van te eten krijgen we deel aan het echte leven. Brood en de wijn verbinden ons aan Hem, die daarvoor de weg ging van het tarwegraan. In de herschepping gaat het niet zo veel anders toe dan in de schepping. Schepper en Verlosser zijn één, eensGeestes.

Goed eten hielp mensen hun werkvakantie vol te houden, concludeerden wij in Illinois. Volgens mij geldt dat ook voor onze wandel met God.

Bronnen:
The Atlantic, Why millenials are so obsessed with Food, Joe Pinsker, 14 augustus 2015
Tim Vreugdenhil, Stand-up Theology, Utrecht 2018, pp. 52-55
P.A. Versloot, The Significance of food during short-term mission trips. Paper TIU, 2007.

 

Lees verder