content image

Kerk in Stad: hét kerkblad van Groningen 

Kerk in Stad is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente Groningen. Het informeert u over het kerkelijk leven in de stad Groningen, maar ook over kerk en geloof in Nederland en in de wereld. Niet alleen in de vorm van wijkberichten van de diverse (PKN) kerken, maar ook door middel van achtergrondartikelen, het actuele nieuws, interviews met interessante stadjers, boekbesprekingen, columns en nog veel meer.

Met Kerk in Stad blijft u op de hoogte van een gemeente die bruist van de activiteiten, van de mensen daarachter en van geloven met je hoofd, hart en handen.

Kerk in Stad verschijnt tweewekelijks en is een uitgave van Stichting Kerkblad Protestantse Gemeente Groningen.

Cijfers PGG en Diaconie

In nummer 12 (2020) van dit blad publiceerden wij de jaarcijfers van de PGG en van de diaconie. Helaas bleken de grafieken wel keurig en kleurig te zijn, maar waren de bijschriften door de priegeligheid vrijwel onleesbaar. Daarom hier de PDF van die bladzijden - op de computer kunt u die wel uitvergroten. U vindt deze PDF hier.

Smartphone of een tablet?
U kunt Kerk in Stad nu ook via een APP lezen. Te downloaden voor Apple producten in de App Store, en voor Android in de Google Play Store.

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 21

12-11-2020

Beste lezer,

Gisternacht voelde ik voor het eerst dit najaar ijs op het asfalt toen ik over straat schuifelde (uw eindredacteur zit niet altijd achter haar bureau). De kou zet nu eindelijk door. Dat merk je ook in sommige kerken, waar noodgedwongen ook tijdens de kerkdiensten de ramen open staan.

Op 22 november worden op veel plekken de overledenen van afgelopen jaar herdacht. Helaas dit jaar vaak op afstand, via de computer. Annelies Noordhof-Hoorn schrijft erover in ‘Bij de Tijd’. Ds. Pieter Versloot schrijft in ‘Kerk en Samenleving’ over eenzaamheid – van de achtergeblevenen na een overlijden, van jongeren, ouderen, mensen in een minderheid en mensen die nu hard getroffen worden door de coronacrisis.

Reinder de Jager schrijft over een blijder onderwerp: hij interviewt Luuk Sikkema, organist van de Immanuelkerk. Binnenkort wordt daar het – voor deze kerk – nieuwe orgel onthuld. Houd de website van de kerk in de gaten, want er verschijnt een video met de presentatie!

De coronacrisis treft ook de kas van de kerk, door de afgenomen opbrengsten van de collecten. Daarom doet de Protestantse Gemeente Groningen een oproep om een eenmalige extra bijdrage te doen. Daarmee kan de kerk verder naar de toekomst. Over die toekomst schrijft dan weer Koos Meisner. Er is namelijk een nieuw beleidskader vol thema’s die de komende jaren de volle aandacht gaan krijgen.

Sterkte gewenst deze gedachteniszondag, en daarna: op naar Kerst. Hoe dan ook.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 20

29-10-2020

Beste lezer,

In de maand november herdenken de meeste kerkgemeenten de overledenen van afgelopen jaar. Dit jaar heeft dat misschien nog wel extra waarde, omdat aanwezigheid bij uitvaarten vaak erg beperkt was. Is het niet bijzonder dat mensen niet zomaar wegglippen, maar in het openbaar genoemd en herdacht worden?

Niet iedereen heeft vanzelfsprekend mensen om zich heen die hem of haar herdenken. Vluchtelingen, bijvoorbeeld, kunnen ver verwijderd zijn van hun families. De mensen van INLIA bekommeren zich om vluchtelingen in Nederland, zoals verpleegkundige Astrid Swadberg, onze Stadjer in dit nummer.

Ook dak- of thuisloze mensen hebben soms geen contact meer met familie. Maar ook zij worden gekend en er wordt om hen gerouwd. In De Open Hof zijn er drie wanden gewijd aan de gedachtenis van overleden mensen van de straat. Nick Everts schrijft erover in ‘Kerk en Samenleving’.

Het wordt kouder, corona gaat maar niet weg en we weten niet hoe het verder gaat. Juist dan kunnen vaste punten in het kerkelijk jaar toch een beetje houvast geven – ook al worden ze anders ingevuld dan anders. Ds. Jan Wilts geeft in ‘Kerk en Theologie’ een paar handreikingen voor het verstaan van de Bijbellezingen in deze periode.

Te midden van alle onzekerheid is het binnenkort ook Dankdag voor Gewas en Arbeid. Zullen we dan de Voedselbank maar overstelpen? Dat is weer een onzekerheid minder.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 19

14-10-2020

Beste lezer,

Soms, als niets zo gaat als je zou willen, helpt het om de zaak vanuit een ander perspectief te zien. In dit nummer vindt u een interview met Flip Jüch, zijn hele lange leven al trouwe kerkganger. Dat betekent niet dat hij geen kritiek heeft op de kerk – integendeel. Kunnen we als kerk, en als kerkblad, iets leren van iemand die al zoveel heeft meegemaakt?

Pastor Anita van der Heide van de Immanuelkerk studeerde onlangs af op een bijzonder onderzoek: ze bestudeerde niet de kerkverlaters, over wie we vaak en veel horen, maar juist kerktoetreders. Waarom kiest iemand ervoor om lid te worden van een gemeente? U leest hierover in Kerk en Samenleving.

In ‘Kerk en Theologie’ denkt Tiemo Meijlink verder over het artikel van Dick Tieleman, in dezelfde rubriek in vorig nummer van Kerk in Stad. Wat bedoelen we eigenlijk als we het hebben over een ‘drie-enige God’?

Als ik dit schrijf, zijn we nog in afwachting van nieuwe coronamaatregelen van de overheid. Daarom sijpelt er wat onzekerheid door dit nummer: we weten niet wat er door kan gaan, en op welke manier. Wanneer u dit leest zal er wel meer bekend zijn, houd daarom goed websites en nieuwsbrieven in de gaten. En in ieder geval: veel leesplezier!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 18

01-10-2020

Beste lezer,

Vorige maand zijn de colleges weer begonnen in Groningen. Dat betekent nieuwe en oudere studenten die het studentenleven weer helemaal opnieuw moeten ontdekken: veel traditionele bezigheden kunnen immers niet zomaar meer doorgaan. Pieter Bootsma interviewt in dit nummer nieuwe leden van twee christelijke studentenverenigingen. Waarom worden zij juist nu lid van een vereniging?

Het GSp – Studentenplatform voor Levensbeschouwing realiseert zich ook dat veel studenten het moeilijk hebben. Speciaal buitenlandse studenten, ver verwijderd van vrienden en familie. In de wijkberichten komt een hele lijst activiteiten voorbij – in het Engels én het Nederlands – voor studenten.

Annelies Noordhof-Hoorn interviewt een stadjer die ook betrokken is bij jongeren: Bas Huseman werkt voor het Leger des Heils bij de Stichting Jeugdbescherming en Reclassering. Zijn geloof en zijn werk zijn nauw met elkaar verbonden.

In Kerk en Samenleving vertelt PThU-docent Marten van der Meulen over een vernieuwend sociologisch project dat bij de universiteit wordt ontwikkeld: de Church Life Survey. Aan de hand van een vragenlijst die onder gemeenteleden wordt verspreid, kan de universiteit een begrijpelijk en op de toekomst gericht profiel van de kerkelijke gemeente maken, waarmee kerken op een positieve manier kunnen vernieuwen.

Tim Smid peinst in zijn column over de inmenging van influencers in het coronadebat: waarom laten die knappe, populaire jonge mensen zich beïnvloeden door complotdenkers?

Sommige jongerentijdschriften hebben een speciale ‘back-to-school’-editie. Kerk in Stad is geen jongerentijdschrift, en mode-adviezen durven we zeker niet te geven, maar we staan wel even stil bij de jonge stadjers.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 17

17-09-2020

Beste lezer,

Ora et labora, heet de oude regel. Bidden en werken. Dat doen we in de kerk nog steeds. Maar soms gebeurt er iets heftigs, zoals de brand in Moria, en weten we even niet wat we moeten doen.

Nick Everts schrijft in Kerk en Samenleving hoe de ramp kerk én samenleving uitdaagt om verantwoordelijkheid te nemen. Niet alleen om de slachtoffers van het verbrande kamp op te vangen, maar ook om te voorkomen dat een dergelijke gruwelijke gebeurtenis niet weer voorkomt.

Ds. Pieter Versloot schreef een verslag van de opening van het academisch jaar van de Protestantse Theologische Universiteit met het mini-symposium ‘Theologie in crisistijd’. Uit bijdragen van o.a. terrorismedeskundige prof. Beatrice de Graaf en ethicus prof. Theo Boer bleek de vraag naar wat de kerk uit haar rijke traditie te bieden heeft aan de huidige samenleving. Waarschijnlijk veel meer dan daadwerkelijk wordt aangeboden.

Ik was bij een demonstratie op de Grote Markt om de regering op te roepen meer vluchtelingen uit Moria naar Nederland te laten komen. Zoals een vriend van mij opmerkte: grotendeels een preek voor eigen parochie. Maar toch ook: een zichtbare aanklacht tegen regeringsbeleid en een oproep tot barmhartigheid. Opdat ook onze medemensen in Griekenland de adem krijgen om te bidden en werken.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

De dood heeft niet het laatste woord

12-11-2020

145 namen klonken tijdens de viering van Allerzielen in de Petruskerk in Uden. De namen van de in het afgelopen jaar overleden parochianen uit Uden, Veghel en omliggende dorpen. Uden en Veghel waren tijdens de eerste coronagolf één van de zwaarst getroffen gebieden in Nederland. Nooit eerder werden in de Petruskerk tijdens Allerzielen zoveel namen genoemd.

Annelies Noordhof-Hoorn

Uiteindelijk brandden er 145 kaarsjes; voor iedere parochiaan één. De pastoor richtte zich via de camera tot zijn gemeente en alle nabestaanden. Zoals het tijdens de eerste coronagolf vaak niet mogelijk was om een uitvaart bij te wonen, zo verhinderde de nieuwe coronagolf het fysiek bijwonen van deze mis.

Komende Gedachteniszondag (22 november), ook wel Eeuwigheidszondag of Zondag Voleinding genoemd, zal in de protestantse kerken in Nederland een vergelijkbaar beeld te zien zijn. Normaal gesproken biedt deze laatste zondag van het kerkelijk jaar gelegenheid om met elkaar degenen die ons zijn ontvallen te herdenken. Samen met de gemeente en ook met familie en dierbaren van de gestorvenen. Een gedeeld moment van bezinning, troost en bemoediging. Dit jaar kunnen we niet met elkaar als familie of vrienden naar de kerk. Dat is een gemis (het zoveelste). Toch blijft de kracht en troost die uitgaat van het noemen van de naam van de gestorvene en de leeftijd die hij of zij mocht bereiken even sterk, ook al komt die via de computer tot ons: God kent ons bij onze naam.

Onze gedachten zullen die zondag uitgaan naar de familie en geliefden van de jongste neef van mijn man. Enkele weken geleden stierf hij, nog maar 27 jaar oud. Tijdens zijn ziekbed heeft hijzelf de tekst uitgezocht voor zijn begrafenis, namelijk uit Jesaja 43: “Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.”

Kanker, corona, geweld, bosbranden en overstromingen teisteren ons, bedreigen ons en boezemen ons angst in. Maar God belooft dat het vuur ons niet zal verteren en het water ons niet zal meesleuren. Het vuur in de oven verzengde Daniël niet; een engel stond hem bij. Het volk Israël trok droogvoets door de Jordaan, de rivier sleurde hen niet mee. Deze oude verhalen symboliseren de kracht van Gods liefde. De dood heeft niet het laatste woord.
 

Lees verder

Echt mens

29-10-2020

Sinds kort maak ik deel uit van een leeskring. Dat is een mooie vorm om boeken te lezen en te bespreken. Zelf heb ik vooral belangstelling voor maatschappelijke onderwerpen en minder voor literatuur. Als je met meer mensen eenzelfde boek leest blijkt iedereen zijn eigen accenten te zien. Toch waren we het uiteindelijk best wel eens.

Jan Wijbenga

Bas Heijne is een van mijn favoriete denkers. Hij schrijft columns en essays, en publiceert boeken. Als scherp denker fileert hij actuele ontwikkelingen en plaatst die in een breder perspectief. Als geen ander weet hij de tijdgeest te vangen in woorden en (voor)beelden. Bekend werd hij onder meer door zijn essays Onbehagen en meer recent Mens/Onmens. De jury van de P.C. Hooftprijs schreef treffend dat Heijne schrijft als een denker én denkt als een lezer. Kortom: hij neemt je mee in zijn betoog.

Dat laatste essay gaat over twee kernthema’s die hem al langere tijd bezighouden: waarheid en identiteit. Containerbegrippen die hij ragfijn ontrafelt met sprekende voorbeelden. Als analyse onovertroffen, zo constateerden wij tijdens onze bespreking, we begrijpen de wereld en vooral de mensen beter. Maar als dit zo in elkaar steekt, waar moet het dan heen? Waar zijn aangrijpingspunten?

Heijne constateert dat veel vaste waarden en waarheden ter discussie staan vanwege een om zich heen grijpend relativisme op allerlei gebieden. Het zal duidelijk zijn dat als de vaste basis onder je voeten weggeslagen wordt, mensen aan alles gaan twijfelen. Dé waarheid, of die nu van internet, van de politiek, van wetenschappers of van de kerk komt, bestaat niet meer. Alles is ook maar een mening. Beelden en beleving worden belangrijker dan feiten.

Daarmee zijn ze echter ook vatbaar voor populisten die zeggen zekerheid te kunnen bieden. Op maatschappelijk gebied wordt een gebrek aan controle ervaren, waardoor mensen dichtbij nieuwe ankerpunten zoeken. Dat kan in het eigen persoonlijk leven zijn maar ook in collectiviteiten met een specifieke identiteit. Mensen willen toch ergens bij horen, zich een vervangende identiteit aanmeten. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot nationalistische gevoelens, waarbij anderen worden uitgesloten. Ontkend wordt dat Nederlanders een veel minder homogene groep zijn dan men zich realiseert. Je kunt vele identiteiten onderscheiden, accenten waarop men zich verbonden voelt: afkomst, opleiding, huidskleur, politieke gezindheid, hobby etc.

Het gevoel is daarbij belangrijker dan een rationele afweging. Het neoliberalisme met zijn vrije markt vereist zelfredzaamheid. Maar door een overload aan informatie en zonder gids maakt dat vooral kwetsbare mensen moedeloos en machteloos.

Heijne pleit dan ook, als goed humanist, voor meer verbinding tussen emotie en verstand, voor een soort derde weg. Bijzonder genoeg komt hij uit bij Bijbelse noties, zoals hij die onder meer aantreft in de Bergrede. Hij ziet in Jezus’ stellingen een extreme tegendraadsheid, die hij ook onze tijd gunt. Niet als geboden voor een moreel leven, maar ter inspiratie voor een levenshouding. Pas als je tegen je eigenbelang in durft denken en handelen, word je écht mens. Maar hoe dit inzicht realiteit moet worden onder alle mensen, wordt niet duidelijk.

Als kerk kunnen we daar over meepraten: aan de boodschap ligt het niet, wel aan het bereik. Alleen kennen wij dan nog een God die in harten werkt en op wie wij onze hoop gevestigd hebben, al tweeduizend jaar. Geduld is nodig, wat Reve moeilijk viel: “Dat koninkrijk van U, God, wordt dat nog wat?”
 

Lees verder

Staphorst

14-10-2020

De ventilatie voldeed aan de RIVM-eisen, mensen reserveerden van tevoren, gezondheidschecks werden uitgevoerd en men hield zich aan de afstandseisen. De Hersteld Hervormde Gemeente in Staphorst hield zich op zondag 4 oktober aan de regels. “Wij doen niets wat niet mag”, zei scriba Johan Bouwman. “Als de overheid had gezegd dat het niet mag, hadden we ons daar natuurlijk aan gehouden”.

Ds. Pieter Versloot

Minister Grapperhaus maakte op maandagmorgen na het incident afspraken met de kerkelijke koepelorganisaties: zoveel mogelijk online-diensten, maximaal 30 mensen bijeen en niet zingen. Volgens hem lagen genoemde afspraken de dag voor het incident al klaar. Hij benadrukte keurig het oude grondrecht, dat de overheid niet zomaar kerkgebouwen kan binnentreden om regels af te dwingen. Ook Grapperhaus hield zich aan de wet. De mensen die als reactie doodsbedreigingen naar de kerkenraad stuurden gingen nog het meest buiten hun boekje.

Een kerk én een minister die zich aan de wet houden. In Nederland vonden op die zondag meer kerkdiensten plaats met net zoveel gelovigen. Waar hebben we het over? Vanwaar die heftige reacties?

Lieten te veel Nederlanders zich zondagavond meeslepen door Arjen Lubach? “Onverklaarbaar en vragen om problemen”, zei hij in zijn satirische programma Zondag met Lubach. “Door de aangescherpte coronamaatregelen mogen er nog maar dertig personen zich in dezelfde ruimte bevinden. Alleen kerkgangers hoeven zich hier niet aan te houden. Zij mogen zonder reservering met honderd personen bij elkaar komen. Met reservering is er zelfs geen limiet. Hier wordt gretig gebruik van gemaakt.”

Hij onderstreept zijn verontwaardiging vervolgens – niet gehinderd door veel feitenkennis – met het voorbeeld in Staphorst. Kerken hebben en houden hun uitzonderingspositie vanwege de vrijheid van godsdienst, die onze grondwet nu eenmaal garandeert. Toch vindt hij het niet uit te leggen dat er in voetbalstadions niet gezongen mag worden – ondanks dat het buiten is – en dat supporters sowieso geen wedstrijden mogen bijwonen. “In kerken mag daarentegen een onbeperkt aantal kerkgangers in een gesloten ruimte over elkaar heen zingen!”

Het zou maar zo kunnen dat veel Nederlanders met Lubachs bril op de volgende morgen de krant lazen. Volgens Wendelien Voogt (cultureel antropoloog) staat Staphorst bovendien al jaren symbool voor een calvinistisch verleden dat wij achter ons willen laten. Tel deze twee dingen bij elkaar op en Staphorst wordt al snel een kop van Jut waar onkerkelijken maar ook kerken graag een klap op geven.

Mij troffen twee dingen: Allereerst hoe belangrijk de Staphorsters het vinden om naar de kerk te gaan en wat ze daarvoor over hebben. Vele kerken in het land krijgen het geringe aantal plaatsen dat ze mogen reserveren niet vol. De leden lijken verdwenen te zijn in hun holen. Wat zegt dat over het commitment van deze wegblijvers? Maar ook: wat zegt dat over de relevantie van de kerk in de levens van leden en niet-leden? De les die ik uit Staphorst meeneem is de betekenisvolle plek van de kerk in de plaatselijke samenleving en de toewijding van haar leden.

Ten tweede troffen mij de woorden van een Brabantse arts-microbioloog bij Jinek over het incident: “Het voelt niet solidair. (…) Er is verschil tussen vrijheid hebben en je vrijheid pakken.” Dat klonk voor mij als een les voor alle kerken, inclusief de kerk in Staphorst. Hadden we als kerken misschien niet meteen moeten zeggen tegen de overheid, toen die onderscheid maakte tussen ‘iedereen én de kerken’: “Inderdaad, op basis van de grondwet en de daarin gegarandeerde vrijheid van godsdienst hebben we recht op deze uitzonderingspositie. We gebruiken die vrijheid echter om daarvan af te zien”? Solidariteit en de christelijke vrijheid waren dan hand in hand gegaan (I Kor. 9:12).
 

Lees verder

“Ik ben een mens en niets menselijks is mij vreemd” (Terentius, 190 – 158 v. Chr.)

01-10-2020

Deze woorden vormen een bekend gezegde. Velen gebruiken dit spreekwoord om zich ergens voor te verontschuldigen. Dat gaat dan in de trant van een ander gevleugeld woord: “Ik ben ook maar een mens”. Hiermee wil men dan duidelijk maken dat wij mensen nu eenmaal niet volmaakt zijn en fouten maken daarvan het logisch gevolg is.

Dr. S.W. Bijl

Een groots en verheven mensbeeld past hier niet bij en dat lijkt dan wel in overeenstemming met onze zogenaamde volksaard van bescheidenheid en calvinisme. Die laatste typering wordt mijns inziens wel heel vaak te onpas gebruikt, want zo calvinistisch zijn de meeste Nederlanders helemaal niet.

Toch is dit gebruik van dit gezegde niet het juiste en oorspronkelijke. De eigenlijke zin van deze woorden is: “Ik ben een mens en alles wat mensen overkomt, raakt ook mij!”. In de oudheid werden deze woorden gebruikt om te verklaren waarom men zich met de zaken van anderen bemoeit. Als mens ben ik verbonden met alle mensen van alle tijden en plaatsen. Wat zij doen en laten, beleven en denken, geloven en liefhebben om maar enige werkwoorden te noemen, hoort ook bij mij als persoon. Mensen vormen met elkaar de mensheid in de geschiedenis. Hier past dit gezegde bij: “Als één lid lijdt, lijden alle leden”. Bij antieke schrijvers komen we deze en dergelijke gedachten tegen. Voor hen is de mens een sociaal wezen. Als individu is men zich ervan bewust deel van een groter geheel te zijn.

Deze zienswijze vinden we ook in de Bijbel terug, al is die niet vanzelfsprekend. Kort geleden stond de lezing uit Matteüs 15:21-28 op het leesrooster. Daar duikt uit het niets een Kanaänitische moeder op, die de Jood Jezus om hulp vraagt voor haar zieke dochter. Jezus weigert eerst haar, als vreemdeling, te helpen, maar als zij tegenwerpt dat de honden de kruimels van de tafel mogen eten, trekt hij zich het lot van haar en haar kind aan. Als Paulus het Evangelie naar de ‘heidenen’ brengt, ontmoet hij tegenwerking van de joodse aanhangers van Jezus, die de sociale grenzen overtreedt. Uiteindelijk ontstaat er één gemeenschap van joodse en niet-joodse christenen. Grenzen vallen weg. Allen zijn kinderen van één Vader!

Voortbordurend op het bovenstaande kan de kerk en de mensheid, waar de kerk deel van uitmaakt, niet blijven toekijken bij de ellende van anderen. Het kamp Moria op Lesbos met al die verschillende mensen kan ons niet onverschillig laten, tenzij we onszelf kwalificeren als on-mensen. Hun lot raakt ook ons. Bij wijze van spreken staan wij ook in hun schoenen en lopen wij op hun slippers! Zo klinkt dat spreekwoord wel anders.

Vlak voor het feest van Sinterklaas houdt Kerk in Actie een huis-aan-huis-collecte voor alle vluchtelingenkinderen in Griekenland. Wilt u meehelpen, dan kunt u mailen naar: bijl_haverdings@xs4all.nl

Lees verder

Wanneer gaan we weer naar de kerk?

17-09-2020

Onze zoon is bijna wekelijks op zondag in de kerk te vinden omdat hij meedraait in het techniek-team (dat ervoor zorgt dat u thuis een goed beeld en dito geluid heeft), maar de rest van ons gezin is nog niet weer in de kerk geweest. Ergens ging ik ervan uit dat we na de zomervakantie de kerkgang zouden hervatten (we mogen immers weer), maar nu er enkele weken verstreken zijn, realiseer ik me dat we ons nog steeds niet hebben opgegeven voor het bijwonen van een kerkdienst.

Annelies Noordhof-Hoorn

We zeggen het door de week wel tegen elkaar (‘we moeten er even aan denken dat we ons opgeven voor zondag’), maar vervolgens gebeurt het niet. In tegendeel, kennelijk is het na al deze maanden gewoon geworden dat we onze zoon uitzwaaien en zelf de dienst online meemaken. Soms helemaal, soms gedeeltelijk en soms ook helemaal niet.

Het is natuurlijk een heel goede ontwikkeling dat gemeenten hun apparatuur hebben geüpgraded en dat we de diensten online kunnen meebeleven. Dat is relevant. Er zijn nog steeds veel mensen die vanwege hun kwetsbare gezondheid niet in de kerk kunnen komen. Het biedt in deze tijd met restricties ook extra mogelijkheden: uitvaarten, doop- en trouwdiensten kunnen zo toch worden meebeleefd. De online diensten zijn ook winst voor diegenen die niet gewend zijn om op zondagmorgen naar een kerk te gaan, maar in deze tijd wel op zoek zijn naar zingeving en troost putten uit een preek, gezang, orgelmuziek of een gewijde sfeer. Maar het betekent ook dat we gewend zijn geraakt aan online en dat weer offline gaan een bewuste keuze is. Wanneer gaan we weer naar de kerk?

Nu ik er zo over schrijf, realiseer ik me dat ik er erg naar uitzie om weer offline te gaan. Om weer de klink van de kerkdeur te lichten, de kerk binnen te stappen en het orgel te horen spelen. Om de dienst in z’n geheel, maar vooral ook weer met elkaar te beleven. Om halverwege de dienst de blik eens rond te laten gaan en je verbonden te weten met al die anderen die daar zitten. Of om te denken aan al diegenen die daar in voorgaande eeuwen al zaten. Verbondenheid en diepgang, die begin ik nu wel te missen. Gelukkig dient zich een nieuw natuurlijk moment aan om de kerkgang te hervatten: in de tweede helft van september wordt de startzondag georganiseerd. De aftrap van het nieuwe kerkelijk jaar. Een nieuw begin.

Lees verder