content image

Kerk in Stad: hét kerkblad van Groningen 

Kerk in Stad is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente Groningen. Het informeert u over het kerkelijk leven in de stad Groningen, maar ook over kerk en geloof in Nederland en in de wereld. Niet alleen in de vorm van wijkberichten van de diverse (PKN) kerken, maar ook door middel van achtergrondartikelen, het actuele nieuws, interviews met interessante stadjers, boekbesprekingen, columns en nog veel meer.

Met Kerk in Stad blijft u op de hoogte van een gemeente die bruist van de activiteiten, van de mensen daarachter en van geloven met je hoofd, hart en handen.

Kerk in Stad verschijnt tweewekelijks en is een uitgave van Stichting Kerkblad Protestantse Gemeente Groningen.

Kerk in Stad zoekt nieuwe redactieleden!

Ons blad zoekt nieuwe redactieleden, in verband met spannende nieuwe ontwikkelingen in het nieuwe jaar waardoor er veel werk te verzetten valt, en ook omdat een enkel redactielid er na jaren trouwe dienst mee stopt. Wat de functie in grote lijnen inhoudt kun je lezen in de profielschets op onze website, https://www.kerkinstad.nl Lijkt het je boeiend om mee te denken met de redactie en mee te schrijven aan dit blad, en wil je meer weten? Neem dan contact op met onze eindredacteur Annejet Fransen (kerk.in.stad@gmail.com) of met de voorzitter van de redactie, Reinder de Jager (tel 06 39422016).

Wie zijn we en wie zoeken we

Ons blad

Kerk in Stad is een informatie- en opinieblad voor kerkelijk Groningen. Kerk in Stad wordt mogelijk gemaakt door de Protestantse Gemeente Groningen, de Protestantse Gemeente Damsterboord en Dekker Creatieve Media en Druk. Kerk in Stad heeft een onafhankelijke redactie en valt onder Stichting Kerk in Stad. Momenteel verschijnt het blad eens in de twee weken.

De redactie en de medewerkers

De redactie bestaat uit (onbetaalde) redacteuren uit diverse protestantse traditites in Groningen, en een betaalde parttime eindredacteur. De redactie komt eens in de twee weken bijeen om te overleggen over de inhoud van komende nummers, taakverdeling, lopende zaken en over de koers van het blad. Daarnaast willen we tijdens die vergaderingen onze kwaliteit bevorderen door opbouwende kritiek; daarvoor zijn er buiten de vergaderingen om ook wel eens workshops om bepaalde journalistieke vaardigheden op te doen. Redacteuren schrijven tot nu toe allerlei soorten artikelen – we hebben wat dat betreft geen specialisatie binnen de groep.
Kerk in Stad kent daarnaast een poule van vaste medewerkers, die voor een bepaalde rubriek schrijven – zoals boekbesprekingen, theologische artikelen en columns. Zij wonen de redactievergaderingen niet bij.

Wat wij van een toekomstig redacteur verwachten

  • Betrokkenheid bij (een deel van) de kerk en het kerkelijk leven in Groningen, dan wel nieuwsgierig daarnaar; betrokkenheid bij de stad Groningen; betrokkenheid bij kerk en samenleving ook in groter verband.

  • Graag willen schrijven, gedachten helder kunnen formuleren en willen groeien daarin

  • Een journalistieke neus willen ontwikkelen, voor wat belangrijk is voor de mensen voor wie wij schrijven

  •  Afgesproken artikelen op tijd en binnen het aantal woorden dat staat voor een rubriek kunnen aanleveren

  • In de basis enkele digitale vaardigheden beheersen, zoals het omgaan met Word en e-mail

  • Met de redactie als geheel willen nadenken over de koers van het blad

  • Een keer per veertien dagen de redactievergadering bijwonen (duur vergadering: 1,5 uur) en gemiddeld een keer per maand een artikel/rubriek aanleveren; de hoeveelheid tijd die daarin zit, wisselt en heeft men ook in eigen hand

Daarnaast is het de bedoeling dat wij ons blad uitbreiden naar een online platform, en daarvoor een web-redactie als sub-redactie te vormen. Daarvoor zoeken wij nog redacteuren die naast bovenstaande eigenschappen nog de volgende vaardigheden hebben/willen ontwikkelen:

  • Verstand hebben van/affiniteit hebben voor het schrijven voor online platforms

  • Affiniteit hebben met sociale media

  • Bekend zijn dan wel bekend willen worden met het plaatsen van artikelen op het web, in een Wordpress-achtige omgeving

Daarnaast zouden we ook heel graag in contact willen komen met een beeldredacteur – die als specialiteit foto’s en illustraties gaat beheren voor zowel het gedrukte blad als de online platforms.
 

 

Smartphone of een tablet?
U kunt Kerk in Stad nu ook via een APP lezen. Te downloaden voor Apple producten in de App Store, en voor Android in de Google Play Store.

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 22 nr. 04

25-02-2021

Beste lezer,

Nog net is het me gelukt: een tijdje moest ik in quarantaine maar zodra ik weer naar buiten mocht stond ik op de vijver in het Noorderplantsoen. Op mijn schoenen, maar ik bedacht dat ik de volgende ochtend vroeg wel zou kunnen schaatsen. Daar kwam helemaal niets van, want de volgende ochtend tikte de regen tegen mijn dakraam. Een paar dagen later stond ik in de zonnige tuin van een vriendin te snoeien, want de lente was begonnen. Hoe heerlijk ik dat ook vind, eigenlijk hoop ik wel op nog een sneeuwval tegen de tijd dat dit blad bij u op de mat valt, want hierin staat zo’n prachtig gedicht over winterweer…

Verder: een dubbelinterview met Allert van der Hoeven en Jan Kerkhof, de resp. nieuwe en scheidende hoofden van het Kerkelijk Bureau. Als u zich al een tijdje afvraagt wat het Kerkelijk Bureau nou precies doet, vindt u hier alle antwoorden.

Natuurlijk leest u in dit nummer ook het tweede deel van de veertigdagentijdserie. Kerkgangers vertellen hoe ze deze tijd beleven en hoe de lijdenstijd door hen wordt ingevuld. En in ‘Kerk en theologie’ gaat Arjen Zijderveld de diepte in door op zoek te gaan naar hoe we nou eigenlijk voor onze ziel kunnen zorgen. Want dat is niet zo’n duidelijk begrip als ‘lichaam’ of ‘geest’…

Hebt u even genoeg van grote lappen tekst? Dan beveel ik u ‘Kerk in coronatijd’ aan: een beeldverhaal over… u raadt het. Bouwe Samplonius legde in het afgelopen jaar met ingetogen foto’s deze bijzondere periode vast.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 22 nr. 03

12-02-2021

Beste lezer,

De start van de veertigdagentijd is door dit hele blad te vinden, maar Pasen lijkt eigenlijk nog ver weg. Zeker met de sneeuw en kou die we de afgelopen tijd beleefden! Ik kan zelf nauwelijks geloven dat er alweer bijna een jaar voorbij is sinds de eerste lockdown in de vorige veertigdagentijd – toen hoopte ik nog, naïef, dat we Pasen weer in de kerk zouden kunnen vieren. Dit jaar zijn we misschien wel iets beter ingespeeld op de beperkte mogelijkheden. Om kerken en mensen met elkaar te verbinden en ervaringen – blijde maar ook moeilijke – met elkaar te delen, heeft de redactie besloten om een serie te publiceren over veertidagentijd in 2021.

Met een groot artikel getiteld ‘Veertig dagen binnen bezinnen’ trappen we de serie in dit nummer af. Rachel Wardenaar schreef een overdenking over deze periode van onthouding, Nick Everts zocht op wat er in de verschillende kerken zoal georganiseerd wordt in de veertigdagentijd en Annelies Noordhof onderzoekt hoe mensen deze tijd persoonlijk beleven. Ze hoort ook graag van u!

U hebt het vast al gehoord: in de pioniersplek in Lewenborg, Overstag, is een nieuwe pionier aangesteld. Ria van Dijk interviewt stadjer Arie-Pieter Schep over zijn achtergrond, plannen en dromen.

Rob Kroes bespreekt voor u een bijzonder gedicht van een zestiende-eeuwse Spanjaard. Een gedicht over beperking en overdaad, licht en duisternis, kennen en geloven: ‘Hoe goed weet ik de bron die welt en stroomt’ van Jan van het Kruis.

En hebt u een sprankje hoop nodig deze februari? Leest u dan de column van Marieke Laauwen!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 22 nr. 02

28-01-2021

Beste lezer,

Op de eerste dag dat de avondklok zou ingaan stond ik om half negen ’s avonds op het station, op het punt om naar huis te wandelen, toen ik erachter kwam dat mijn huissleutels nergens te bekennen waren. Natuurlijk, net vandaag, dacht ik met volle berusting in de timing van een dergelijk ongeluk. Tien seconden later vond ik mijn sleutels diep onderin een zijvakje, dus ik was toch op tijd binnen. “Net als in de oorlog,” zei mijn opa aan de telefoon.

Het is moeilijk om nog iets nieuws te schrijven over de coronacrisis en de consequenties daarvan. Bemoedigingen kunnen een beetje oppervlakkig gaan klinken als we ze steeds moeten herhalen zonder dat het beter wordt.

Lees dan het interview met da. Alberte van Ess eens! Ruth Pruis vroeg haar naar de uitvaartgroep van Stad-Noord. Deze uitvaartgroep zorgt niet alleen voor een beter spreiding van de werkdruk voor predikanten, maar kan er ook voor zorgen dat mensen zonder nabestaanden een waardige uitvaart krijgen.

De Stadjer is ditmaal wethouder Inge Jongman van de ChristenUnie. Annelies Noordhof-Hoorn interviewde haar over de uitdagingen van de politiek – werk waarvoor je je tussen de mensen moet begeven.

Ds. Pieter Versloot schreef voor ‘Kerk en Theologie’ het tweede deel van zijn drieluik over zuiverheid. Bij dit theoretische deel moet je de aandacht er goed bijhouden, maar het derde en laatste deel zal gaan over de praktijk.

Ook kreeg de redactie een bijzonder mooi gedicht toegestuurd: Atze van Wieren schreef het uit verontwaardiging over de omgang met de wezen van kamp Moria. Een herinnering om de ogen niet te sluiten voor wat er buiten onze directe beleving plaatsvindt – corona of niet.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 22 nr. 01

13-01-2021

Beste lezer,

Nog de beste wensen voor het nieuwe jaar. Mijn kerstboom staat mijn woonkamer nog op te fleuren naast mijn bureau, want een beetje extra licht kan ik wel gebruiken. De kersttijd duurt nog tot 2 februari, heb ik gehoord, dus het mag gewoon nog.

Met de verlengde lockdown worden we alwéér, nog steeds, stilgezet – misschien niet in onze dagelijkse bezigheden maar wel in ons samenkomen en gemeenschap zoeken. Dat brengt soms overpeinzingen met zich mee. Ds. Marga Baas schrijft in ‘Kerk en Theologie’ een meditatie over Epifanie en een gedicht van Willem Barnard.

In de week van 17 t/m 24 januari is het de jaarlijkse Week van gebed voor de eenheid – een feit dat u bij het lezen van dit blad niet zal ontgaan. In ‘Kerk en Samenleving’ vertelt Nick Everts u wat over de achtergrond van deze gebedsweek en het programma dit jaar.

Eind vorig jaar heeft de redactie versterking gekregen van Rachel Wardenaar. Reinder de Jager interviewt deze jonge Stadjer over haar leven en interesses. We kunnen haar hulp goed gebruiken, want na het verwerken van al uw ingevulde enquêtes gaat de redactie binnenkort allemaal mooie vernieuwingen lanceren.

Ik weet niet of u net zo enthousiast bent als wij (ik hoop het!), maar wat Kerk in Stad betreft heeft u dus nog wat om naar uit te kijken wanneer de kersttijd dan eindelijk écht voorbij is.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad jaargang 21 nr. 24

26-12-2020

Beste lezer,

Dit is het allerlaatste nummer van 2020, dat een beetje later verschijnt dan anders: u leest de papieren versie pas op 29 december in verband met de feestdagen. We hebben het blad wel vast voor Kerst gemaakt, maar als u hier en daar wat achterhaalde informatie ziet, zult u ons dat vast vergeven. Als ik dit schrijf hebben we in mijn gemeente – samen met twee andere kerken – net de kerstwandeling moeten annuleren. En baal ik dus van de net ingevoerde lockdown. Maar voor u zijn we al weer in een hoopvollere stemming!

Jan Wijbenga schrijft in ‘Bij de Tijd’ over de verbindende kwaliteiten van muziek en geeft verrassende voorbeelden. Ruth Pruis interviewt stadjer Hans Smits, die een ontzettend moeilijk proces om heeft weten te gieten in ontroerende en herkenbare gedichten. Nick Everts schrijft in Kerk in Samenleving over de boeiende groeiende theologie van Trees van Montfoort, die bij uitstek vooruit kijkt. Ook vindt u in dit nummer de plannen van het College van Diakenen voor 2021 in de vorm van een begroting.

Ik heb zelf nog een dag kerstgroeten knutselen voor de boeg, als vervanging voor de kerstwandeling. Zullen we maar hoopvol blijven? Een goede, veilige jaarwisseling en tot 2021!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen
 

Lees verder

Een sober leven

25-02-2021

 

Als ik dit schrijf is het Aswoensdag, niet echt een feestdag (carnaval is achter de rug), maar wel de start van een periode van bezinning en soberheid. Voor wie dat wil zijn er dagelijkse meditaties, waaronder het Ignatiaans bidden, een initiatief van de Jezuïeten. Ook verder keus genoeg: digitaal zijn zoomsessies, podcasts en dagelijkse mails beschikbaar ter verdieping. Ook binnen de PGG worden meditaties aangeboden.

Jan Wijbenga

Die soberheid beleven we al wat langer. De pandemie heeft ons getraind in een leven met beperkingen. Dat heeft menigeen tot nadenken gestemd, ook over de eigen levensstijl en wat minimale behoeften zijn. Met soms pijnlijke conclusies. De veertigdagentijd voegt daar iets aan toe: de gerichtheid op God en zijn zoon Jezus, de onkenbare die zich alleen in een persoonlijke verhouding laat kennen. Het beeld is dan ook divers, ook onder christenen. Hun Godsbeeld mede gekleurd door het eigen levensverhaal.

Onlangs sprak ik een alleenstaande vrouw van 80. Nadat haar man in november overleden was heb ik haar na een terloops contact opgezocht. Al gauw kwam het verhaal van haar leven los. Hoe haar man op 29-jarige leeftijd volledig werd afgekeurd en in de bijstand belandde. Hoe zij vier kinderen kreeg, die ze, naast haar eigen drie banen als kostwinster, feitelijk in haar eentje moest opvoeden. Haar man was al snel drankverslaafd en nam het niet zo nauw met de moraal. Voor de bijstand woonde hij elders, maar was meestal gewoon thuis. Drie kinderen raakten aan de drank en de drugs. Een dochter belandde in de prostitutie.

Opvallend was hoe ze zonder gêne hierover sprak. Ze had in haar eentje niet alles in de hand, maar redderde wat er te redden viel. Het ontroerde mij toen ze vertelde dat ze ondanks alles altijd haar zelfrespect wist te bewaren. Hoe ze haar stinkende best heeft gedaan om het gezin draaiende te houden tot alle kinderen het huis uit waren. Hoe ze met iedereen contact bleef houden en haar man altijd trouw was gebleven. Hij heeft in zijn leven diverse hersenbloedingen gehad die hem invalideerden. Korsakow gaf de genadeklap. Zelfs vanuit zijn ziekbed in een zorginstelling bleef hij haar koeioneren. Maar ze bleef hem opzoeken, iedere dag, drie jaar lang. “Ik ben mijn leven lang trouw geweest aan mijn kinderen en mijn man. Ik kan mijzelf recht in de ogen kijken. Medelijden hoef ik niet, al negeren mijn buren me. Ze zeggen dat ik hier niet hoor en dat ik er niet mag zijn. Ik snap het gewoon niet. Af en toe krijg ik iemand van Humanitas over de vloer om even mee te praten. Dat vind ik wel fijn.”

Als je zo’n verhaal hoort gaat er van alles door je heen. Hulpverleners voor man en kinderen waren er steeds, maar voor haar was er niemand. Zij hield zich staande en voelde zich ondanks alle mislukkingen om haar heen en eigen onmacht een sterke vrouw. Ze vindt het prima als ik nog es kom, waardeert mijn bezoek, maar het hoeft niet per se. We groeten elkaar, maar het is nu anders. Ik ken haar geheim en zie een sterke vrouw die respect verdient maar het van niemand krijgt. Die over de 80 is, maar gezond van lijf en leden en nooit een druppel dronk.

Dan denk ik ook aan Jezus, die ongeziene mensen zag staan en hen een hart onder de riem stak. Daar had hij geen kerk voor nodig. Pastoraat en diaconaat gebeurt in het leven van alle dag. Ook en misschien wel juist bij mensen die al heel lang sober leven. Levensverhalen laten dat zien.
 

 

Lees verder

Sheeple

12-02-2021

Bij nine-eleven waren geen vliegtuigen en terroristen betrokken. Het was een complot van de Amerikaanse overheid. Het moest ervoor zorgen dat president George Bush een excuus had oorlog te voeren in het Midden-Oosten. Vele Kazachen vertelden mij dat in 2001, toen ik in Alma-Ata woonde. “De Amerikanen zijn nooit op de maan geweest”, vertelde een ruimte-onderzoeker uit Maleisië mij daar, met wie ik bevriend raakte. “Dat hele mannetjes-op-de-maanverhaal werd in scène gezet om de Russen af te troeven.”

Ds. Pieter Versloot

“De Nederlandse overheid wil per se een landelijk 5G-netwerk. Ze heeft het coronavirus bedacht om de schadelijke straling ervan te verbloemen”, riepen volgers van ‘Viruswaarheid’ naar politici. Wat voor mensen geloven in complottheorieën?

Dagblad Trouw deed daar in samenwerking met Kieskompas in 2019 onderzoek naar. Volgens dat onderzoek is onder kiezers van de PVV, (voormalig) Forum voor Democratie en 50Plus het geloof in complottheorieën het grootst. Van de drie christelijke partijen zouden CU-stemmers het minst vatbaar zijn voor een samenzweringsdenken. Onder alle politieke partijen geven de zogenoemde ‘oudere jongeren’ tussen 45 en 54 jaar het makkelijkst toe aan complottheorieën. Als ‘oudere jongere’ behoor ik blijkbaar tot een risicogroep. Daar staat dan weer tegenover dat mensen met wat meer diploma’s iets minder vatbaar zouden zijn. Al geldt dat dan weer niet voor de voormalige FvD-stemmers.

De groep complotgelovigen is breder van samenstelling dan je zou denken. Het zijn sowieso geen gekkies of covidioten, zoals ze wel eens genoemd worden. Mensen als Jaron Harambam en Maarten Reijnder, die beiden over complotdenkers schreven, noemen overeenkomsten die in het algemeen wel van toepassing zijn:
    1. Ze hebben in een geweldig complexe wereldbehoefte aan helderheid en duidelijkheid. Complottheorieën zijn helder en begrijpelijk. 
    2. Een complottheorie helpt je je slimmer te voelen dan anderen. Dat is ook aantrekkelijk: jij doorziet iets, wat al die andere kuddedieren, ‘sheeple’, niet doorhebben. (Sheeple: samentrekking van sheep en people.)
    3. Vaak staan complotdenkers wantrouwig tegenover gezagsinstanties.
    4. Een complottheorie biedt de mogelijkheid de werkelijkheid te vormen naar jouw beeld dat je ervan hebt, wat vaak leidt tot een tunnelvisie.
    5. Bij complotdenkers speelt angst een belangrijke rol. Ze vermoeden boze opzet juist bij instanties die je zou moeten kunnen vertrouwen. “Complottheorieën zijn de wereldbeschouwing van de machtelozen”, zei iemand eens.

Ook al zou een complotdenker gelijk hebben, dan werd hij er niet gelukkig van. Hij zou nog steeds in wantrouwen leven. Gelukkig zijn mensen die vertrouwen, volgens de psychoanalyticus Paul Verhaeghe. Daar weet de joods-christelijke traditie alles van.

Vorige week liep ik met een rouwende familie naar een graf in Hoogkerk. We hadden Psalm 23 beluisterd in de aula. Een psalm die mensen vergelijkt met schapen: sheeple die in vertrouwen op God als goede herder leven en sterven. Er was verdriet, er waren losse eindjes die nu eenmaal bij de complexiteit van het leven horen maar er was ook vertrouwen en hoop.
 

Lees verder

Marcus, de leeuw

28-01-2021

In veel kerkelijke gemeentes volgt men het oecumenisch leesrooster. Dat betekent dat men dit jaar het Evangelie van Marcus leest in de vieringen. Op de grote feestdagen wijkt men hier van af en klinkt een gedeelte uit een ander Evangelie. Het Evangelie van Johannes kent in deze traditie geen eigen jaar, zoals de andere Evangeliën wel hebben. Hier wordt vaak uit gelezen op de feestdagen.

Dr. S.W. Bijl

De gewoonte om de Evangeliën naar de vermoedelijke auteur te noemen dateert uit het einde van de tweede eeuw. Alleen bij Marcus kan men teruggaan op een ouder gegeven van de hand van Papias, die als bisschop van Hierapolis (tegenwoordig Pamukkale in Turkije) rond het jaar 100 leefde. Hoewel er meer personen zijn geweest met deze naam, wijst men vooral naar Johannes Marcus (Handelingen 15:37). Johannes is zijn Joodse naam en Marcus zijn Griekse naam. Behalve in Handelingen wordt hij ook vermeld in verschillende brieven van Paulus en Petrus. Volgens Papias zou Marcus zijn Evangelie geschreven hebben op basis van wat Petrus hem heeft verteld. Hij zou dat niet in chronologische volgorde hebben opgeschreven, maar zoals het hem paste in zijn verhaal over Jezus. Marcus wordt beschouwd als de eerste schrijver van een Evangelie.

Johannes Marcus was een neef van Barnabas, een metgezel van Paulus op diens eerste zendingsreizen door Klein-Azië. Na onenigheid is oom Barnabas met zijn neef een eigen weg gegaan. De traditie verhaalt ons dat Marcus als verkondiger van het Evangelie naar Alexandrië in Egypte is gegaan en daar de eerste christelijke gemeente in dat land heeft gesticht.

De Koptische Kerk beschouwt Marcus dan ook als hun eerste patriarch. Volgens de traditie is Marcus later door zijn tegenstanders gevangengenomen en door de straten van de stad gesleept tot hij dood was. Door de christenen van die stad is hij daar begraven. Later is op die plaats een kerk gebouwd, gewijd aan Marcus. Daar zetelt tot op heden de patriarch van de Koptische kerk.

In het jaar 828, toen de islam Egypte had veroverd, hebben kooplieden uit Venetië het stoffelijk overschot uit het graf gehaald, dat verstopt onder varkensvlees en zo met hun schip meegevoerd naar Venetië. De in veiligheid gebrachte relikwieën kregen later ook daar een kerk, de beroemde San Marco. (In het jaar 1087 deden scheepslui uit Bari iets soortgelijks met de stoffelijke resten van Sint Nicolaas, die ze uit Myra stalen, dat in de handen van de moslims was gevallen).

Omwille van de lieve vrede heeft paus Paulus VI bij zijn bezoek in 1968 een botje teruggegeven aan de patriarch van de Koptische Kerk. De kopten zeggen overigens dat de schedel van Marcus al die tijd in Alexandrië is gebleven.

Op het San Marcoplein staat een beeld van een leeuw. Elke Evangelieschrijver heeft in de traditie een eigen symbool gekregen. Hierbij verwijst men naar het visioen van Ezechiël 1, waar geschreven wordt over vier hemelse wezens in de gedaante van een mens of engel (Matteüs), een leeuw (Marcus), een os (Lucas) en een adelaar (Johannes). Kort maar krachtig klinken zijn woorden elke keer weer als gelezen wordt uit Marcus’ weergave van het leven van Jezus. Zijn woorden onthullen een geheim. De hoofdfiguur Jezus blijkt de Messias, de Christus te zijn.

Aan ons, lezers en hoorders, om dat zelf ook te ontdekken.
 

Lees verder

Mens, durf te leven

13-01-2021

Een zieke buurtgenoot stuurde mij een foto van een uitbundige bos gele bloemen. Een nieuwjaarsgroet met de beste wensen voor het komende jaar. Hij sprak de wens uit dat het een vreugdevol jaar mag worden waarin we weer kunnen lachen. Want – zo eindigde hij z’n berichtje – zonder lachen kan het leven niet bloeien. Zijn positieve wensen, tegen de klippen op – want het lachen was hem de laatste maanden wel vergaan – ontroerden me.

Annelies Noordhof-Hoorn

Ze deden me denken aan wat de psychologe Edith Eger schrijft in haar boek Het geschenk: het is normaal om te lachen en goed om plezier te hebben. Onder alle omstandigheden. Ook, of juist, als die omstandigheden verre van vrolijk zijn.

Edith Eger is een joodse vrouw, die als tienermeisje vanuit Hongarije naar Auschwitz werd gedeporteerd en ternauwernood de oorlog overleefde. Na de oorlog emigreerde Eger met haar man en pasgeboren dochtertje naar de Verenigde Staten. In het Land van Belofte hoopte zij een nieuw bestaan op te kunnen bouwen; het verleden stopte ze ver weg. Dat werkte niet. Integendeel, Eger ontdekte na vele jaren dat niet het verleden zelf, maar je gedachten over dat verleden, je een gevangene maken van dat verleden. Onze angsten, onze schaamte, onze hang naar goedkeuring, onze behoefte aan controle zijn vaak te herleiden naar vroegere trauma’s. Ze hielpen ons te overleven, maar verhinderen ons voluit te leven, lief te hebben en liefde te ontvangen.

Eger beschrijft in Het geschenk hoe zij uiteindelijk – haar kinderen waren al volwassen – haar pijn, ontberingen en lijden heeft aanvaard als geschenken, waardoor ze heeft kunnen groeien en heeft kunnen worden wie ze is. Dat schept ruimte. Ruimte om elkaar in het onzekere jaar dat voor ons ligt aan te blijven moedigen mild te zijn voor onszelf, om los te laten wat ons belemmert het leven voluit te leven, om ook in het komende jaar vrolijk te zijn en te lachen. Mens, durf te leven!
 

Lees verder

Waar woorden tekort schieten, spreekt de muziek

26-12-2020

Het jaar 2020 zit er op. Wat een jaar was het. Het coronavirus was en blijft ook nog even de hoofdpersoon. Onzichtbaar, maar alom aanwezig. En iedereen had en heeft zo zijn eigen kruis te dragen. De samenleving kreunt in haar voegen, want ‘samen’ is steeds meer een gevoel geworden in plaats van een praktijk. De ander kan immers een gevaar zijn voor je gezondheid. Voor velen voelt de afstand groter dan anderhalve meter.

Jan Wijbenga

Over eenzaamheid is al veel gezegd. Het treft niet alleen alleenstaanden. Ook anderen zien hun netwerken gedigitaliseerd worden. Houden de opgebouwde verhoudingen zó ook stand? Het persoonlijk medeleven uit zich nu in een kaartje, appje, telefoontje, mailtje, of een kerstpakketje. Dichter Jules Deelder zei het al: de omgeving van de mens is de medemens. 

Muziek is een adequaat middel om je stemming te vertolken. Muziek biedt troost en bemoediging, je gaat er even helemaal in op. En dankzij YouTube is haast alle muziek beschikbaar. Smaken verschillen: niet iedereen vindt klassieke muziek mooi. Maar er zijn zoveel andere muziekstijlen. De huidige situatie bracht me ertoe om een favorietenlijstje te maken, onder het motto: vertel me waar je van houdt en ik zal zeggen wie je bent. Het bleek diverser dan ik had verwacht.

Veel gelovigen houden van geestelijke muziek, waarschijnlijk vooral ook om de teksten. Voor mij is een lied het mooist als de melodie, de uitvoering en de tekst volmaakt bij elkaar passen. Dat heb je soms. Waar woorden tekort schieten, spreekt de muziek. Muziek kan het onzegbare overbrengen, en iets in je losmaken. De Amerikaanse schrijver Henry Miller noemt de muziek de blikopener van de ziel.

De bijbel rept op veel plaatsen over muziek en zang. Allemaal uitingen die belangrijke sacrale gebeurtenissen opluisterden en kracht bijzetten. Zo wordt in 1 Kronieken uitgebreid geschreven over een orkest van zangers en muzikanten. Op andere plaatsen worden vooral snaar- en blaasinstrumenten genoemd.

De pelgrims zongen liederen, mede om de moed erin te houden en het doel voor ogen. Maar zijn wij niet allen in dit leven pelgrims die op doorreis zijn naar een toekomst die oplicht in barre tijden? Zo is lied 801 een mooi voorbeeld van hoe de tekst van Bonhoeffer en de muziek van John Stainer samenvallen. En luistert u met Pasen eens naar de Crucifixion van deze componist: prachtige passiemuziek.

In Amerika ontstond binnen de zwarte gemeenschap de gospelmuziek, die hen boven het schamele en onderdrukte bestaan uittilde door te verwijzen naar God die hun nabij was. Troost, maar vaak op een sprankelende manier gebracht. Een meer ingetogen voorbeeld is Aretha Franklin met haar vertolking van Amazing Grace. Wat een stem!

Toen Bob Dylan eind jaren ‘70 zich tot het christendom bekeerde, moesten zijn fans erg wennen. Maar, zei hij, religiositeit en filosofie vind ik in de muziek, en nergens anders. Het leverde prachtige nummers op als Slow Train Coming, Saved en Shot of Love.

Muziek heeft een grote zeggingskracht. Wie iemand een bemoedigend kaartje stuurt, kan daar ook een luistertip op zetten. Misschien leidt het wel tot mooie gesprekken. Wat heeft u trouwens op uw lijstje staan?
 

Lees verder