content image

Kerk in Stad: hét kerkblad van Groningen 

Kerk in Stad is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente Groningen. Het informeert u over het kerkelijk leven in de stad Groningen, maar ook over kerk en geloof in Nederland en in de wereld. Niet alleen in de vorm van wijkberichten van de diverse (PKN) kerken, maar ook door middel van achtergrondartikelen, het actuele nieuws, interviews met interessante stadjers, boekbesprekingen, columns en nog veel meer.

Met Kerk in Stad blijft u op de hoogte van een gemeente die bruist van de activiteiten, van de mensen daarachter en van geloven met je hoofd, hart en handen.

Kerk in Stad verschijnt tweewekelijks en is een uitgave van Stichting Kerkblad Protestantse Gemeente Groningen in samenwerking met Dekker Creatieve Media & Druk.


Smartphone of een tablet?
U kunt Kerk in Stad nu ook via een APP lezen. Te downloaden voor Apple producten in de App Store, en voor Android in de Google Play Store.

Redactioneel - Kerk in Stad nr. 3

10-02-2019

Jaargang 20, nummer 3

Beste lezer,

Nog maar een jaar, dan leven we weer in de jaren twintig. ‘Weer’ zeg ik, want voor mij en voor vele anderen slaat die term voor eeuwig op de jaren 1920 met een gebroken Europa, overmoedig Amerika, dansende meisjes in korte jurkjes, cocktails, diepe armoede en een nieuwe wind door kunst en theologie.

Wat onze eigen jaren twintig ons gaan brengen weten we niet, maar in deze Kerk in Stad dromen we een beetje van de toekomst. Van de PGG in 2025, bijvoorbeeld. Jan Wijbenga vertelt over het nieuwe beleidsplan en dromen van de ideale geloofsgemeenschap. Die ziet er niet voor iedereen hetzelfde uit – en dat is niet erg.

Daar is Arjen Zijderveld het mee eens. Hij is net begonnen als projectmedewerker bij het Studentenplatform voor Levensbeschouwing. De jonge theoloog heeft veel plannen voor de komende jaren en is er klaar voor om met de uitvoering te beginnen. Toch wil hij vooral heel veel luisteren.

Ria Van Dijk woonde een bijeenkomst bij over ‘kerk-zijn in je eigen omgeving’, vol ideeën om uit de kerk naar de mensen toe te stappen. In ‘Kerk en Samenleving’ vertelt ze over bestaande initiatieven die ter sprake kwamen, van dorpssoep tot een pop-upwinkel. In ‘Kerk en Theologie’ noemt ds. Jannet van der Spek een wel heel bijzondere manier om naar buiten te treden: De Kleine Broeders en Zusters van Jezus volgen Charles de Foucauld in een stil leven tussen de allerarmsten, geïnspireerd door de jaren van Jezus’ leven waarover in de Bijbel niets te lezen staat.

Nu moeten we natuurlijk niet alleen brainstormen, maar ook daadwerkelijk plannen gaan uitvoeren. Vragen stellen is gemakkelijker dan ze beantwoorden, zeg ik als verlegen vrouw. Durft u al uit te zien naar de nieuwe jaren twintig? Ik denk dat het wel goed komt. We hebben nog 47 zondagen te gaan en vieren nog minstens één keer de komst van Christus voor die tijd.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr. 2

24-01-2019

Jaargang 20, nummer 2

Beste lezer,

Een vrieskou trok door ons land. Kraakheldere luchten, berijpte parken en ademwolkjes maken bij de tijd van schrijven nog een sprookjesstad van Groningen. Tegelijk ook een andere koude: niet de frisse ijzigheid van de winter, maar de kilte van conflict. De Nashville-verklaring heeft ook in de Protestantse Gemeente Groningen wat losgemaakt en dat kunnen we niet negeren. Tiemo Meijlink bespreekt het in ‘Bij de Tijd’ en Dick Tieleman in ‘Kerk en Theologie’. In de wijkberichten komt het onderwerp hier en daar ook terug.

Over inclusie gesproken: de Voedselbank vertelt in Kerk en Samenleving over het project ‘Stadjers Hand in Hand’, waarbij arme Groningers aan meer onafhankelijke stadsgenoten worden gekoppeld en zo het zetje in de rug krijgen dat ze nodig hebben om weer zelf verder te kunnen. De Voedselbank kan, in grote mate dankzij de kerken, aan meer dan 800 huishoudens voedselhulp bieden, maar eigenlijk willen we natuurlijk dat dat niet nodig is.

De boekbespreking gaat dit keer over Vertel me het einde: een essay in veertig vragen van Valeria Luiselli. Het essay gaat over de Zuid-Amerikaanse vluchtelingenkinderen die in de Verenigde Staten worden behandeld als een ongedierteplaag. Luiselli was tolk voor de rechtbank en hielp advocaten zoeken naar aanknopingspunten om de getraumatiseerde kinderen te verdedigen. “Mij heeft dat diep geraakt,” schrijft Reinder de Jager.

Laten we geen stenen werpen noch muren bouwen, maar die stenen gebruiken voor veilige huizen. Of, wie weet, kerken.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr. 1

12-01-2019

Jaargang 20, nummer 1

Beste lezer,

Betrekkelijke leek die ik ben op het gebied van liturgie en kerkgeschiedenis, wist ik niet dat de kerkelijke kerstperiode eigenlijk nog duurt tot begin februari. Een welbespraakte Britse dominee legde dat uit in zijn Driekoningenpreek, die ik bijwoonde in de kathedraal van Southwark in Londen. Er is zoveel te vieren, zoveel om bij stil te staan: het bezoek van de Wijzen, die vreemdelingen van ver, de doop van Christus maar ook zijn opdracht in de Tempel als baby. Wij vieren binnenkort ook de Zondag van Eenheid, samen met onze geloofsgenoten van andere buurten en denominaties. Die zondag is de aftrap voor de Week van Gebed, waarin we stilstaan bij en strijden tegen onrecht.

Deze strijd, en allerlei praktische hulp, moeten natuurlijk geworteld zijn op een goede grond. In ‘Kerk en Theologie’ vertelt Peter Buikema wat hij leerde van een bijzondere theoloog, die opnieuw nadenkt over orthodoxe geloofselementen in een vrijzinnig kader. In de kerk lezen we dit kerkelijk jaar uit het evangelie van Lucas. Simon Bijl legt in ‘Bij de Tijd’ uit wat er uniek is aan dit evangelie.

‘Recht voor ogen’ is het thema van de Week van Gebed. Hebben we zelf het recht voor ogen? Kitty Keegstra kan zich nog goed het vroege kerkasiel van de jaren negentig herinneren. Bijna vanzelfsprekend sprong ze op de bres voor de mensen die op haar pad kwamen. De doorgewinterde veteraan vluchtelingenhulp wordt geïnterviewd door Pieter Bootsma in dit nummer van Kerk in Stad. De Kerk is soms de enige instantie waar mensen nog terecht kunnen. Een grote verantwoordelijkheid… Als gelovigen zijn we geen eiland: iedereen, echt iedereen, is welkom om Jezus te aanbidden. Ook dat zei de Engelse dominee.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 23

21-12-2018

Jaargang 19, nummer 23

Beste lezer,

Dit is alweer het laatste nummer van het jaar en zoals gewoonlijk is het zulk nat weer dat we ’s nachts de sterrenhemel niet kunnen zien. Dat maakt niet uit, we hangen onze eigen sterren op. Het is de tijd dat alle deuren extra wijd open gaan en alle kaarsjes mogen branden. Mensen die op een doorhetjaarse zondag niet zomaar een kerk binnenlopen, warmen zich aan het vuur en de kerstliederen. Soms komen ze niet verder dan de drempel, maar dan onthouden we tenminste dat die deur niet dicht moet. Het is een tijd van welkom.

Bent u al gerekruteerd om te helpen bij een van de vele kerkdiensten rondom Kerst? Het is ook een tijd van veel te doen. Als het geen kerkelijk dingen zijn, dan wel concerten en voorstellingen. Hebt u tijd over, dan raadt Rob Kroes u aan om naar de tentoonstelling CHIHULY in het Groninger Museum te gaan. De kunstenaar blaast zijn Venetiaanse glaswerk met zulke felle kleuren dat het lijkt alsof zijn werk licht geeft – zoals de ster op het voorblad van deze Kerk in Stad. Eigenlijk is het een kandelaar, maar voor ons wordt het de kerstster.

Als dit nummer bij u op de mat valt, is het allemaal nog niet zover. Het is nog Advent, we verwachten mee met Maria (Kerk en Theologie) en Johannes de Doper (Bij de Tijd). Zelfs een ezeltje kijkt uit naar wat komen gaat in een verhaaltje naar aanleiding van de gespreksgroep over de theologie van John Caputo. Stil nog even, het Kerstfeest komt: we hebben de ster al gezien.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 22

07-12-2018

Jaargang 19, nummer 22

Beste lezer,

Elk jaar sturen we in december een nummer van Kerk en Stad naar elke lidmaat van de Protestantse Gemeente Groningen en de Protestantse Gemeente Damsterboord. Dit is zo’n breed verspreid nummer, waarin ik naast onze trouwe abonnees nog een paar duizend andere lezers mag verwelkomen (Welkom!). Als u benieuwd bent wat er zich de rest van het jaar in de kerkgebouwen, diaconale centra en de hoofden van de predikanten afspeelt, kunt u een abonnement nemen. Een groot en enthousiast team van schrijvers produceert immers elke twee weken een prachtige Kerk in Stad en daar kunt u het dan op zondagochtend tijdens de koffie over hebben.

Het blad is ook digitaal te lezen: sinds dit jaar is er een Kerk in Stad-app, te vinden in de Appstore. Bovendien hebben we deze website en Facebook (www.facebook.com/KerkinStad). Als u wilt, kunt u dus tijdens de koffie zelfs het besproken artikel tevoorschijn toveren op uw telefoon.

U vindt in dit nummer een groot aantal activiteiten dat zich afspeelt in de adventsperiode. Concerten, natuurlijk, maar ook kerstmarkten, vieringen en theater. Daarnaast denkt Tiemo Meijlink in ‘Bij de Tijd’ na over hoopzoekende jonge mensen en Harry Potter. De jonge mensen komen zelf in beweging tijdens een grootschalige kerstactie van studenten; daarover leest u meer in ‘Kerk en Samenleving’. Marian Knigge bespreekt een prachtig kerstgedicht en een radicaal essay. Marga Baas voert twee vrouwen ten tonele die beide vol vertrouwen ‘ja’ zeiden tegen een enorme taak en zo God een plaats op aarde gaven.

Bent u al benieuwd? Ik hoop het. Alvast goede Kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar gewenst namens de redactie van Kerk in Stad!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Een kleurrijk palet

10-02-2019

Vorige week hebben we onze jongste zus begraven, in Leeuwarden. Ze was 62 jaar, veel te jong natuurlijk. De kanker sloeg genadeloos toe, na een periode van hoop en goede verwachtingen. Man, vier kinderen en veertien kleinkinderen blijven achter. En een grote kring van familie, en vrienden om hen heen. Nergens anders wordt zo duidelijk wat iemand voor anderen betekend heeft.

Jan Wijbenga

Ze behoren tot de Volle Evangeliegemeente Opstandingskerk in Leeuwarden, maar die kerk was te klein. De samenkomst was in de grote Stadskerk de Wijngaard in Leeuwarden, een Vrije Baptistengemeente ooit opgericht door Orlando Bottenbley. Een band zong en speelde opwekkingsliederen. Het was om meerdere redenen een bijzondere, en nog niet eens zo verdrietige viering. Ze was immers naar haar Heer gegaan, waar ze de laatste tijd zo naar verlangde. En ze zou het daar beter krijgen, in de nabijheid van haar steun en toeverlaat Jezus.

De viering zelf zette me later aan het denken. Binnen ons grote ouderlijk gezin zijn we kerkelijk gezien verschillende richtingen opgegaan. De keus is dan ook overweldigend, zeker in de steden, en sinds niet alleen de kiezer maar ook de gelovige op drift is, zoeken we iets dat goed bij ons en ons leven past. Daar is niks mis mee. Waar twee of drie mensen samenkomen in zijn naam, daar is de Heer. De godsbeelden mogen verschillen, maar God biedt maatwerk. Ieders relatie met God is immers een persoonlijke, en je kiest de geloofsgemeenschap die bij jouw beleving past.

Ook de Protestantse Gemeente in Groningen (PGG) is op zoek en wel naar een toekomstbestendige koers. We zijn gestart met een traject om te komen tot een nieuw beleidsplan. Het oude (2016-2019) loopt dit jaar af. Het College van Diakenen (CvD) is met een eigen plan bezig. Natuurlijk wordt dat goed op elkaar afgestemd, al zijn er verschillende verantwoordelijkheden. Er vinden gesprekken plaats met wijkkerkenraden en andere in- en externe organisaties. Centrale vraag is niet hoe we met de krimp omgaan, maar wat we als een wenkend perspectief zien voor de PGG en vooral ook voor de diverse wijkgemeenten. Hoe willen we in 2025 Kerk in Stad zijn? Wat zijn de pareltjes die we nu al zien, mooie en vaak nieuwe activiteiten die het in zich hebben om te groeien? Gaat het om gebouwen of om activiteiten? Gaat het om veel leden, of om wie we zijn en wat we doen?

Zo’n plan kun je zien als een verplicht nummer, maar zo ziet de PGG dat niet. We mogen met zijn allen even dromen wat onze ideale geloofsgemeenschap is. Voor onszelf, maar juist en vooral ook voor de jonge generaties. Er is niets om je voor te schamen. We kunnen iets betekenen voor elkaar, maar ook voor anderen. Steeds meer werken we samen met mensen en organisaties in de stad en in de eigen wijk. Natuurlijk, het zal met minder geld moeten. En vernieuwing zal heus niet de tekorten oplossen. Maar toch: kunnen we nog toekomstgericht denken, de kernkwaliteiten van iedere wijkgemeente benoemen en uitbouwen en ook stedelijk iets toevoegen? Allemaal vanuit de gedachte dat onze relatie met God daarbij heilzaam werkt.
Veel andere kerken doen dat ook. Geeft niet - wij zijn de PGG. Een kleurrijk palet in een kleurrijk landschap van Stad-Groninger kerken.

Lees verder

“Wenen op de puinhopen”

24-01-2019

Het was een opmerkelijk moment in al het rumoer rond de zogenaamde Nashville-verklaring. Ik bedoel nu het hoofdredactioneel commentaar van het Reformatorisch Dagblad waarin de initiatiefnemers van deze verklaring werden opgeroepen een pauze in te lassen in hun actie, na te gaan denken en vooral ook te “wenen op de puinhopen”. Ik kon een glimlach niet onderdrukken toen ik het las. Hoe treffend kan de ‘tale Kanaäns’ soms zijn als die wordt gebruikt om een situatie uit de actualiteit te belichten.

Tiemo Meijlink

De meesten die dit citaat hebben gelezen, zullen hebben gedacht: Goed dat die initiatiefnemers op hun nummer worden gezet, en bovendien dapper dat hun eigen lijfblad het aandurft hun actie te typeren als diep treurig. En zo zal het ook wel bedoeld zijn door de commentator. Ik heb altijd begrepen dat men in reformatorische kringen helemaal niet houdt van actievoeren. Het geloofsleven dient zich te uiten in persoonlijke vroomheid en bevinding, in deemoedig stil staan bij de ernst van het leven. Misschien is dat ook wel de verklaring voor de ongelofelijke knulligheid waarmee een en ander werd uitgevoerd: geen actie-ervaring en dus ook geen goede coördinatie, geen goed woordvoerderschap, geen publieksstrategie.

Klaagliederen
Waar wordt er in de Bijbel eigenlijk geweend op de puinhopen? Ik dacht zelf meteen aan de profeet Jeremia. Maar het zijn in het bijzonder de Klaagliederen, die inderdaad lange tijd aan Jeremia zijn toegeschreven, maar waarvan de meeste bijbelwetenschappers inmiddels denken dat ze afkomstig zijn uit kringen van de tempelzangers. De liederen zouden zijn ontstaan na de verwoesting van de tempel in 586 voor Christus, toen Jeruzalem in puin lag. De stad wordt voorgesteld als een weduwe die weent over haar puinhopen en in diepe rouw is. Dat verdriet en die rouw gaan uiteraard over die puinhopen zelf, maar ze worden in de Klaagliederen ook in verband gebracht met de zonden en de ongerechtigheden van Jeruzalem. Die hebben uiteindelijk geleid tot de verwoesting van de stad. Wenen op de puinhopen is dus in het bijzonder ook wenen over de zonden van de inwoners van Jeruzalem.

Zo gebruikt dus ook het Reformatorisch Dagblad het Z-woord. Het betrekt dat op de ondoordachtheid en onbezonnenheid van de initiatiefnemers van de Nashville-verklaring, maar met ‘wenen op de puinhopen’ zal men evenzeer doelen op de vrije en tolerante cultuur van onze dagen als het gaat om homoseksualiteit en transgender. In zoverre zijn de opvattingen van het Reformatorisch Dagblad nou ook weer niet heel anders dan die van de initiatiefnemers van de Nashville-verklaring: homoseksualiteit en transgenderisme zijn niet in overeenstemming met “Gods heilige bedoelingen” en dus zondig. De kritiek van het blad ging vooral over de onbarmhartige en massieve manier waarop dit alles in de verklaring naar voren werd gebracht.

Bijbelopvatting
Dat is op zich al iets. Oog hebben voor de pastorale context van mensen en daarin zorgvuldig communiceren is geen bijkomstigheid maar behoort tot de essentie van theologisch en pastoraal werken. Toch zal de discussie over deze kwesties ook moeten gaan over de bijbelopvatting die onder de Nashville-verklaring ligt. Op welke manier lees je de Bijbel als gelovige gemeenschap, als kerk, en hoe zwaar laat je daarbij de inzichten van je eigen tijd wegen? Als het gaat om de seksuele ontwikkeling van mensen weten wij in onze tijd gewoon meer dan de bijbelschrijvers en de vele anderen uit de voortijd van de christelijke traditie. Het is volgens mij een zaak van gepaste vrijmoedigheid om dàt te laten gelden en het te verwerken in een eigentijdse seksuele ethiek.

Lees verder

Wie komt er dit jaar aan het Woord? Lucas!

12-01-2019

Met de Adventsdagen zijn we begonnen aan een nieuw kerkelijk jaar en inmiddels is ook het nieuwe kalenderjaar ingegaan. Een nieuw jaar betekent dat we gaan lezen uit een nieuw Evangelie. Dit jaar: Lucas. Maar wie is deze man?

Dr. S.W. Bijl

Dit jaar wordt gelezen uit het Evangelie, dat op naam staat van Lucas. In 2020 zal uit Matteüs gelezen worden en in 2021 is Marcus aan de orde. Johannes hoort niet in dit rijtje thuis. Hij komt alleen aan het Woord als we een feest of iets anders bijzonders vieren of gedenken. Zijn inhoud en toon wijken sterk af van die van de andere drie, die de naam ‘synoptisch’ dragen, dat wil zeggen ‘samen kijkend’. Marcus geldt als kortste en wordt daarom door velen ook als oudste beschouwd. Matteüs en Lucas volgen in grote lijnen Marcus, maar de eerste werkt meer met thema’s en Lucas hecht aan geschiedenis en wonderverhalen.

Oorspronkelijk kenden de vier Evangeliën geen namen van auteurs. Deze dateren pas van rond het jaar 200. Over het algemeen schrijft men de teksten toe aan de tweede helft van de eerste eeuw. Lucas heeft ongeveer zestig procent van zijn Evangelie gemeen met Marcus en Matteüs, maar veertig procent is eigen stof. Men kan daarbij denken aan de geboortegeschiedenis van Johannes en Jezus en aan een groot aantal gelijkenissen, waaronder ‘De barmhartige Samaritaan’ en ‘De verloren zoon’. Bijna algemeen is de aanname dat Lucas ook de schrijver is van het boek Handelingen der apostelen. Zijn geschiedenis begint in Jeruzalem en eindigt in Rome. Een aantal geleerden dateert zijn werk aan het einde van de eerste eeuw. Daarbij wijzen zij op Lucas’ weergave van de woorden van Jezus, waarin deze de ondergang van de stad Jeruzalem voorziet (hoofdstuk 21:20 e.v.). Anderen wijzen erop dat dit alles in de context van allerlei rampen staat, zonder expliciete toespelingen die bij de rampen van het jaar 70 passen.

Typerend voor Lucas’ geschrift zijn de volgende punten:
a. Jezus is de Heiland van de hele wereld.
b. De verlorenen en armen spelen een grote rol.
c. Het gevaar van de rijkdom komt meermalen voor.
d. Vrouwen komen uit de schaduw en treden naar voren.
e. De Heilige Geest en het gebed helpen de gelovigen.
f. De vreugd en de blijdschap worden herhaaldelijk vermeld.

Volgens oude overleveringen zou Lucas (zijn naam betekent “licht”) afkomstig zijn uit Antiochië. Hij is van niet-Joodse afkomst, maar kent de Schriften goed in de vertaling van de Septuagint, de Griekse uitgave van de Hebreeuwse Tenach (Oude Testament). Hij is het Grieks goed meester en schrijft beeldend. Van alle Evangeliën is zijn versie het meest door kunstenaars verbeeld. In de traditie is Lucas naast arts ook schilder geweest en zou hij een portret van Maria hebben gemaakt, dat door velen is gekopieerd. Lucas zou de apostel Paulus in Antiochië hebben leren kennen en sommige reizen met hem hebben meegemaakt.

In Handelingen is soms sprake van ‘wij’ als het gaat over de beschrijving van allerlei gebeurtenissen. Aan het einde van dat boek is Lucas bij Paulus, die in Rome onder huisarrest staat. Na de gewelddadige dood van de apostel zou Lucas naar Antiochië zijn teruggekeerd en zijn Evangelie en Handelingen hebben geschreven. Volgens de overlevering is hij 84 jaar oud gestorven.

Lees verder

Johannes, de man voor Jezus uit

21-12-2018

In elk evangelie wordt zijn naam, Johannes, genoemd. Bij de aankondiging van zijn geboorte krijgt de aanstaande vader, de priester Zacharias, deze naam voor zijn zoon van de engel Gabriel te horen. Een naam met een betekenis, zoals alle Bijbelse namen: ‘God is genadig’. Van de jaren tussen zijn geboorte en zijn optreden in het openbaar bij de Jordaan weten we niets. We lezen dat hij in de woestijn van Judea verbleef waar ook andere mannen waren, die als kluizenaars leefden. Sommigen van deze figuren hadden leerlingen om zich heen. Dit doet denken aan  kloostergemeenschappen zoals we enkele eeuwen later tegenkomen in Egypte. In de wildernis voelde men zich vrij van druk van buitenaf en kon men zich volledig concentreren op de Eeuwige. Van een van deze groepen kennen we een naam: de Essenen. Vermoedelijk zijn de na de Tweede Wereldoorlog bij Qumran gevonden geschriften, bekend als de Dode Zeerollen, van hen afkomstig. Het blijft gissen of Johannes contact heeft gehad met deze stroming binnen het Jodendom van rond het jaar nul.

Dr. S.W. Bijl

Zijn optreden in het openbaar begint aan het eind van de jaren twintig in de eerste eeuw. Hij heeft leerlingen en doopt mensen die gehoor geven aan zijn oproep tot ommekeer. Volgens de vier Evangeliën vindt hij gehoor bij vele mensen. Vanwege zijn kritiek op de door de Romeinen aangestelde koning Herodes, een afstammeling van Herodes de Grote uit Lucas 2, wordt Johannes gevangen gezet. Herodes is onder de indruk van deze profetische figuur en hij laat hem regelmatig bij zich komen voor een gesprek. Door een dwaze belofte aan zijn dochter moet hij uiteindelijk Johannes laten ombrengen. Zo loopt het triest af met deze dertigjarige profetische man.

Ongeveer 25 jaar later komt Paulus leerlingen van Johannes tegen in Efeze (Handelingen 19). Dit toont aan hoeveel indruk Johannes indertijd op sommige mensen heeft gemaakt. Zij blijken niets te weten van Jezus. Paulus vertelt hun over Jezus. Als zij tot geloof in Jezus Messias komen, ontvangen zij de Geest.

Johannes wordt naast de Heilige Schrift ook vermeld in een dik boekwerk dat vroeger naast de Bijbel veel gelezen werd, namelijk De Oude Geschiedenis van de Joden. De auteur Flavius Josephus is net als Johannes ook een zoon van een priester in de tempel van Jeruzalem. Zijn eigenlijke naam is Jozef Ben Matthias. Tijdens de opstand tegen de Romeinen rond de jaren 70 van onze jaartelling is hij, nog geen dertig jaren oud, bevelhebber van de opstandelingen in Galilea! Hij wordt gevangen genomen en naar Rome getransporteerd. Daar zet hij zich aan het schrijven (in het Grieks) om de Romeinen en anderen duidelijk te maken wie en wat Joden eigenlijk zijn en geloven. In hoofdstuk XVIII 116 - 119 lezen we in een prachtige moderne vertaling van dit boek: “Johannes was een goed man. Hij riep de Joden op deugdzaam te leven, tegenover elkaar gerechtigheid te betrachten, en eerbied tegenover God, en zich door hem te laten dopen. Het eerste diende vooraf te gaan aan het tweede, want alleen dan was het dopen welgevallig in de ogen van God”. Omdat Johannes veel succes had bij het volk, nam Herodes uit angst voor onrust hem gevangen en liet hem uiteindelijk doden.

De prijzende woorden van Flavius Josephus, geschreven aan het einde van de eerste eeuw, laten iets zien van de waardering die binnen de Joodse wereld voor deze persoon bestond.
Beide kleine kinderen, Johannes en Jezus, worden geboren aan het begin van het Evangelie en vinden een afschuwelijk dood. Als wij Kerstfeest vieren, beginnen we aan een periode die uitloopt op de Veertigdagentijd, de tijd van de Passie. Blijkbaar hoort dit alles bij elkaar.

 

Lees verder

Een spiegel van Advent?

07-12-2018

Woensdag 28 november, het Nieuwe Kerkhof in Groningen. Om half acht ‘s avonds staat een hele groep jonge mensen – twintigers, studenten – te wachten tot de deur van de Nieuwe Kerk open gaat. Als het zover is, dromt men naar binnen. Tot het tijdstip van aanvang zal de kerk zich vullen met bijna 500 belangstellenden. Dit is er aan de hand: Het GSp heeft een lezing georganiseerd over de magie van Harry Potter. Hetty Zock, hoogleraar godsdienstpsychologie aan de RUG, zal vertellen over de verschillende betekenislagen die in de Harry Potter-verhalen voorkomen. En kennelijk is deze fantasyheld zo populair dat een lezing over hem honderden jonge mensen trekt, waaronder veel internationals maar ook Nederlanders.

Tiemo Meijlink

Zeven Harry Potter-boeken zijn er verschenen, tussen 1997 en 2007. Van die zeven boeken zijn inmiddels ook acht speelfilms gemaakt. De boeken zijn vertaald in 70 talen. Een ongekend succes. Wat zou daarvan de achterliggende reden zijn? Hetty Zock gaf in haar lezing aan dat de Harry Potter-verhalen heel verschillende elementen in zich verenigen. Het gaat over opgroeiende kinderen met hun vragen, zorgen en speelsheid. Het gaat over ouders die er niet meer zijn en pleegouders die heel streng zijn. Over school en hoe leerlingen op die school met elkaar omgaan. Over leraren, die het goede voorbeeld geven, maar ook over andere volwassenen die juist het tegendeel zijn van wat goed en betrouwbaar is. Over hoop en verlangen gaat het, over zelfopoffering en vriendschap, over angst en volharding. Heel veel thema’s dus die in geloof, religie en levensbeschouwing bij uitstek ook aan de orde zijn.

De Harry Potter-boeken worden gerekend tot het genre van de fantasy. Het is een genre dat zich kenmerkt door de aanwezigheid van onwerkelijke gebeurtenissen, verzonnen wezens en imaginaire werelden. Er gebeurt van alles wat in de gewone wereld niet kan. Toch weerhoudt dat veel jonge mensen die gepokt en gemazeld zijn in de moderne levenssfeer en gevormd in een seculier, wetenschappelijk wereldbeeld, niet om zich onder te dompelen in de wondere wereld van deze verhalen. Na de lezing van Hetty Zock werden er ook best serieuze vragen gesteld die verband hielden met schuld, verantwoordelijkheid, de zin van het leven, de betekenis van religieuze tradities.
Zou het kunnen zijn dat de Harry Potter-boeken een leemte opvullen die in onze huidige cultuur ontstaan is? Kerken en andere religieuze organisaties hebben niet meer vanzelfsprekende aantrekkingskracht zoals in vroeger tijden. Maar in veel uitingen van populaire cultuur – zoals films, fantasy, popmuziek – worden in onze tijd allerlei vragen opgeroepen en beelden gecreëerd die direct verband houden met troost, hoop en verlangen. Hetty Zock typeerde de boeken van Harry Potter als spiegelverhalen waarin nadrukkelijk ook elementen uit het Evangelie worden verwerkt en op een aansprekende manier vertolkt.

Ik schrijf deze ‘Bij de Tijd’ in de week voorafgaande aan de eerste zondag van Advent. Het is de periode in het kerkelijk jaar waarin wij ons bezinnen en oefenen in de hoop en de verwachting van het Koninkrijk Gods. Dat is een groot en kapitaal woord: Koninkrijk Gods. Als je dat grote woord probeert kleiner te maken en dichterbij onze leefwereld te brengen, dan kom je uit bij verlangen en troost, bij uitzien naar een wereld die goed is en waar je thuis kunt komen. En dat zijn precies ook de thema’s waarover de Harry Potter-boeken gaan. Alsof ze een spiegel vormen van Advent.

Lees verder