content image

Kerk in Stad: hét kerkblad van Groningen 

Kerk in Stad is het informatie- en opinieblad van de Protestantse Gemeente Groningen. Het informeert u over het kerkelijk leven in de stad Groningen, maar ook over kerk en geloof in Nederland en in de wereld. Niet alleen in de vorm van wijkberichten van de diverse (PKN) kerken, maar ook door middel van achtergrondartikelen, het actuele nieuws, interviews met interessante stadjers, boekbesprekingen, columns en nog veel meer.

Met Kerk in Stad blijft u op de hoogte van een gemeente die bruist van de activiteiten, van de mensen daarachter en van geloven met je hoofd, hart en handen.

Kerk in Stad verschijnt tweewekelijks en is een uitgave van Stichting Kerkblad Protestantse Gemeente Groningen in samenwerking met Dekker Creatieve Media & Druk.


Smartphone of een tablet?
U kunt Kerk in Stad nu ook via een APP lezen. Te downloaden voor Apple producten in de App Store, en voor Android in de Google Play Store.

Redactioneel - Kerk in Stad nr 22

07-12-2018

Jaargang 19, nummer 22

Beste lezer,

Elk jaar sturen we in december een nummer van Kerk en Stad naar elke lidmaat van de Protestantse Gemeente Groningen en de Protestantse Gemeente Damsterboord. Dit is zo’n breed verspreid nummer, waarin ik naast onze trouwe abonnees nog een paar duizend andere lezers mag verwelkomen (Welkom!). Als u benieuwd bent wat er zich de rest van het jaar in de kerkgebouwen, diaconale centra en de hoofden van de predikanten afspeelt, kunt u een abonnement nemen. Een groot en enthousiast team van schrijvers produceert immers elke twee weken een prachtige Kerk in Stad en daar kunt u het dan op zondagochtend tijdens de koffie over hebben.

Het blad is ook digitaal te lezen: sinds dit jaar is er een Kerk in Stad-app, te vinden in de Appstore. Bovendien hebben we deze website en Facebook (www.facebook.com/KerkinStad). Als u wilt, kunt u dus tijdens de koffie zelfs het besproken artikel tevoorschijn toveren op uw telefoon.

U vindt in dit nummer een groot aantal activiteiten dat zich afspeelt in de adventsperiode. Concerten, natuurlijk, maar ook kerstmarkten, vieringen en theater. Daarnaast denkt Tiemo Meijlink in ‘Bij de Tijd’ na over hoopzoekende jonge mensen en Harry Potter. De jonge mensen komen zelf in beweging tijdens een grootschalige kerstactie van studenten; daarover leest u meer in ‘Kerk en Samenleving’. Marian Knigge bespreekt een prachtig kerstgedicht en een radicaal essay. Marga Baas voert twee vrouwen ten tonele die beide vol vertrouwen ‘ja’ zeiden tegen een enorme taak en zo God een plaats op aarde gaven.

Bent u al benieuwd? Ik hoop het. Alvast goede Kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar gewenst namens de redactie van Kerk in Stad!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 21

22-11-2018

Jaargang 19, nummer 21

Beste lezer,

Twee weken geleden maakte ik een oogstdienst mee in Kantens, een klein dorp met een nog kleinere Protestantse gemeente. Iedereen nam een lading lang houdbare boodschappen mee naar de kerk, een geschenk aan God en daarna aan de Voedselbank. De ampele opbrengsten van de inzameling werden na afloop van de dienst met vereende krachten naar kerkgebouw Salem versleept. Daar lagen op de koffietafel ook de vruchten van verscheidene moestuinen tentoongespreid. Ik kreeg een indrukwekkende prei mee naar huis.

We moeten leren hoe we een kleine gemeente kunnen zijn, betoogt Tiemo Meijlink dit nummer in Kerk en Theologie. Omzien naar elkaar, zorgen voor anderen. Tijden veranderen en de kerkgemeentes worden kleiner, maar dat betekent niet dat we moeten wanhopen.
In Kerk en Samenleving leest u hoe Jacobine Gelderloos heel praktisch ingaat op nieuwe uitdagingen. Ze heeft, met succes, gepleit voor de aanstelling van geestelijk verzorgers voor mensen in het aardbevingsgebied. De kerk heeft een taak in deze wereld, zegt Jacobine. Als gemeenteleden moeten we ook elkaar steunen en de fakkel van elkaar overnemen als die even te zwaar wordt.
Jan Wijbenga schrijft in over de kracht van woorden. Soms zorgt de wereld om ons heen dat we het even niet meer weten: nepnieuws en bedrieglijke politici doen de waarheid wankelen. Kunnen we nog wel iets geloven? Ja, want het Woord is standvastiger dan de woorden van mensen. Gelukkig.

Dit is een hoopvol nummer geworden – terecht, want we gaan de verwachtingstijd van Advent in. En het is geen ijdele hoop: de volle boodschappentassen van Kantens zijn het bewijs dat een kleine gemeente in het aardbevingsgebied ook in 2018 nog een groot verschil kan maken. Ik hoop op net zo’n goede oogst in 2019. Veel leesplezier!

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

 

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 20

08-11-2018

Jaargang 19, nummer 20

Beste lezer,

Aangenaam kennis te maken! Voor u ligt het eerste nummer van Kerk in Stad waaraan ik mijn naam mag verbinden. Als nieuwe eindredacteur val ik binnen in een zeer verscheiden maar trouwe groep medewerkers die dit tijdschrift al jaren samenstellen. In de Stadjer van deze editie nemen we afscheid van Mariska Jeuring, die in de afgelopen weken zoveel mogelijk wijsheid op mij overgebracht heeft en nu van haar inspanningen mag bekomen op vakantie in Cuba. Ik hoop dat ik snel leer haar schoenen en dit blad te vullen.

Groningen is al een paar jaar mijn thuisbasis, waar ik mijn geschiedenisstudie afgemaakt heb en waar vanuit ik steeds meer van de provincie ontdek. Mijn kerkelijk thuis ligt op fietsafstand van de stad, in de dorpskerk van Haren. Ik zie ernaar uit om ook eens bij de wijkgemeenten van Groningen op bezoek te gaan.

Deze kennismaking is natuurlijk wat eenzijdig: ik kan spreken tegen u, maar u spreekt niet terug. U mag natuurlijk altijd een e-mail of brief mag sturen aan Kerk in Stad. Tot ik u beter leer kennen, stel ik mij u voor als een divers gezelschap: van bijna elke politieke kleur (lees over de gemeenteverkiezingen in Kerk en Samenleving), uit elke wijk van de stad (de wijkberichten staan weer vol) en met allerlei verschillende interesses (als goed eten daar een van is, leest u dan in Kerk en Theologie over de verbindende kracht van een maaltijd).

Laat mij nog een ding zeggen voor ik mijn toetsenbord met rust laat en de auteurs van dit blad verder laat spreken: wat fijn dat u Kerk in Stad leest! Wat fijn dat u zich betrokken voelt bij de kerk in de mooiste stad van Nederland. Dat dit blad in de komende jaren maar uit zijn voegen mag blijven springen met alles wat er over Kerk en Stad te schrijven is.

Vriendelijke groet,
Annejet Fransen

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 19

26-10-2018

Jaargang 19, nummer 19

Beste lezer,

De oplettende lezer had het misschien al vermoed door de vacature die voor de zomervakantie in Kerk in Stad stond: er komt een nieuwe eindredacteur. En dat betekent dat ik vertrek. Dit is het laatste nummer van Kerk in Stad dat onder mijn verantwoordelijkheid in elkaar is gezet.
De sollicitatiecommissie heeft een opvolgster voor mij gevonden in de persoon van Annejet Fransen. We hebben al regelmatig contact gehad en aan zowel het vorige als aan dit nummer heeft ze hard meegewerkt. Ik heb het volste vertrouwen in haar kunnen en denk dat Kerk in Stad bij haar in goede handen is.

Dat betekent wel dat ik van u, lezer, afscheid moet nemen. Nou is dat natuurlijk wat abstract. Ik zie u niet en heb het grootste deel van de lezersschaar ook nooit gezien. Maar toch voelde ik een zekere verbondenheid met u, de mensen zonder wie Kerk in Stad überhaupt niet zou bestaan. Een directe communicatie tussen u en mij als eindredacteur was er natuurlijk meestal niet en vaak hoorden we ook weinig terug; noch positief, noch negatief. Behalve dan als Kerk in Stad te laat werd bezorgd: dan hing u toch wel massaal aan de lijn en stroomde de mailbox vol. Een goed teken! Dat bewijst maar dat Kerk in Stad gemist wordt als hij niet op tijd in de bus ligt.

Hoe dan ook: terug naar dit nummer. U leest onder andere terugblikken (op de Nacht van de Levensbeschouwing en de Kerkendag te Zuidbroek) en een interview met Sietze den Iseger van de Hulp Express: een bijzonder initiatief van een bijzondere man!
En verder is er zoals altijd meer moois en meer nieuws te lezen in deze Kerk in Stad.

Ik wens mijn opvolgster Annejet heel veel succes en plezier met het redactiewerk en ik wens u, beste lezer, alle goeds toe voor de toekomst. Dat Kerk in Stad maar lang gelezen mag blijven worden!

Hartelijke groet,
Mariska Jeuring

Lees verder

Redactioneel - Kerk in Stad nr 18

12-10-2018

Jaargang 19, nummer 18

Beste lezer,

De laatste tijd fiets ik zeer regelmatig langs de Martinikerk en de Martinitoren in het centrum van de stad. Daarbij moet ik dan altijd (om een tegenoverliggend gebouw) even denken aan de uitspattingen die soms plaatsvinden in een studentenleven. Maar dan kijk ik gauw naar links naar de Martinikerk die er, wat voor weer het ook is, altijd majestueus en soeverein bij staat. Vaak staat er een vrachtauto geparkeerd voor één van de deuren. Er worden spullen in- of uitgeladen. Er hangt een spandoek boven een deur met daarop het woord ‘bierfestival’. Of er staat een hele lange rij met mensen voor de ingang, gewoon door de week. Het zal u duidelijk zijn: de Martinikerk is niet alleen in gebruik voor de zondagse vieringen, maar ook voor doordeweekse evenementen, festivals en concerten. Net als trouwens een flink aantal andere kerkgebouwen in Groningen. Prima natuurlijk, om een gebouw zo veel en efficiënt mogelijk te gebruiken op de momenten dat dat kan.
In dit nummer van Kerk in Stad leest u over twee evenementen die ook (buiten de vieringen om) in de Martinikerk zullen plaatsvinden: een bijzonder nieuw initiatief genaamd Spoor van Licht, voor het eerst in december, maar allereerst woensdag 17 oktober aanstaande de Nacht van de Levensbeschouwing. In de rubriek Kerk en Samenleving wordt toegelicht wat deze ‘nacht’  precies inhoudt. Er zijn nog kaarten voor, dus wat let u (of uw kinderen of kleinkinderen)! En volgend weekend zijn er dan weer allerlei activiteiten in het kader van het Schnitgerfestival, waarbij overigens de bijbehorende stedelijke cantatedienst plaatsvindt in de Nieuwe Kerk, ook al zo’n prachtige kerk in het centrum van onze stad. Ja, kerkbezoek is misschien een ander verhaal, maar over kerkgebouwen in Groningen mogen we niet klagen!

Ik wens u veel leesplezier en (mogelijk) goede aandacht bij een van de evenementen.

Mariska Jeuring

Lees verder

Een spiegel van Advent?

07-12-2018

Woensdag 28 november, het Nieuwe Kerkhof in Groningen. Om half acht ‘s avonds staat een hele groep jonge mensen – twintigers, studenten – te wachten tot de deur van de Nieuwe Kerk open gaat. Als het zover is, dromt men naar binnen. Tot het tijdstip van aanvang zal de kerk zich vullen met bijna 500 belangstellenden. Dit is er aan de hand: Het GSp heeft een lezing georganiseerd over de magie van Harry Potter. Hetty Zock, hoogleraar godsdienstpsychologie aan de RUG, zal vertellen over de verschillende betekenislagen die in de Harry Potter-verhalen voorkomen. En kennelijk is deze fantasyheld zo populair dat een lezing over hem honderden jonge mensen trekt, waaronder veel internationals maar ook Nederlanders.

Tiemo Meijlink

Zeven Harry Potter-boeken zijn er verschenen, tussen 1997 en 2007. Van die zeven boeken zijn inmiddels ook acht speelfilms gemaakt. De boeken zijn vertaald in 70 talen. Een ongekend succes. Wat zou daarvan de achterliggende reden zijn? Hetty Zock gaf in haar lezing aan dat de Harry Potter-verhalen heel verschillende elementen in zich verenigen. Het gaat over opgroeiende kinderen met hun vragen, zorgen en speelsheid. Het gaat over ouders die er niet meer zijn en pleegouders die heel streng zijn. Over school en hoe leerlingen op die school met elkaar omgaan. Over leraren, die het goede voorbeeld geven, maar ook over andere volwassenen die juist het tegendeel zijn van wat goed en betrouwbaar is. Over hoop en verlangen gaat het, over zelfopoffering en vriendschap, over angst en volharding. Heel veel thema’s dus die in geloof, religie en levensbeschouwing bij uitstek ook aan de orde zijn.

De Harry Potter-boeken worden gerekend tot het genre van de fantasy. Het is een genre dat zich kenmerkt door de aanwezigheid van onwerkelijke gebeurtenissen, verzonnen wezens en imaginaire werelden. Er gebeurt van alles wat in de gewone wereld niet kan. Toch weerhoudt dat veel jonge mensen die gepokt en gemazeld zijn in de moderne levenssfeer en gevormd in een seculier, wetenschappelijk wereldbeeld, niet om zich onder te dompelen in de wondere wereld van deze verhalen. Na de lezing van Hetty Zock werden er ook best serieuze vragen gesteld die verband hielden met schuld, verantwoordelijkheid, de zin van het leven, de betekenis van religieuze tradities.
Zou het kunnen zijn dat de Harry Potter-boeken een leemte opvullen die in onze huidige cultuur ontstaan is? Kerken en andere religieuze organisaties hebben niet meer vanzelfsprekende aantrekkingskracht zoals in vroeger tijden. Maar in veel uitingen van populaire cultuur – zoals films, fantasy, popmuziek – worden in onze tijd allerlei vragen opgeroepen en beelden gecreëerd die direct verband houden met troost, hoop en verlangen. Hetty Zock typeerde de boeken van Harry Potter als spiegelverhalen waarin nadrukkelijk ook elementen uit het Evangelie worden verwerkt en op een aansprekende manier vertolkt.

Ik schrijf deze ‘Bij de Tijd’ in de week voorafgaande aan de eerste zondag van Advent. Het is de periode in het kerkelijk jaar waarin wij ons bezinnen en oefenen in de hoop en de verwachting van het Koninkrijk Gods. Dat is een groot en kapitaal woord: Koninkrijk Gods. Als je dat grote woord probeert kleiner te maken en dichterbij onze leefwereld te brengen, dan kom je uit bij verlangen en troost, bij uitzien naar een wereld die goed is en waar je thuis kunt komen. En dat zijn precies ook de thema’s waarover de Harry Potter-boeken gaan. Alsof ze een spiegel vormen van Advent.

Lees verder

Woorden hebben impact

22-11-2018

Vroeger had je de 1 aprilgrappen. Jaren geleden berichtte de Gezinsbode dat er voor de eerste honderd mensen gratis apparaatjes waren af te halen bij de Milieudienst, waarmee je de verkeerslichten kon beïnvloeden. Het liep storm. Helaas: het was nepnieuws. Dat je ook nog had kunnen zien aankomen.

Bij ons schrijven en spreken kiezen we onze woorden om het effect te bereiken dat we willen: ontroering, begrip, instemming, of in actie komen. Denk aan gedichten, romans, reportages, foto’s, maar ook aan reclame.

Jan Wijbenga

De Amerikaanse president Trump kon in nog geen twee jaar tijd maar liefst 5.000 leugens debiteren, via tweets en persconferenties en ondersteund door zijn eigen propagandazender Fox News. Meer dan tien uitspraken per dag waren verifieerbaar niet juist. De New York Times en de Washington Post hebben er door Trump kritisch te volgen en zijn onwaarheden te weerleggen heel veel nieuwe abonnees bij gekregen. Wie een autocraat tegenspreekt, wordt verweten ‘fake news’ (nepnieuws) te brengen. Via framing worden tegenstanders of zondebokken zwart gemaakt en gediskwalificeerd. Dat gebeurt door frequent associaties te gebruiken. Denk ook aan het antisemitisme, dat op sociale media oplaait.

Bijgaande illustratie uit 2016 is daar een mooi voorbeeld van. Het betreft reclame op Facebook van de ‘Army of Jesus’, waarachter Russische trollen schuilgingen. Wie alleen sociale media volgt, weet niet meer of beweringen waar en beelden echt zijn of niet. We moeten er op bedacht zijn dat we beïnvloed kunnen worden zonder dat we het weten, en vaak met slechte bedoelingen. Nepnieuws is ontregelend, brengt mensen van hun stuk en van hun geloof. Maar het is veel gevaarlijker dan veel mensen denken: als niemand meer iets gelooft, kunnen machthebbers doen wat ze willen, schreef politiek filosofe Hannah Arendt. Juist in autoritair geregeerde landen hebben onafhankelijke media het moeilijk. De vrije pers wordt belaagd.

Beïnvloeding van de publieke opinie: daar gaat het om. Dat kan met goede maar ook met kwade bedoelingen. En die laatste zullen toenemen, zodat we ook aan de ware informatie gaan twijfelen. Ze kunnen aanzetten tot haat, tot scheiden van schapen en bokken. Nieuw is dat ook beelden vervormd worden: men kan bekende figuren laten zeggen wat men maar wil. Gelukkig zijn er al bedrijven die ook dit kunnen ontmaskeren.

Gelukkig zijn we in Nederland gezegend met een vrije pers, die integriteit en juistheid van berichtgeving hoog in het vaandel heeft staan. Maar wie zich alleen verlaat op sociale media, moet zich realiseren dat wat langskomt niet per se juist is. De tijd is voorbij dat de snelle leugen altijd achterhaald wordt door de waarheid. We moeten daar meer moeite voor doen, een kritische nieuwsconsument worden. Wie is de auteur, wie of wat is de bron, wie heeft belang bij bepaald  nieuws?

Alle dieren zijn bedwongen door de menselijke natuur, maar de tong kan geen mens bedwingen, schrijft Jacobus  in zijn brief. De tong is een onberekenbaar kwaad, vol dodelijk venijn. De tong kan de Heer loven en tegelijkertijd de mensen vervloeken die door Hem geschapen zijn.
Met de Bijbel hebben we een oeroude, standvastige bron. Die kan verschillend geduid worden, en dat is niet erg. Ze geeft richting aan en is doortrokken van geloof, hoop en liefde – geen twijfel aan. En wie wil gaan factchecken miskent de bedoeling waarmee deze prachtige serie verhalen geschreven is. Maar bovenal: het doet niets af aan de waarheid van de boodschap. Een toetssteen voor alles wat in de media voorbij komt.

Lees verder

Food

15-11-2018

In 2007 volgde ik een onderzoekspracticum aan Trinity International University in Deerfield, Illinois. Als onderdeel van het practicum moesten we onderzoek doen onder kerkleden, die op een korte missionair-diaconale werkvakantie waren geweest buiten de VS. We kregen een drievoudige opdracht: 1. Zoek uit hoe groot de rol van eten was tijdens hun werkvakantie, 2. wat die rol inhield en 3. hoe ze die rol dan verklaarden.

Ds. Pieter Versloot

Het antwoord op de eerste vraag verraste ons niet: Eten bleek een grote rol te spelen tijdens hun ‘short-term mission trip’. Interessanter was de vierledige rol waar de respondenten mee kwamen: eten bleek een krachtig samenbindend instrument te zijn, een cruciale rol te spelen in het bijstaan van de armen, rondom eten werden cultuurverschillen helder (soms pijnlijk) zichtbaar en last but not least: goed eten hielp het vol te houden.

Nog boeiender waren de verklaringen. Wat maakte bijvoorbeeld eten tot zo’n belangrijke samenbindende factor? Voedsel heeft een aantal unieke eigenschappen: 1. Elk mens is er afhankelijk van: blank en zwart, jong en oud, vrienden en vreemdelingen. 2. Eten leidt de aandacht af. Natuurlijk moet je aandacht geven aan de ander(-en) maar je mag je ogen ook laten afdwalen naar je bord, even opscheppen en er een opmerking over maken. 3. Eten doorbreekt taalbarrieres. “Ik genoot samen met Lucky Man uit Malawi van dezelfde heerlijke kip, die hij had klaargemaakt, terwijl we geen woord van elkaar verstonden,” schreef iemand.

Eten speelde een cruciale rol in de kennismaking met de gastcultuur. Bij velen hielp eten die te waarderen. Men dronk bijvoorbeeld ‘hemelse koffie’, men verbaasde zich over de rijkdom aan smaken. Aan tafel werd de onvoorstelbare gulheid van vele culturen zichtbaar. Een team in Mozambique kreeg in een weeshuis zes keer per dag te eten. Bij anderen werd het verschil tussen de thuiscultuur en gastcultuur pijnlijk duidelijk. Maaltijden konden een bezoeking zijn. Elke dag dezelfde thee, hetzelfde taaie brood met soms een beetje zout en suiker. En dan zat je soms zes uur aan tafel met mensen, die je eerst leuk vond maar die je mateloos gingen irriteren door hun anders-zijn.

Rondom eten werden ook verschillende ideeën over reinheid zichtbaar. Er ontstonden conflicten als bijvoorbeeld reinheidswetten overtreden werden. In dat kader viel mij iets op in de berichtgeving over de vrijspraak van Asia Bibi in Pakistan vorige week. De aanklacht tegen haar begon met een voorval in 2009 toen zij water ging halen tijdens haar werk. Twee moslimvrouwen weigerden van dezelfde beker te drinken, omdat Bibi die door haar aanraking onrein had gemaakt. Er speelde waarschijnlijk meer tussen Bibi en haar omgeving maar haar acht jaar gevangenschap begon met een beker.

Eten maakt een cultuur tastbaar. Dat lukt veel minder via een beeldscherm. Virtueel eten bestaat (nog) niet. Eve Turow legt in dit verband een prikkelende observatie neer over twintigers. Ze is er zelf een. Volgens haar zijn twintigers minder geïnteresseerd in geld dan baby-boomers. Zij zouden een andere ‘munteenheid’ hanteren: eten. Ze zijn de eerste generatie die van baby af aan opgegroeid is met schermen, internet en smartphones. Voor deze digi-generatie is eten iets van een ‘hogere orde’: het gaat over dingen die je echt kunt vastpakken, ruiken en proeven.

Goed eten verbindt hen volgens Turow aan het echte leven. Dat is wat er volgens de respondenten in Illinois ook gebeurde tijdens hun interculturele werkvakantie: goed eten verbond hen aan het echte leven in de gastcultuur. Het fungeerde als toegang tot het grotere verhaal van de cultuur. De maaltijd was een voorproefje. Ze zagen vaak ook voor ogen wat het eten kostte: een geslachte kip maar ook gesneden groente.

Volgens Norman Wirzba, hoogleraar theologie en ecologie aan Duke University “sterft er iets voor elke hap die ik neem.” Van dieren zijn we ons dat langzamerhand wel meer bewust. Maar voor planten geldt het net zo goed. Het geldt voor alles wat uit de bodem komt. Aarde verteert dat wat dood is en transformeert het tot nieuw leven. Alles wat ‘food’ is bestaat uit grondstoffen. Alles wat zichzelf als mijn voedsel aandient, offert zichzelf ten diepste op.

Eten brengt je heel dicht bij het geheim van het leven. Het roept bij velen een besef van heiligheid, een ‘hogere orde’ op. Sommigen brengt dat tot de aanbidding van voedsel –het geschapene- zelf. De joods-christelijke traditie doet dat niet. Zij ziet goed eten als een verwijzing naar de Schepper ervan: God. Elke etenstafel is een ‘klein heiligdom’: het verwijst naar een groter verhaal.

Dat verhaal gaat over leven dat zich opoffert voor ons in de schepping én verlossing. De Schepper blijkt tevens een Herschepper te zijn, die zich ‘als ons voedsel aandient’. Door daar van te eten krijgen we deel aan het echte leven. Brood en de wijn verbinden ons aan Hem, die daarvoor de weg ging van het tarwegraan. In de herschepping gaat het niet zo veel anders toe dan in de schepping. Schepper en Verlosser zijn één, eensGeestes.

Goed eten hielp mensen hun werkvakantie vol te houden, concludeerden wij in Illinois. Volgens mij geldt dat ook voor onze wandel met God.

Bronnen:
The Atlantic, Why millenials are so obsessed with Food, Joe Pinsker, 14 augustus 2015
Tim Vreugdenhil, Stand-up Theology, Utrecht 2018, pp. 52-55
P.A. Versloot, The Significance of food during short-term mission trips. Paper TIU, 2007.

 

Lees verder

Geestelijke verzorging in het aardbevingsgebied

26-10-2018

Op zondagmiddag 14 oktober zaten drie Groningers aan tafel bij Jacobine Geel in haar tv programma Jacobine op zondag. Bijna als vanzelfsprekend ging het over de aardbevingen in onze provincie. Wie immers aan Groningen denkt de laatste jaren, denkt ook meteen aan aardbevingen en alle ellende van dien. Bij Jacobine op zondag ging het over een opmerkelijk nieuw initiatief, namelijk dat er binnenkort twee geestelijk verzorgers actief zullen worden in het aardbevingsgebied om een luisterend oor te zijn voor de persoonlijke zorgen en moeiten waarin veel mensen beland zijn.

Tiemo Meijlink

Daarom dit keer een bijzondere Bij de tijd, namelijk een kort artikel dat in verschillende persorganen is verschenen de afgelopen weken:

“Geestelijk verzorgers aangesteld

Vanaf 1 december 2018 zullen twee parttime geestelijk verzorgers mensen in het aardbevingsgebied ondersteunen bij het (her)vinden van hun draai in de samenleving. Het Platform Kerk en Aardbeving (K&A) heeft de Stichting Solidair Groningen & Drenthe (SGD) bereid gevonden om tijdelijk het werkgeverschap te vervullen. Het Platform K&A en de SGD maken deel uit van een brede projectgroep uit verschillende maatschappelijke en kerkelijke organisaties. De projectgroep meent in Jitse van der Wal en Melissa Dales twee goede geestelijk verzorgers te hebben gevonden die deze functie gezamenlijk waar kunnen maken. In de loop van het volgend jaar worden de geestelijk verzorgers ondergebracht in een zelfstandige inter-levensbeschouwelijke stichting. Jitse en Melissa zijn voorlopig aangesteld voor een jaar met de bedoeling om voor langere tijd verbonden te blijven aan dit initiatief en zo mogelijk op te schalen. Zij zullen zich binnenkort nader aan de regio voorstellen en ook hun werkwijze en vestigingsplaats bekend maken.

Diverse landelijke fondsen zoals de Maatschappij van Welstand, PIN fonds, Stichting Rotterdam, het RCOAK, de PKN Groningen, de Doopsgezinde sociëteit en andere kerkgenootschappen hebben zich solidair getoond met Groningers in nood. Daarnaast heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een substantiële bijdrage geleverd. Dat gebeurde nadat de Tweede Kamer een motie aannam van Carla Dik Faber (CU). Die motie sloot uitstekend aan bij het verlangen in het aardbevingsgebied om de beproefde regio ook op dit punt te ondersteunen.

Veel mensen hebben hun hoofd en buik vol van alle problematiek rondom schadeafhandeling, compensatie en communicatie. Onveiligheid, onzekerheid, verlies, boosheid en teleurstelling spelen daarin een prominente rol. Geestelijk verzorgers hebben daar oog voor. Ze hebben inzicht in problemen in de samenleving en zijn opgeleid om mensen te helpen daarmee – strijdvaardig – om te gaan. Geestelijk verzorgers zijn geen dominees, geen maatschappelijk werkers en geen psychologen.
Zij zijn specialisten op het gebied van zingeving. In gesprekken sluiten zij aan bij de bronnen en de waarden van de gesprekspartner. Wie daar behoefte aan heeft, wordt ondersteund om binnen de eigen context (leefomgeving en sociaal netwerk) te werken aan veerkracht, weerbaarheid en regie over het eigen leven.”

Tot zover kort en goed wat de achtergrond en bedoeling is van dit nieuwe initiatief. Ik ben zelf betrokken bij de genoemde projectgroep, mede namens de Protestantse Gemeente van Groningen. Het is goed dat deze twee mensen, Jitse van der Wal en Melissa Dales, binnenkort aan het werk kunnen gaan. Komende tijd zal de redactie van Kerk in Stad zeker aandacht besteden aan hun werk.

Lees verder

Eenzaamheid

12-10-2018

Onlangs was het de week tegen de eenzaamheid. Ik zag op televisie korte, indringende interviews met eenzame mensen. Ze durfden er publiekelijk voor uit te komen; dat was bijzonder. Bijna zonder uitzondering vonden ze hun leven nauwelijks meer de moeite waard. Eenzaamheid kan verlammend werken. Er iets aan doen vraagt om initiatief, maar je hebt vaak al teleurstellende ervaringen gehad en wat moet je meer doen?

Jan Wijbenga

Het helpt als je deel uitmaakt van een gemeenschap, een omgeving zoekt waar je anderen treft. Ouderen moeten steeds langer thuis blijven wonen, de mobiliteit neemt af. Als dat je aan huis kluistert, zullen anderen eropaf moeten. Kennisinstituut Movisie heeft een aanpak ontwikkeld waarbij mensen getraind worden.

Het is zo tegenstrijdig: de overheid veronderstelt zelfredzaamheid, maar veel mensen kunnen dat niet opbrengen. Wie moeite heeft om contact te maken en relaties te onderhouden, zal daarbij echt geholpen moeten worden. Dat hoeft niet per se door een professional te zijn. Ook vrijwilligers kunnen, mits goed toegerust, die rol vervullen, juist ook omdat het gaat om waarachtige interesse voor eenzame mensen.

Het is mooi dat het taboe eraf gaat. Het is bespreekbaar geworden. Zelfs jongeren kunnen zich eenzaam voelen, ondanks alle drukte om hen heen. Het gevoel van anders zijn, niet mee willen en kunnen doen met wat van je verwacht wordt.

Ouderen wordt nog wel eens aangeraden om een hond te nemen. Het is een manier om buiten te komen en af en toe es een praatje te maken. En thuis heb je er een goede vriend bij die weinig eisen stelt anders dan eten en drinken – en aandacht natuurlijk. 

Een beproefd recept is ook mensen iets te laten betekenen voor anderen. Iedereen heeft kwaliteiten waar een ander belang bij heeft. Door de focus te verleggen  kom je zelf in een andere rol terecht. Wie van betekenis is voor anderen, op welke manier dan ook, ervaart zelf ook betekenis en voelt zich minder eenzaam.

De kerk als waardengemeenschap kan hierbij een belangrijke rol spelen. Verschillende wijkgemeenten zien voor zichzelf een rol weggelegd in de diaconale sfeer: iets betekenen voor anderen, niet alleen voor de eigen leden maar ook voor buurtbewoners. Het plan van de Fontein (van wijkgemeente naar buurtkerk) is daar een mooi voorbeeld van.
Een luisterend oor voor wie zijn verhaal kwijt wil, eropuit gaan en mensen actief opzoeken, aanschuiven op een bankje. “Hoe gaat het met u?” is de simpele vraag waar een gesprek mee kan beginnen. De vraag die men zo lang niet gesteld kreeg.

Het helpt als je daarin een beetje geschoold bent, maar ook weet wat er in de wijk – en zeker ook in je kerk – te doen is. Het hoeft ook geen contact voor de rest van je leven te zijn. Maar misschien kun je wel het verschil maken voor die ene mens. Het gaat allang niet meer om de grote aantallen. Ook Jezus is geïnteresseerd in ieder mensenkind. Hij is er als je hem nodig hebt. In dat besef mogen ook wij op zoek gaan naar de ander, die misschien óns wel nodig heeft om een stap verder te komen. En daar hoef je helemaal geen ambtsdrager voor te zijn

Lees verder